Zorginstituut Nederland beoordeelt of ruggenmergstimulatie effectieve zorg is voor patiënten met chronische rug- en beenpijn na onvoldoende resultaat van standaardzorg. Het gaat om patiënten met de aandoening Persistent Spinal Pain Syndrome Type 1 (PSPS-T1). Alleen als zorg écht werkt, kan die vergoed worden uit het basispakket van de zorgverzekering. Dat onderzoeken we in dit standpunt voor ruggenmergstimulatie bij PSPS-T1.
Uitleg over ruggenmergstimulatie bij Persistent Spinal Pain Syndrome Type 1
Persistent Spinal Pain Syndrome Type 1 (PSPS-T1) is een aandoening waarbij mensen langdurige pijn hebben in de rug of benen. Het gaat om mensen die niet in aanmerking komen voor een rugoperatie. De klachten kunnen grote invloed hebben op het dagelijks leven. Mensen kunnen moeite hebben met lopen, slapen, werken of deelnemen aan sociale activiteiten. Vaak hebben patiënten al verschillende behandelingen geprobeerd, zoals fysiotherapie, pijnmedicatie, psychologische begeleiding of injecties, maar helpen deze onvoldoende. Voor deze patiënten is ruggenmergstimulatie een mogelijke behandeloptie.
Bij ruggenmergstimulatie wordt een klein apparaatje in de wervelkolom geplaatst. Dat apparaatje geeft via dunne draadjes lichte elektrische pulsen af aan het ruggenmerg. Hierdoor kunnen pijnklachten verminderen. Dit is met name effectief voor mensen met zenuwpijn. Dat is pijn door een aandoening of verstoring van het zenuwstelsel. Ruggenmergstimulatie wordt al vergoed voor patiënten met vergelijkbare klachten die al een rugoperatie hebben ondergaan.
Onderzoeksvraag en manier van onderzoek
Uitgangspunt bij dit standpunt is de vraag: Is ruggenmergstimulatie een effectieve behandeling voor patiënten met PSPS-T1 voor wie standaardzorg tot nu toe onvoldoende effect heeft gehad?
Om deze vraag te beantwoorden doet het Zorginstituut een uitgebreid literatuuronderzoek volgens een vastgestelde methode. We selecteren hiervoor wetenschappelijke publicaties en onderzoeksrapporten van experts in het vakgebied.
Gevolgde procedure
Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.
Een standpunt van het Zorginstituut is wettelijk bepalend. Dit betekent dat de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) hier verder niet meer over beslist. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast.
Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit standpunt? Mail uw vraag dan naar Ferdinand Bastiaens via ons contactformulier.
Planning
| Stap in het proces | Datum |
|---|---|
| Start dossier | juni 2026 |
| Eerste bespreking in de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) | vierde kwartaal 2026 |
| Start externe consultatie conceptstandpunt | vierde kwartaal 2026 |
| Besluit Raad van Bestuur | eerste kwartaal 2027 |
| Publicatie standpunt | eerste kwartaal 2027 |
Betrokken partijen
- Nederlands Instituut van Psychologen (NIP)
- Nederlandse Orthopedische Vereniging (NOV)
- Nederlandse Vereniging voor Anesthesiologie (NVA)
- Nederlandse Vereniging voor Neurochirurgie (NVvN)
- Nederlandse Vereniging voor Neurologie (NVN)
- Patiëntenfederatie Nederland
- Patiëntenvereniging voor Neuromodulatie (PVVN)
- Zorgverzekeraars Nederland (ZN)