GVS-advies liraglutide (Saxenda®) bij de behandeling van een bepaalde groep patiënten met (ernstig) overgewicht

Zorginstituut Nederland heeft beoordeeld of liraglutide (Saxenda®) kan worden opgenomen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dit medicijn kan worden gebruikt voor de behandeling van (ernstig) overgewicht. Het Zorginstituut adviseert de minister van minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de vergoedingsvoorwaarden van liraglutide uit te breiden: de zogeheten bijlage 2-voorwaarden.

In maart 2022 heeft de minister besloten het advies van het Zorginstituut over te nemen.

Update maart 2022: vergoedingsvoorwaarden liraglutide vanaf 1 april 2022 uitgebreid

Op basis van het advies van het Zorginstituut heeft de minister van VWS besloten om de vergoedingsvoorwaarden van liraglutide per 1 april 2022 uit te breiden.
Lees het besluit van de minister in de Staatscourant van 31 maart 2022.

Indicatie waarvoor vergoeding is aangevraagd

De werkzame stof liraglutide is beschikbaar als geneesmiddel onder de merknamen Victoza® en Saxenda®. Victoza is geregistreerd voor de behandeling van diabetes mellitus type 2 en Saxenda voor de behandeling van (ernstig) overgewicht. Beide producten bevatten liraglutide als oplossing voor injectie in de sterkte 6 mg/ml.

Liraglutide (Victoza) is al opgenomen in het GVS op bijlage 1A in cluster 0A10BXAP V, met nadere voorwaarden op bijlage 2 voor een subgroep van patiënten met diabetes mellitus type 2.

De fabrikant van Saxenda heeft een vergoeding aangevraagd voor een beperkte groep mensen met ernstig overgewicht (obesitas). Daarmee vraagt de fabrikant dus uitbreiding van de nadere voorwaarden.

Advies van het Zorginstituut

Het Zorginstituut concludeert dat Saxenda voor de groep patiënten voor wie de fabrikant vergoeding aanvraagt, voldoet aan de stand van de wetenschap en praktijk. Saxenda heeft voor deze groep als aanvulling op een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) een meerwaarde vergeleken met alléén een GLI.

Het Zorginstituut adviseert de minister daarom de vergoedingsvoorwaarden van liraglutide met het volgende uit te breiden.

Voor volwassenen die:

  • al deelnemen aan een GLI-programma; de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) helpt mensen met overgewicht meer te bewegen en gezond te eten. Het doel is een blijvende verandering in gedrag.
  • een extreem verhoogd gezondheidsrisico hebben dat samenhangt met hun gewicht. Dit zijn mensen met een BMI van 35 en hoger die een hart- of vaatziekte, slaapapneu of artrose hebben, en mensen met een BMI van hoger dan 40.
  • geen diabetes mellitus (suikerziekte) type 2 hebben.
  • (nog) niet in aanmerking komen voor operaties zoals een maagverkleining.

Heeft u nog vragen over de vergoeding van liraglutide (Saxenda)? Op de website van Zorgverzekeraars Nederland (ZN) leest u de antwoorden op veelgestelde vragen over de vergoeding van Liraglutide bij obesitas.

Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS)

Liraglutide is een extramuraal geneesmiddel. Extramurale geneesmiddelen zijn medicijnen voor thuisgebruik, die op recept van een arts verkrijgbaar zijn bij de apotheek. Ze worden alleen vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering als ze in het GVS staan. De hoogte van de vergoeding hangt af van de lijst waarop ze staan. Onderling vervangbare geneesmiddelen worden geclusterd op bijlage 1A. Hiervoor kan een vergoedingslimiet gelden. Unieke geneesmiddelen komen op bijlage 1B. Hiervoor geldt geen vergoedingslimiet. Er kunnen ook nadere voorwaarden gelden voor vergoeding. Dan komt een medicijn ook op bijlage 2.

De Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) adviseert het Zorginstituut het Zorginstituut bij de beoordeling. Op basis van de beoordeling stuurt het Zorginstituut een advies aan de minister van VWS. De minister neemt de uiteindelijke beslissing om het medicijn wel of niet te vergoeden uit het basispakket van de zorgverzekering.

Bekijk het filmpje voor meer uitleg over hoe wij de beoordeling van geneesmiddelen aanpakken.

Beoordeling van geneesmiddelen door het Zorginstituut

Iedereen in Nederland betaalt mee aan de gezondheidszorg. Zorginstituut Nederland waakt erover dat die zorg goed én betaalbaar blijft.

Komt er bijvoorbeeld een nieuw medicijn op de markt, dan beoordelen wij of het vergoed moet worden uit het basispakket. We geven daarover advies aan de minister voor Medische Zorg.

Die beoordeling gaat zo:
Als een medicijn is goedgekeurd kan de fabrikant een aanvraag bij ons doen voor toelating tot het basispakket. Zodra we alle informatie en wetenschappelijke onderzoeken hebben ontvangen, gaan we aan de slag.
We beantwoorden vragen als:

  • Hoe ernstig is de ziekte?
  • Hoe goed werkt het medicijn?
  • Bij welke groep patiënten?
  • En, wat kost het ten opzichte van wat het oplevert voor de patiënt?

Als er al een medicijn voor de ziekte is, dan vergelijken we ze met elkaar.

Soms blijkt tijdens de beoordeling dat er onzekerheid is over hoe lang de ziekte wegblijft. Of dat het niet bij alle patiënten lijkt te werken. We adviseren dan over wie het medicijn moet krijgen.
Soms is het medicijn heel duur. Vergoeding hiervan kan dan ten koste gaan van zorg voor andere patiënten. We adviseren dan om over de prijs te onderhandelen.

Bij de beoordeling betrekken we patiëntenorganisaties, dokters en zorgverzekeraars. En we krijgen advies van twee onafhankelijke commissies:
de Wetenschappelijke Adviesraad en de Adviescommissie Pakket.

We wegen alle feiten en onzekerheden tegen elkaar af in ons advies. De minister besluit uiteindelijk of het medicijn vergoed wordt uit het basispakket.

Zo besteden we het geld voor de zorg, waar iedereen aan meebetaalt, aan goede medicijnen die het geld waard zijn.