De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft in de 'Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2026' het macrobedrag dat beschikbaar is voor de uitvoering van de Wlz in 2026 vastgesteld op € 272,027 miljoen. Het bedrag dient als dekking van de totale beheerskosten van de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders.

Beheerskosten

De kosten voor de uitvoering van de Wlz zijn gebudgetteerd. Op basis van de 'Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten 2026' stelt het Zorginstituut beleidsregels vast voor de verdeling van het budget voor:

  • de zorgkantoren (€ 127,779 miljoen);
  • de Wlz-uitvoerders (€ 144,248 miljoen).

Voorlopige vaststelling

In januari 2026 stelt het Zorginstituut de voorlopige beheerskostenbudgetten per zorgkantoor en per Wlz-uitvoerder vast. In februari 2026 gebeurt dit voor de Sociale Verzekeringsbank (SVB). Hierop worden maandelijks voorschotten verstrekt uit het Fonds langdurige zorg (Flz).

Nadere vaststelling

Naar verwachting in oktober van 2026 stelt de minister van VWS het macrobudget definitief vast in de 'Tweede nadere Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten Wlz 2026'. Het budget van de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders wordt vervolgens in februari 2027 nader vastgesteld.

Definitieve vaststelling

Uiterlijk in 2028 worden de beheerskostenbudgetten van de zorgkantoren en de Wlz-uitvoerders definitief vastgesteld. Hierbij worden eventuele correcties doorgevoerd op basis van de rapporten Wlz van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Het Zorginstituut verrekent rente over te veel of te weinig verstrekt beheerskostenbudget.

Zorgkosten

De kosten van Wlz-aanspraken die zorgkantoren en Wlz-uitvoerders rechtstreeks hebben betaald, worden naar werkelijke kosten vastgesteld en vergoed. In 2026 zal de definitieve vaststelling van deze zorgkosten over 2024 plaatsvinden.