Uitkomstinformatie voor Samen Beslissen in ketens in de curatieve zorg: subsidie voor 8 voorloper projecten

In het najaar van 2019 starten 8 voorloper projecten met subsidie vanuit de stimuleringsregeling 'Transparantie over de kwaliteit van zorg'. Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Zorg (VWS) heeft hiervoor € 5,75 miljoen subsidie beschikbaar gesteld.

Samen beslissen

Thema 2019

In 2019 hebben 40 samenwerkende partijen een subsidieaanvraag ingediend rondom het thema: Het gebruiken van uitkomstinformatie voor Samen Beslissen in ketens in de curatieve zorg. Om voor subsidie in aanmerking te komen, moeten projecten voldoen aan algemene én thema specifieke criteria. Bij 8 van de indieners is dat het geval.

Geïnformeerde burger

In 2022 moet, in ieder geval voor de aandoeningen die de helft van de ziektelast bepalen, Samen Beslissen gemeengoed zijn. Burgers kunnen samen met hun zorgverleners beter beslissingen ‘op maat’ nemen over hun eigen gezondheid; zij gaan beschikken over de voor hen relevante informatie over het zorgaanbod, de (geleverde) kwaliteit ervan en de behandelmogelijkheden. ‘Het begint met inzage verkrijgen in welke informatie relevant is en hoe men die begrijpelijk presenteert’, aldus programmaleider Willemijn Krol. ‘Binnen de toegekende subsidietrajecten werken betrokkenen in de zorgketen aan een eenduidige en betrouwbare informatie verzameling en –uitwisseling. En nog belangrijker, hoe ze die informatie gebruiken in het Samen beslissen over de best passende zorg.’

Laatste subsidiejaar

De stimuleringsregeling, die sinds 2016 wordt uitgevoerd door Zorginstituut Nederland loopt tot 2021. Dit jaar starten de laatste projecten. ‘Met behulp van de regeling zijn de afgelopen jaren in totaal 48 voorloper projecten gefinancierd’, vertelt Willemijn. ‘Elk jaar heeft een specifiek thema. Daarmee maken we de beweging van Samen beslissen steeds groter. Bovendien hebben de subsidieprojecten een inspanningsverplichting om alle kennis en instrumenten te verspreiden zodat ook anderen daar hun voordeel mee kunnen doen.’