Pakketadvies aanspraak eerstelijns paramedische herstelzorg COVID-19

Zorginstituut Nederland adviseert de minister voor Medische Zorg een tijdelijke aanspraak voor eerstelijns paramedische herstelzorg te realiseren. Het betreft nazorg en revalidatie-ondersteuning voor patiënten die ernstige COVID-19 hebben doorgemaakt en in de herstelfase nog ernstige klachten en beperkingen ervaren. Het Zorginstituut adviseert ook een aantal voorwaarden te verbinden aan de duur, behandelomvang en uitvoering van de tijdelijke aanspraak.

Versneld advies

De uitbraak van het Corona-virus heeft zich ontwikkeld tot een uitzonderlijke pandemie die veel patiënten treft en grote maatschappelijke gevolgen heeft. Een deel van de patiënten wordt zodanig zwaar getroffen, dat zij zonder herstelzorg grote problemen ondervinden om hun dagelijkse activiteiten weer op te pakken of hun werkzaamheden te hervatten. Dit is niet alleen een individueel probleem, maar ook een groot maatschappelijk probleem. Daarom adviseert het Zorginstituut de minister voor Medische Zorg om de vergoeding van deze zorg tijdelijk en onder voorwaarden uitbreiden.

Het Zorginstituut en het ministerie van VWS streven er samen naar om de uitbreiding van de vergoeding voor eerstelijns paramedische herstelzorg na COVID-19 op zeer korte termijn in werking te laten treden.

Voorwaarden bij de tijdelijke aanspraak

De vergoeding voor de paramedische herstelzorg na ernstige COVID-19 geldt voor maximaal 6 maanden vanaf de indicatiestelling en verwijzing door medisch specialist of huisarts. De verwachting is, dat de behoefte aan zorg tussen patiënten kan variëren van enkele ondersteunende behandelsessies tot een heel behandelprogramma van enkele maanden. Gebruik van e-healthapplicaties en video-instructies wordt aanbevolen.

De vergoeding vanuit de basisverzekering is voor maximaal 50 behandelsessies door een fysio- of oefentherapeut, 8 behandeluren voor ergotherapie en 7 behandeluren voor diëtetiek binnen maximaal zes maanden. Halverwege, dus na ongeveer 3 maanden, beoordeelt de huisarts op basis van rapportages van de paramedici of de zorg voortgezet moet worden. Na zes maanden kan bij uitzondering en op indicatie van een medisch specialist een tweede behandelperiode van maximaal zes maanden ingaan, als zich blijvende schade aan longen of bewegingsstelsel blijkt voor te doen waarvoor behandeling door een paramedicus zinvol wordt geacht. Tijdens de hele behandelperiode worden regelmatig gegevens van de patiënt verzameld voor onderzoek. Dit zijn onder andere gegevens over de ingezette behandelingen, de vorderingen van het herstel en diverse gezondheidsuitkomsten, zoals een wandeltest, een meting van spierkracht en een vragenlijst over fysieke beperkingen.

Reactie van de minister voor Medische Zorg

De minister heeft paramedische herstelzorg voor coronapatiënten die ernstige klachten hebben, per 18 juli 2020 tijdelijk en onder voorwaarden opgenomen in het basispakket van de zorgverzekering. Gedurende de tijdelijke toelating tot het pakket vindt onderzoek naar de effectiviteit van deze zorg plaats.