Interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie (IMSR) is een persoonlijk revalidatieprogramma voor mensen met chronische pijn. De conclusie van Zorginstituut Nederland is dat dit geen effectieve zorg is voor patiënten die nog geen volledig behandeltraject hebben doorlopen in de eerste lijn. Daarmee kan IMSR bij deze groep patiënten niet worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Voor patiënten die al een volledig traject hebben doorlopen in de eerste lijn zonder succes, wordt onderzoek worden gedaan om uit te zoeken of IMSR meerwaarde heeft. Zolang dit onderzoek, loopt wordt IMSR nog vergoed bij deze groep.
Download: Standpunt interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie bij chronische pijn
Download: Bijlagen 1-5 bij standpunt IMSR
Download: Bijlagen 6 en 7 bij standpunt IMSR
Aanleiding standpunt IMSR
IMSR is een op maat gemaakt revalidatieprogramma voor mensen met chronische pijn met complexe en samenhangende problematiek. Dat betekent dat lichamelijke, psychische en sociale factoren een rol kunnen spelen. Patiënten volgen het programma meestal op de polikliniek van een revalidatiecentrum. Bij IMSR werken zorgverleners intensief samen aan 1 behandelplan. Het doel is dat deelnemers leren zelfstandig met pijn en de gevolgen daarvan om te gaan, zodat hun kwaliteit van leven verbetert en ze beter kunnen functioneren en meekomen in de maatschappij.
In 2022 concludeerde het Zorginstituut in een eerder standpunt dat IMSR een effectieve behandeling is voor patiënten met chronische pijn. Voor deze conclusie baseerden wij ons op 3 wetenschappelijke studies. Maar 2 doorslaggevende studies zijn in 2024 teruggetrokken, door twijfels over de betrouwbaarheid van de data die in het onderzoek zijn gebruikt. Daardoor is het wetenschappelijk bewijs voor de vergoeding van IMSR weggevallen. Het Zorginstituut heeft daarom opnieuw gekeken naar het beschikbare bewijs voor de effectiviteit van IMSR voor mensen met chronische pijn.
Samenvatting van het standpunt
Om uit te zoeken of IMSR effectief is, hebben we gekeken naar 2 groepen:
- patiënten die nog geen volledige behandeling in de eerste lijn hebben gehad, en
- patiënten die al een volledige behandeling in de eerste lijn hebben gehad, maar bij wie dat niet genoeg heeft geholpen.
Bij de eerste groep hebben we gekeken of IMSR beter helpt dan zorg in de eerste lijn. Hier is weinig onderzoek naar gedaan. Het onderzoek dat wel gedaan is, laat niet zien dat IMSR betere resultaten opleverde dan eerstelijnszorg. Onze conclusie is dat IMSR voor deze groep patiënten niet tot het basispakket behoort, omdat de meerwaarde niet vaststaat vergeleken met eerstelijnszorg. Patiënten die nu al een indicatie hebben voor IMSR mogen nog wel starten met de behandeling. En patiënten die al begonnen zijn aan de behandeling mogen deze nog afmaken.
De tweede groep patiënten heeft al een onsuccesvolle behandeling ondergaan in de eerste lijn. IMSR is voor deze patiënten de laatste optie voor behandeling. Het Zorginstituut ziet aanwijzingen in wetenschappelijk studies dat interdisciplinaire medisch-specialistische revalidatie voor hen kan werken. Maar er is nog geen concreet bewijs dat IMSR bij deze patiënten écht effectief is. IMSR wordt voor hen daarom tot 2030 tijdelijk vergoed. Tot dan doet de beroepsgroep nieuw onderzoek naar de effectiviteit van het revalidatieprogramma bij deze patiëntengroep.
Waarborgendocument: afspraken voor passende zorg
Zorginstituut Nederland heeft samen met zorgverleners, de patiëntenvereniging en zorgverzekeraars afspraken gemaakt om de zorg voor mensen met chronische pijn te verbeteren:
- Het moet duidelijk zijn welke patiënten in aanmerking komen voor de behandeling. Hiervoor is een indicatiedocument opgesteld.
- Er moet nader onderzoek gedaan worden naar de effectiviteit van IMSR bij patiënten bij wie IMSR de laatste optie voor behandeling is. Het Zorginstituut gaat de effectiviteit van IMSR bij deze groep in 2030 beoordelen.
- Ten slotte moet ook in de eerste lijn multidisciplinaire zorg breder beschikbaar komen voor patiënten met chronische pijn en complexe en samenhangende problematiek. Hiervoor is een nieuw traject opgestart, zie de werkagenda Multidisciplinaire eerstelijnsrevalidatie voor mensen met chronische pijn.
Gevolgde procedure
Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.
Een standpunt van het Zorginstituut geeft direct duidelijkheid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist hier verder niet meer over. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast.
Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit standpunt? Mail uw vraag dan naar Mona Wets via ons contactformulier.