Advies - Verdelen van schaarste in de wijkverpleging

In dit advies geeft Zorginstituut Nederland aan welke mogelijkheden er zijn om de schaarse wijkverpleging te verdelen. Het doel is dat mensen die wijkverpleging nodig hebben die ook kunnen krijgen, nu en in de toekomst. Het Zorginstituut adviseert om maximaal in te zetten op passende zorg en passende inzet van wijkverpleging. Het advies is op 2 november 2023 overhandigd aan de demissionaire minister voor Langdurige Zorg en Sport.

Aanleiding: meer zorgvragen en minder personeel

De vraag naar wijkverpleging neemt toe doordat de overheid mensen stimuleert om steeds langer thuis te blijven wonen. Dat staat bijvoorbeeld in het Integraal Zorg Akkoord (IZA) en het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO). Door deze ontwikkelingen, vergrijzing en de krapte op de arbeidsmarkt staat de toegankelijkheid van wijkverpleging onder druk. Dit raakt vooral kwetsbare groepen mensen, bijvoorbeeld ouderen en mensen met ernstige chronische aandoeningen.

Samenvatting van het advies

De wijkverpleging moet slimmer worden ingezet en georganiseerd. Het uitgangspunt van het Zorginstituut in dit advies is dat de wijkverpleegkundige met de indicatiestelling een instrument in handen heeft om passende zorg en passende inzet van wijkverpleging te bereiken. Het Zorginstituut adviseert om maximaal in te zetten op passende zorg en passende inzet van wijkverpleging. Hiervoor kijkt de wijkverpleegkundige bij de indicatiestelling of de inzet van ‘helpenden’ mogelijk is in plaats van verzorgenden. Ook kijkt de wijkverpleegkundige of het mogelijk is om digitale zorg en hulpmiddelen in te zetten. Dan kunnen mensen meer zelf doen en is er minder hulp van de wijkverpleging nodig. Als we wijkverpleging meer passend inzetten, is het niet nodig om nu over te gaan tot het vergoeden van minder wijkverpleging uit het basispakket van de zorgverzekering.

Alle partijen aan zet voor samenwerking in wijkverpleging

In dit advies geven we ook aan welke inzet van alle partijen nodig is voor passende inzet van schaarse wijkverpleging. Want niet alleen de wijkverpleegkundige is aan zet. De hele zorgsector moet de positie van de wijkverpleegkundige als eindverantwoordelijke voor de indicatiestelling erkennen en de samenwerking met de wijkverpleging hierop afstemmen.

Vervolgstappen op weg naar passende inzet wijkverpleging

Het Zorginstituut gaat volgen of de randvoorwaarden tot stand komen. Ook gaan we monitoren of partijen genoemde acties uitvoeren om tot meer passende inzet van wijkverpleging te komen. Daarnaast blijven we het tekort aan wijkverpleging in de gaten houden. We monitoren dit alles de komende 3 jaar. Als blijkt dat deze aanpak niet genoeg helpt om de druk op de wijkverpleging te verminderen, gaan we samen met VWS kijken of andere maatregelen nodig zijn. De mogelijkheid om minder wijkverpleging te vergoeden uit het basispakket zullen we dan ook weer overwegen. 

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit advies? Dan kunt u deze per e-mail stellen aan Martine Oonk via moonk@zinl.nl.