Zorginstituut Nederland beoordeelt of blaasinstillatie met blaasspoelvloeistoffen effectieve zorg is voor patiënten met blaaspijnsyndroom (BPS) en Hunnerse laesies. Deze zorg is voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. De voorwaarde daarvoor was dat patiënten deelnamen aan het onderzoek naar de effectiviteit van deze behandeling. Voor dit standpunt gebruiken we de resultaten van dat onderzoek. Alleen als zorg écht werkt, kan die blijvend vergoed worden uit het basispakket van de zorgverzekering.

Uitleg over blaasinstallatie met blaasspoelvloeistof bij patiënten met BPS en Hunnerse laesies

Patiënten met BPS ervaren pijn, druk of discomfort van de urineblaas. Ze hebben ook een ander symptoom, zoals urgency-frequentie. Dat is hevige aandrang en vaak moeten plassen. Deze symptomen worden mogelijk veroorzaakt door een defect in de glycosaminoglycanen-laag in de blaaswand. Glycosaminoglycanen zijn lange suikermoleculen die een beschermlaag vormen voor de blaaswand. Beschadiging van deze laag leidt tot een verhoogde kans dat irriterende stoffen in het weefsel van de blaas terechtkomen en deze beschadigen. De onderzochte behandeling bestaat uit blaasspoelingen met chondroïtinesulfaat of hyaluronzuur. Deze stoffen vallen allebei onder de glycosaminoglycanen. De verwachting is dat deze stoffen zich aan de blaaswand hechten en de glycosaminoglycanenlaag versterken en herstellen. Dat beschermt het weefsel van de blaas tegen irriterende stoffen van de urine.

De blaasspoelvloeistoffen worden ingebracht via een katheter. Dit is een flexibel slangetje in de urineblaas. De eerste 6 weken is het gebruikelijk doseringsschema 1 keer per week en daarna 1 keer per maand. Bij patiënten met BPS en Hunnerse laesies is er sprake van een duidelijk biologisch aantoonbare ziekte van de blaaswand. Voor hen is de ziektelast over het algemeen hoger dan bij andere patiënten met BPS. Volgens de onderzoeksgroep zijn er in Nederland tussen de 200 tot 400 patiënten met BPS en Hunnerse laesies.

Aanleiding voor deze beoordeling

Met ingang van 1 juli 2021 is blaasinstillatie met blaasspoelvloeistoffen met chondrotëinesulfaat, hyaluronzuur of een combinatie daarvan voor de behandeling van BPS met Hunnerse laesies voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering voor een periode van 5 jaar en 9 maanden. De voorwaarde was dat patiënten deelnamen aan het onderzoek naar de effectiviteit en verhouding tussen kosten en werking van deze behandeling. 

Na het afronden van het onderzoek heeft het onderzoeksteam de resultaten geanalyseerd en met het Zorginstituut gedeeld. Daarna zijn we gestart met de beoordeling. We beoordelen voor 1 april 2027 of de blaasinstillatie met blaasspoelvloeistoffen met chondrotëinesulfaat, hyaluronzuur of een combinatie daarvan voldoet aan de 'stand van de wetenschap en praktijk’. Dat is de officiële wettelijke term voor effectiviteit. Het is de belangrijkste eis om zorg in het basispakket op te nemen.

Onderzoeksvraag en manier van onderzoek

Uitgangspunt bij dit standpunt is de vraag: Is blaasinstillatie met blaasspoelvloeistoffen met chondrotëinesulfaat, hyaluronzuur of een combinatie daarvan effectief in het verminderen van pijnklachten bij patiënten met BPS en Hunnerse laesie in vergelijking met een placebo? Een placebo is een nep-medicijn.

Om deze vraag te beantwoorden gebruiken we de resultaten van het genoemde onderzoek. Ook gebruiken we gepubliceerde resultaten van andere onderzoeken. Daarnaast doen we een uitgebreid literatuuronderzoek volgens een vastgestelde methode. We selecteren daarbij wetenschappelijke publicaties die kunnen helpen bij het beantwoorden van de vraag.

Gevolgde procedure

Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.

Een standpunt van het Zorginstituut is wettelijk bepalend. Dit betekent dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hier verder niet meer over beslist. 

Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit standpunt? Mail uw vraag dan naar Lukas Verweij via ons contactformulier.

Planning

Planning tot aan publicatie standpunt
Stap in het procesDatum
Start dossier1 oktober 2026
Besluit Raad van Bestuur9 maart 2027
Publicatie standpuntuiterlijk 1 april 2027

Betrokken partijen

  • Interstitiële cystitis patiëntenvereniging (ICP)
  • Nederlandse Vereniging voor Urologie (NVU)
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)