Zorginstituut past maandelijkse voorschotten zorgverzekeraars aan

In mei vindt een herverdeling plaats van honderden miljoenen euro’s bij zorgverzekeraars. Dit gebeurt elk jaar in het kader van de risicoverevening op basis van de zogeheten lenteherberekening van Zorginstituut Nederland.

8 verzekeraars krijgen meer, 13 minder

Als gevolg van het aantal verzekerden dat in 2020 is overgestapt naar een andere zorgverzekeraar zijn de verwachte demografische samenstelling en gezondheidskenmerken van verzekerdenpopulaties gewijzigd. Als gevolg hiervan wijzigen ook de voorschotten die zorgverzekeraars maandelijks krijgen uit het Zorgverzekeringsfonds. Het Zorginstituut heeft in de lenteherberekening vastgesteld dat 8 verzekeraars er in totaal € 419 miljoen bij krijgen en dat 13 verzekeraars in totaal € 457 miljoen minder ontvangen.

Overstappers zijn jonger en vaker hoger opgeleid

Het aantal ‘overstappers’, mensen die van zorgverzekeraar zijn gewisseld, wordt door het Zorginstituut voor 2020 geschat op 7,3 procent. Dit percentage is inclusief collectieve verzekeringen die van aanbieder wisselen, maar exclusief collectieven die bij één van de grote zorgverzekeraars alleen van (merk)label zijn gewisseld. Verzekerden die in 2020 van zorgverzekeraar zijn veranderd, zijn gemiddeld genomen 10 jaar jonger, vaker hoogopgeleid, student of zelfstandige en hebben vaker minderjarige kinderen dan verzekerden die niet zijn gewisseld. Ook hebben ze minder vaak een chronische aandoening.

Maandelijkse voorschotten

Verzekerden hebben aan het eind van elk jaar de keuze of ze van zorgverzekeraar willen wisselen of niet. Hoe de precieze verdeling van verzekerden over alle zorgverzekeraars wordt, is echter aan het begin van elk nieuw jaar nog niet duidelijk. Terwijl het Zorginstituut dan al start met de betaling van maandelijkse voorschotten in het kader van de risicoverevening. Daarom wordt in die eerste maanden uitgekeerd op basis van de verwachte verzekerdenpopulaties. Die zijn vastgesteld in augustus van het voorgaande jaar. Op basis van de lenteherberekening volgt in het voorjaar van 2020 de herziening. 

Essentieel onderdeel zorgstelsel

De risicoverevening is als financieel instrument een essentieel onderdeel van het zorgstelsel. Uitgevoerd door het Zorginstituut levert het een belangrijke bijdrage aan de solidariteit, omdat het zorgverzekeraars in staat stelt om aan hun wettelijke acceptatieplicht te (blijven) voldoen. Dat houdt in dat ze niemand mogen uitsluiten, bijvoorbeeld op grond van gezondheidsrisico’s.

Op basis van de grootte, verwachte demografische samenstelling en gezondheidskenmerken van een verzekerdenportefeuille, bepaalt het Zorginstituut hoe hoog de risicovereveningsbijdrage is die een zorgverzekeraar krijgt uit het Zorgverzekeringsfonds. Een bijdrage is hoger, als een verzekeraar meer ouderen en mensen met chronische ziekten heeft. Op die manier worden zorgverzekeraars met een ‘hoog risico-portefeuille’ gecompenseerd en blijven ze concurrerend ten opzichte van verzekeraars die vooral gezonde mensen als verzekerden hebben.

€ 48,5 miljard beschikbaar

Door de coronacrisis is het op dit moment onduidelijk wat de totale kosten van de basisverzekering in 2020 uiteindelijk zullen gaan bedragen. Op basis van de Miljoenennota voor 2020 is rekening gehouden met in totaal € 48,5 miljard aan uitgaven voor zorg die daaronder valt. De risicoverevening financiert ongeveer 60 procent van deze kosten via inkomensafhankelijke bijdragen, belastingen en een rijksbijdrage. De rest wordt betaald via de maandelijkse nominale premies, eigen risico of eigen bijdrage.