Standpunt behandeling van (ernstig) astma in het hooggebergte

In dit standpunt maken wij bij de beoordeling van de effectiviteit van de hooggebergtebehandeling onderscheid tussen twee groepen astmapatiënten. Het betreft de door de beroepsgroepen geïdentificeerde subgroep van mensen met ernstig refractair astma voor wie de beroepsgroepen de hooggebergtebehandeling als ultimum remedium beschouwen, en de ‘overige mensen met astma’.

Standpunt Zorginstituut

Het Zorginstituut concludeert dat voor de groep ‘overige mensen met astma’ onvoldoende bewijs van voldoende methodologische kwaliteit aanwezig is, om te kunnen concluderen dat de hooggebergtebehandeling, ten opzichte van behandeling op zeeniveau, voldoende bewezen effectief is. De
hooggebergtebehandeling heeft tegenwoordig, gelet op het behandelarsenaal dat op zeeniveau beschikbaar is, geen meerwaarde. De hooggebergtebehandeling voor deze groep ‘overige mensen met astma’ behoort hierdoor niet (langer) tot de te verzekeren prestatie geneeskundige zorg als bedoeld in artikel 2.4 van het Bzv.

Over de effectiviteit van de hooggebergtebehandeling van de door de beroepsgroepen benoemde subgroep, kinderen en volwassenen met ernstig (refractair) astma, doet het Zorginstituut op dit moment geen uitspraak. Wij handhaven de hooggebergtebehandeling voor deze specifieke doelgroep vooralsnog als te verzekeren prestatie en verbinden hieraan de voorwaarde dat er nader onderzoek plaatsvindt. Dit onderzoek moet het nu beperkte vertrouwen in de kortetermijnuitkomsten op de cruciale uitkomstmaten versterken en die
effecten ook op de langere termijn aantonen. Voor de volwassen verzekerden die tot de subgroep behoren, is het Zorginstituut van oordeel dat klinische (long)revalidatie op zeeniveau voorliggend is.