Protonentherapie is een nieuwe vorm van radiotherapie (bestraling). De wijze waarop de straling wordt opgewekt is bij protonentherapie anders dan het geval is bij de conventionele technieken (zoals fotonenbestraling). Dit maakt het mogelijk een hogere dosis op de tumor en een lagere dosis op de omliggende organen en weefsels te geven. Voordeel van dit laatste is dat de schade aan omringende organen en weefsels kan worden beperkt. Als gevolg daarvan kunnen ernstige bijwerkingen, die vaak pas jaren laten optreden, worden verminderd.

Verwijzing naar het buitenland

Omdat protonentherapie tot begin 2018 niet beschikbaar was in Nederland, is het voorgekomen dat patiënten door hun Nederlandse arts voor behandeling zijn verwezen naar een buitenlands protonencentrum. Het hangt van de individuele situatie af, of behandeling met protonentherapie in het buitenland voor vergoeding uit de basisverzekering in aanmerking komt. Een verzekerde moet daarom altijd – samen met de behandelend arts in Nederland – aan zijn zorgverzekeraar vooraf toestemming vragen voor behandeling in het buitenland. De zorgverzekeraar kan dan beoordelen of de verzekerde de protonenbehandeling uit het basispakket vergoed krijgt.

Verdere informatie is te vinden in de onderstaande paragrafen.

Protonentherapie beschikbaar in Nederland

Vanaf begin 2018 is protonentherapie in Nederland beschikbaar, al is het voorlopig in een beperkt aantal centra en voor een beperkt aantal patiënten. Het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG) maakt als eerste een geleidelijke start met het toepassen van protonentherapie bij daarvoor in aanmerking komende patiënten.  

Omdat het gaat om een geleidelijke introductie van protonentherapie in Nederland, kan het zich voorlopig blijven voordoen dat patiënten voor behandeling worden verwezen naar een buitenlands protonencentrum. Zie verder de informatie bij de paragraaf hierboven: 'Verwijzing naar het buitenland'.

Protonentherapie en basisverzekering

Het Zorginstituut heeft in de afgelopen jaren 3 rapporten uitgebracht over protonentherapie. In het rapport 'Protonentherapie' uit 2009 heeft het Zorginstituut uiteengezet hoe beoordeeld wordt of en bij welke indicaties protonentherapie onderdeel is van het basispakket.

In de standpunten uit 2010 en 2011 heeft het Zorginstituut geconcludeerd dat protonentherapie bij een aantal indicatiegebieden onderdeel is van het basispakket. Dat betreft de volgende indicatiegebieden:

  • intra-oculaire tumoren, chordomen/chondrosarcomen en pediatrische tumoren. Dit worden ook wel de ‘standaardindicaties’ genoemd.  
  • hoofd-halstumoren, mammacarcinomen, longcarcinomen en prostaatcarcinomen. Dit worden ook wel de ‘model-based indicaties’ genoemd.

Standpunten

Zorgvuldige selectie van patiënten

Voor patiënten met intra-oculaire tumoren, chordomen/chondrosarcomen of met pediatrische tumoren is behandeling met protonentherapie in principe de behandeling van eerste keuze. Wel zullen de behandelend arts en de patiënt altijd nog gezamenlijk moeten bespreken of er wellicht redenen zijn om toch van protonentherapie af te zien en voor een andere vorm van bestraling te kiezen.

Voor de model-based indicaties ligt dit anders. Patiënten die een aandoening hebben binnen één van die indicatiegebieden komen niet automatisch in aanmerking voor (vergoeding van) protonentherapie. Dat is alleen het geval als de verwachting is dat zij een belangrijk voordeel zullen hebben van protonentherapie in vergelijking met een andere moderne bestralingstechniek met fotonen. Dat is het geval als verwacht mag worden dat voor de patiënt het risico op ernstige (late) bijwerken lager is met protonentherapie dan met fotonentherapie. Om dit te beoordelen zullen altijd twee bestralingsplannen worden gemaakt, één met protonenbestraling en één met fotonenbestraling. Door deze met elkaar te vergelijken kan worden bepaald welke therapie moet worden ingezet.

Indicatieprotocollen

Om de patiënten die in aanmerking komen voor protonentherapie zorgvuldig te kunnen selecteren, is de beroepsgroep van radiotherapeuten (de Nederlandse Vereniging voor Radiotherapie en Oncologie, de NVRO) voor de model-based indicaties begonnen met het opstellen van indicatieprotocollen per tumorsoort.

In november 2017 heeft de NVRO het Landelijk indicatie protocol protonentherapie hoofd-halstumoren vastgesteld. Daarin staat beschreven hoe de behandelend radiotherapeut de patiënten kan selecteren voor wie van protonenbestraling een relevant voordeel is te verwachten. Dit protocol is te vinden op de website van de NVRO.

Het Zorginstituut heeft het Landelijk indicatie protocol protonentherapie hoofd-halstumoren op hoofdlijnen getoetst. Het Zorginstituut is van mening dat op zorgvuldige en transparante wijze en met adequate onderbouwing van keuzes het indicatieprotocol is opgesteld. Als een behandelaar-radiotherapeut met toepassing van dit protocol heeft geconcludeerd dat voor de individuele patiënt een relevant klinisch voordeel is te verwachten van protonentherapie in vergelijking met state-of-the-art fotonentherapie, dan mag de zorgverzekeraar van de betreffende patiënt ervan uitgaan dat deze is aangewezen op protonentherapie en voor vergoeding daarvan in aanmerking komt.
Het Zorginstituut heeft de minister voor Medische Zorg en Sport geïnformeerd over zijn bevindingen.

Brief aan minister over Landelijk indicatieprotocol protonentherapie hoofd-halstumoren - 22 januari 2018.

Samenvatting: Wanneer wordt protonentherapie vergoed vanuit het basispakket?  

Het Zorginstituut heeft vanwege vragen in de uitvoeringspraktijk in een brief de actuele situatie over protonentherapie en de basisverzekering samengevat. De vraag die in de brief beantwoord wordt is: wanneer krijgt een verzekerde protonentherapie vergoed vanuit het basispakket en wanneer niet?

Lees meer in de brief 'Protonentherapie: wanneer wordt het vergoed uit het basispakket?' - 12 april 2018

Expertgroep protonentherapie

Het Zorginstituut heeft de Expertgroep protonentherapie in het leven geroepen. Deze expertgroep bestaat uit verschillende veldpartijen, waaronder de NVRO, de Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisaties (NFK) en Zorgverzekeraars Nederland. De expertgroep komt elk half jaar bij elkaar bij het Zorginstituut en volgt de voortgang van de introductie van protonentherapie in Nederland.