Standpunt PTED bij lage rughernia en uitstralende beenpijn

Het Zorginstituut heeft beoordeeld of percutane transforaminale endoscopische discectomie (PTED) vergoed kan worden uit de basisverzekering. Met een PTED-operatie kan een hernia in de rug worden verwijderd. De conclusie van het Zorginstituut is dat volwassenen met een hernia in de lage rug en aanhoudende beenklachten in aanmerking komen voor vergoeding van deze behandeling uit de basisverzekering. Deze vergoeding gaat in op 1 december 2020. De vergoeding geldt voorlopig alleen als de operatie wordt gedaan door chirurgen die werkzaam zijn in 1 van de 4 ziekenhuizen die deelnamen aan ‘de PTED-studie’. De vergoeding geldt ook als de operatie wordt gedaan door chirurgen die werken in de Iprenburg Herniakliniek.

Behandeling van lage rughernia

Per jaar hebben tussen de 60.000 en 75.000 Nederlanders last van klachten in de lage rug met uitstralende beenpijn. De oorzaak van die pijn is vaak een hernia. Dat is een uitstulping van een tussenwervelschijf in de rug. Als die uitstulping op een zenuw drukt, kan dat pijn in de rug en in een been of beide benen veroorzaken. Deze pijn gaat vaak vanzelf over, maar bij ongeveer een kwart van de mensen niet. Als iemand na 10 tot 12 weken nog steeds pijn heeft, kan worden besloten de hernia met operatie te verwijderen.

Voor het standpunt heeft het Zorginstituut 2 hernia-operaties met elkaar vergeleken:

  • Open microdiscectomie. Dit is de standaardoperatie waarbij de hernia wordt verwijderd via een sneetje in de rug en de zenuwwortel wordt vrijgelegd. Voor microdiscectomie is vaak een algehele narcose nodig.
  • Percutane transforaminale endoscopische discectomie (PTED). Dit is een nieuwe operatie waarbij via een klein sneetje aan de zijkant van de rug een kijkbuis met een camera wordt ingebracht. Via de opening tussen twee wervels kan de hernia dan worden verwijderd. Dit gebeurt onder plaatselijke verdoving. PTED is voor patiënten een minder ingrijpende operatie.

Aanleiding voor dit standpunt over PTED

In een standpunt geeft het Zorginstituut aan of een bepaalde vorm van medische zorg in het basispakket thuishoort. Zorg in het basispakket is verzekerde zorg en wordt vergoed.

In 2013 heeft het Zorginstituut de minister van VWS geadviseerd PTED niet op te nemen in het basispakket. Er was toen onvoldoende bewijs voor de effectiviteit en veiligheid van de behandeling. In 2016 is PTED voor een periode van 4 jaar en 11 maanden voorwaardelijk tot het basispakket toegelaten om extra bewijs te verzamelen. Voordat deze periode eindigt, stelt het Zorginstituut aan de hand van de verzamelde gegevens vast of de zorg effectief is.

Voor voorwaardelijke toelating komen behandelingen, geneesmiddelen en hulpmiddelen in aanmerking die nog niet in het basispakket zitten, omdat de effectiviteit nog niet bewezen is. In de periode van de voorwaardelijke toelating moeten de onderzoekers gegevens verzamelen over de effectiviteit van de zorg en de verhouding tussen kosten en gezondheidswinst voor patiënten.

Resultaten van de onderzoeken naar het effect van PTED

Het Zorginstituut heeft beoordeeld of er nu voldoende bewijs is dat PTED minstens net zo goed is als de open microdiscectomie. In het standpunt heet dit ‘niet-inferieur’. In de periode van de voorwaardelijke toelating is een wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de behandeling met PTED, de zogenoemde PTED-studie. De resultaten van dit onderzoek hebben we gebruikt bij onze beoordeling. Het is aan de onderzoekers zelf om deze onderzoeksresultaten openbaar te maken. Daarnaast hebben we gekeken naar resultaten van andere onderzoeken en nationale en internationale richtlijnen.

Het Zorginstituut heeft PTED vergeleken met de standaardoperatie. Het ging daarbij om volwassen patiënten die na 10-12 weken nog steeds beenklachten hadden en niet eerder waren geopereerd aan een hernia op hetzelfde niveau in de rug. We hebben gekeken naar:

  • uitstralende beenpijn op de korte en lange termijn;
  • functioneren op de korte en lange termijn;
  • het aantal complicaties;
  • de kans op een heroperatie.

Conclusie Zorginstituut over vergoeding PTED

Op basis van het beschikbare bewijs is de conclusie dat PTED minstens net zo goed is als de standaardoperatie. Hiermee voldoet PTED aan de stand van de wetenschap en praktijk. Daarom adviseert het Zorginstituut aan de minister voor Medische Zorg en Sport om PTED voortaan uit de basisverzekering te vergoeden.

Het Zorginstituut heeft ook de gevolgen berekend voor de totale zorgkosten. Als PTED uit het basispakket wordt vergoed, levert dat per jaar een kostenbesparing op van minimaal € 247.000 (bij 1000 patiënten) en maximaal € 617.500 (bij 2500 patiënten).

Vergoeding voorlopig alleen in 4 ziekenhuizen en Iprenburg Herniakliniek

In de periode van de voorwaardelijke toelating is gebleken dat de effectiviteit van PTED afhangt van de ervaring van chirurgen. Hoe vaker zij de operatie doen, hoe beter het resultaat voor patiënten. Daarom gaan de beroepsgroepen, zorgverzekeraars en patiëntenorganisaties op verzoek van het Zorginstituut een ‘waarborgendocument’ opstellen met de kwaliteitscriteria voor PTED.

Pas als het waarborgendocument klaar is, geldt de vergoeding uit het basispakket voor alle ziekenhuizen die voldoen aan de afgesproken kwaliteitscriteria. Tot die tijd geldt de vergoeding alleen als de operatie wordt gedaan door chirurgen die succesvol hebben deelgenomen aan het traject van de voorwaardelijke toelating (de zogenoemde PTED-studie). Deze chirurgen werken bij een van de volgende 4 ziekenhuizen: Rijnstate Ziekenhuis (Arnhem), Rijnland Ziekenhuis (Leiderdorp), Park Medisch Centrum (Rotterdam) en St. Elisabeth Ziekenhuis (Tilburg). 

Daarnaast heeft de Nederlandse Orthopaedische Vereniging (NOV) uitgesproken dat orthopedisch chirurgen werkzaam in de Iprenburg Herniakliniek (Veenhuizen) ook zijn opgeleid in het correct en veilig uitvoeren van deze behandeling.  Daarom mogen zij de PTED-behandeling onder dezelfde voorwaarden uitvoeren als chirurgen die hebben deelgenomen aan de PTED-studie.