Zvw 2024

Jaarlijks stelt de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) de hoogte van de macro-deelbedragen voor het vereveningsjaar vast. Dit wordt vastgelegd in de Regeling risicoverevening. Dit bedrag dient als dekking van onevenredige lasten van individuele zorgverzekeraars als gevolg van de acceptatieplicht.

Vereveningsbijdragen

De risicoverevening is een financieringssysteem van het ministerie van VWS om de solidariteit van ons zorgstelsel te bewaken. Zorgverzekeraars zijn verplicht om iedereen te accepteren die een zorgverzekering wil afnemen: rijk en arm, jong en oud, gezond en ziek. Door die verplichting zijn de kosten die zorgverzekeraars maken niet altijd gelijk verdeeld. Zorgverzekeraars maken hogere kosten als ze veel verzekerden hebben met ernstige aandoeningen. Om te zorgen dat het systeem van solidariteit kan blijven bestaan, ontvangen deze zorgverzekeraars een compensatie uit het Zorgverzekeringsfonds. Die compensatie noemen we de ‘vereveningsbijdrage’.

De kosten van de prestaties Zvw worden per verzekerde genormeerd. Deze normbedragen per verzekerde tellen op tot een vereveningsbijdrage per zorgverzekeraar. Het Zorginstituut keert deze vereveningsbijdrage uit aan zorgverzekeraars, onder aftrek van de rekenpremies die verzekerden rechtstreeks aan zorgverzekeraars betalen. 

Ex-ante vaststelling

In oktober voorafgaand aan het bijdragejaar stellen wij in de ex-ante vaststelling Zvw per zorgverzekeraar de vereveningsbijdrage vast.

Lenteherberekening

In april van het bijdragejaar herberekenen wij de verzekerdenaantallen op basis van de verzekerdenstand van de maand maart.

Eerste voorlopige vaststelling

In september na het bijdragejaar stellen wij per zorgverzekeraar de vereveningsbijdrage voor de eerste keer voorlopig vast op basis van gerealiseerde verzekerdenaantallen en voorlopige gegevens in de jaarstaat Zvw van de zorgverzekeraars.

Tweede voorlopige vaststelling

In september van het derde jaar na het bijdragejaar stellen wij per zorgverzekeraar de vereveningsbijdrage voor de tweede keer voorlopig vast op basis van gedeeltelijk nieuwe gegevens. Verder betrekt het Zorginstituut hierbij de dan bekende correcties van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) op basis van de rapporten Zvw.

Definitieve vaststelling

De definitieve vaststelling vindt uiterlijk 4 jaar na het bijdragejaar plaats. Hierbij worden eventuele correcties doorgevoerd op de definitieve gegevens in de jaarstaat Zvw op basis van de rapporten Zvw van de NZa.

Publicaties