Pilot geneesmiddelen voor de behandeling van multipel myeloom

Zorginstituut Nederland is gestart met een pilot om een alternatieve, indicatiebrede aanpak voor de beoordeling van geneesmiddelen voor multipel myeloom uit te werken. Deze aanpak is gericht op het beoordelen van een reeks behandelingen met verschillende geneesmiddelen of met combinaties van geneesmiddelen. Belangrijk daarbij is om te bepalen welke volgorde van opeenvolgende behandelingen het meest (kosten)effectief is en waarde toevoegt voor de patiënt. De pilot is het vervolg op 2 adviezen van het Zorginstituut over combinaties van geneesmiddelen voor multipel myeloom.

Multipel myeloom

Bij multipel myeloom (MM) is sprake van een ongecontroleerde deling van kwaadaardige plasmacellen (witte bloedcellen die antistoffen maken) in het beenmerg. Beenmerg is weefsel in de botten. Het wordt ook wel de ziekte van Kahler genoemd. In Nederland krijgen naar schatting 1100 patiënten per jaar de diagnose MM. De meeste van hen zijn 65 jaar of ouder. Patiënten worden vaak meerdere keren en met verschillende geneesmiddelen of combinaties van geneesmiddelen behandeld.

Pilot geneesmiddelen multipel myeloom: indicatiebrede aanpak

In de behandeling van MM volgen nieuwe behandelmogelijkheden elkaar snel op. Hierdoor verandert de voorkeur in de volgorde van opeenvolgende behandelingen snel, ook omdat de keuze voor een bepaalde behandeling invloed heeft op de keuze voor een latere behandeling. Door deze bijzondere situatie vindt het Zorginstituut dat de beoordeling van individuele behandelcombinaties bij MM niet het juiste instrument is om vraagstukken rond de inzet van geneesmiddelen en betaalbaarheid aan te pakken. Het Zorginstituut is daarom een pilot gestart om een indicatiebrede aanpak voor MM uit te werken.

Bij de indicatiebrede aanpak staat de volgende vraag centraal: welke volgorde van opeenvolgende behandelingen werkt het beste, heeft een goede verhouding tussen effecten en kosten, en voegt waarde toe voor de patiënt? Deze aandacht voor de beste behandelvolgorde wijkt af van de manier waarop het Zorginstituut geneesmiddelen gewoonlijk beoordeelt. Die manier houdt in dat we iedere behandeling met een geneesmiddel op zichzelf per behandeling beoordelen. 

Aanleiding voor de pilot

Het Zorginstituut heeft op 11 februari 2021 een advies over 6 behandelcombinaties van geneesmiddelen voor patiënten met MM uitgebracht aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dit advies ging over combinaties van de (sluis)geneesmiddelen lenalidomide, daratumumab, carfilzomib en pomalidomide:

Pakketadvies 6 behandelcombinaties van geneesmiddelen bij multipel myeloom.

Op 25 mei 2021 is een vervolgadvies uitgebracht over het sluismiddel isatuximab (Sarclisa), dat ook wordt toegepast bij MM:

Pakketadvies sluisgeneesmiddel isatuximab (Sarclisa®).

Het Zorginstituut vindt dat de effectiviteit van deze geneesmiddelen voldoende is aangetoond. Maar omdat de behandelmogelijkheden voor de ziekte MM zo snel veranderen, adviseerde het Zorginstituut de minister een pilot te starten om een nieuwe beoordelingsaanpak voor de MM-medicijnen te ontwikkelen. Ook adviseerden we om de beoordeelde MM-medicijnen in de pilotperiode tijdelijk op te nemen in het basispakket, onder voorwaarden en na scherpe prijsonderhandeling. 
De minister heeft ons advies om een pilot te starten overgenomen. Inmiddels is het medicijn lenalidomide op 1 maart 2022 vanuit de sluis voor dure geneesmiddelen ingestroomd in het basispakket van de zorgverzekering. Voor de andere MM-medicijnen onderhandelt de minister van VWS nog over de prijs.

Taakgroep multipel myeloom

Voor de uitwerking van de indicatiebrede aanpak heeft het Zorginstituut een taakgroep samengesteld. Hierin zijn de belanghebbende partijen vertegenwoordigd. Vanuit hun eigen expertise en verantwoordelijkheid geven deze partijen hun zienswijze op de uitwerking van relevante thema’s die bij de nieuwe aanpak aan de orde zijn. Deze thema’s zijn onder meer: vergoeding uit het basispakket, onderzoek naar gepast gebruik, kosten en het volgen van gepast gebruik in de praktijk (realtime monitoring). 

De taakgroep bestaat op dit moment uit de onderstaande deelnemers.

  • Namens de behandelaren (internist-hematologen): Pieter Sonneveld en Sonja Zweegman. 
  • Namens MM-patiënten: Hans Breurer, Pauline Evers en Jan Mol. 
  • Namens de zorgverzekeraars: Sylvia van der Flier en Sahar van Waalwijk. 
  • Namens het Zorginstituut: Jolanda de Boer, Huib Kooijman, Lonneke Timmers en Frank van den Berg (vanaf 1 april 2021). 

Toegang en beoordeling nieuwe medicijnen voor MM tijdens pilotperiode

Voor MM-patiënten is het belangrijk dat zij snel toegang tot nieuwe geneesmiddelen hebben. Daarom heeft het Zorginstituut in overleg met het ministerie van VWS een route gemaakt voor de beoordeling van MM-geneesmiddelen die in de pilotperiode beschikbaar komen. Meer informatie vindt u op de pagina 'Route toegang beoordeling nieuwe MM-medicijnen tijdens pilot'.

ICD-10-code

Dit dossier heeft betrekking op de volgende ICD-10-code: C90.0 Multiple myeloma.

Voor informatie

Voor informatie over de pilot kunt u een e-mail sturen naar:

Jolanda de Boer, specialistisch adviseur
E-mail: warcg@zinl.nl

Planning

De pilot is naar verwachting uiterlijk in het eerste kwartaal van 2024 afgerond. Aan het eind van de pilotperiode brengt het Zorginstituut een indicatiebreed advies uit over de inzet van geneesmiddelen bij MM.