De basisverzekering vergoedt de kosten van zorgverlening door de huisarts. Hiervoor geldt géén eigen risico. Het eigen risico geldt wel voor zorg die de huisarts voorschrijft (bijvoorbeeld medicijnen), de (laboratorium)diagnostiek die de huisarts buiten zijn praktijk laat uitvoeren en de zorg waarnaar hij verwijst (bijvoorbeeld een paramedicus of een medisch specialist).

Huisartsenzorg

Bij de huisarts kunnen mensen terecht met gezondheidsklachten en vragen over hun gezondheid. Bij ernstige klachten kan de huisarts ook een bezoek aan huis brengen. De huisarts behandelt zelf medische klachten, maar soms is vervolgens zorg nodig van bijvoorbeeld een dokter in het ziekenhuis, een psycholoog of een wijkverpleegkundige.

Een aantal behandelingen laat de huisarts uitvoeren door de praktijkassistente, de praktijkverpleegkundige of de nurse practitioner. Voor het zelfstandig afhandelen van klachten hebben deze verpleegkundigen duidelijke instructies gekregen van de huisarts, maar de huisarts blijft wel zelf verantwoordelijk. De basisverzekering vergoedt de zorg die een huisarts zelf verleent of laat verlenen door ondersteunend personeel in de praktijk.

Huisartsenzorg bestaat onder meer uit:

  • Beoordeling en behandeling van medische klachten: de huisarts is het eerste aanspreekpunt voor medische klachten en handelt een groot deel van alle klachten zelf af. De kosten van de zorg door de huisarts zelf of van de medewerkers binnen de praktijk vallen buiten het eigen risico.
  • (Laboratorium)diagnostiek aanvragen: om te bepalen waar iemand last van heeft (het stellen van de diagnose) kan een huisarts testen aanvragen bij (huisartsen)laboratoria. Op basis van de resultaten van de test kan de huisarts vervolgens de juiste behandeling bepalen. De kosten van de (laboratorium)diagnostiek vallen onder het eigen risico.
  • Doorverwijzen naar een dokter in het ziekenhuis voor verder onderzoek of behandeling: na het onderzoek of de behandeling door de medisch-specialist kan de huisarts de patiënt eventueel zelf verder behandelen.
  • Voorschrijven van medicijnen. De kosten voor medicijnen die door de huisarts zijn voorgeschreven vallen onder het eigen risico.

Huisartsenzorg staat beschreven in artikel 2.4 van het Besluit zorgverzekering.

Zorg van de huisarts in of buiten de woonplaats

Om naar de huisarts te kunnen, moet een verzekerde zich zelf inschrijven bij een huisarts in zijn woonplaats. In sommige situaties kan echter huisartshulp noodzakelijk zijn, terwijl de verzekerde niet naar zijn eigen huisarts kan. Bijvoorbeeld tijdens een dagje uit of vakantie in eigen land. In die gevallen zal de voor de patiënt ‘onbekende’ huisarts een bedrag in rekening brengen, het zogenaamde passantentarief. Dit bedrag is hoger dan het gebruikelijke tarief voor een consult bij de ‘eigen’ huisarts. Deze kosten kan de verzekerde declareren bij zijn zorgverzekeraar.

Ketenzorg

Bij sommige chronische aandoeningen vereist goede zorg de samenwerking tussen huisarts en andere disciplines, bijvoorbeeld diëtist en/of fysiotherapeut en oefentherapeut. Dit kan het geval zijn bij diabetes, COPD of cardiovasculair risicomanagement (het van te voren inschatten of er een hoog risico is op hartziekten en/of vaatziekten) . Deze vorm van zorg noemt men ketenzorg.

Stoppen-met-roken programma

Verzekerden die willen stoppen met roken kunnen aanspraak maken op een vergoeding voor het stoppen-met-roken programma. Dit is zorg zoals omschreven in artikel 2.5b van het Besluit zorgverzekering.

Het programma bestaat altijd uit begeleiding gericht op gedragsverandering en wordt indien nodig aangevuld met farmacologische ondersteuning (medicijnen). De zorgmodule ‘Stoppen met Roken’ en de CBO-richtlijn 'Behandeling van tabaksverslaving en stoppen met roken ondersteuning’ zijn hierbij richtinggevend.

Programma

De huisarts is meestal het eerste aanspreekpunt. De huisarts bespreekt samen met de verzekerde wat de mogelijkheden zijn om te stoppen met roken en bepaalt of en welke zorg en hulp er verder nodig is.
Een mogelijke vervolgstap van het programma is gedragsmatige ondersteuning door een gekwalificeerde hulpverlener of behandelaar. Sommige huisartsen bieden zelf een individuele of groepsbehandeling met het doel om het gedrag van de verzekerde te veranderen. Als de huisarts geen stoppen-met-rokenzorg of begeleiding biedt, kan de huisarts doorverwijzen naar een andere huisarts of een andere zorgaanbieder of instelling die deze zorg wel aanbiedt.
De verzekerde kan nicotinevervangende middelen krijgen ter ondersteuning bij het stoppen met roken als dat nodig is. Deze middelen worden dan vanuit het stoppen-met-rokenprogramma vergoed.
Als deze middelen niet voldoende werken, kan de verzekerde in aanmerking komen voor geneesmiddelen.

Eigen risico bij stoppen-met-roken programma

Als het stoppen-met-roken programma meer hulp of zorg inhoudt dan alleen consulten en behandelingen door de huisarts, dan is het eigen risico van toepassing.

Wlz-zorg

Als een verzekerde Wlz-zorg thuis ontvangt, kan hij zijn eigen huisarts houden. Als de verzekerde verhuist dan is het mogelijk dat hij een andere huisarts moet kiezen. Dat kan ook zo zijn, als hij naar een Wlz-instelling verhuist. Alleen als een verzekerde naar een Wlz-instelling verhuist, waar hij verblijf en behandeling krijgt van dezelfde instelling, kan hij geen eigen huisarts meer hebben. Dit staat beschreven op de pagina 'aanvullende zorg bij verblijf en behandeling (Wlz)'. Deze zorg wordt dan betaald vanuit de Wlz.