Wlz 2021

De minister van VWS heeft in de 'Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten 2021' het macrobedrag dat beschikbaar is voor de uitvoering van de Wlz in 2021 vastgesteld op € 254,224 miljoen. Het bedrag dient als dekking van de totale beheerskosten van de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de Sociale Verzekeringsbank (SVB). De middelen bestemd voor de SVB zijn voor de dekking van de uitvoeringskosten van het persoonsgebonden budget (PGB) die vallen onder de Wlz.

Beheerskosten

De kosten voor de uitvoering van de Wlz zijn gebudgetteerd. Op basis van de 'Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten 2021' stelt het Zorginstituut beleidsregels vast voor de verdeling van het budget voor:

  • de zorgkantoren (€ 90,820 miljoen),
  • de Wlz-uitvoerders (€ 128,901 miljoen) en
  • de SVB (€ 34,503 miljoen).

Voorlopige vaststelling

In maart 2021 stelt het Zorginstituut de voorlopige beheerskostenbudgetten per zorgkantoor en per Wlz-uitvoerder en voor de SVB vast. Hierop worden maandelijks voorschotten verstrekt uit het Fonds langdurige zorg (Flz).

Nadere en definitieve vaststelling

Naar verwachting in november of december van 2021 stelt de minister van VWS het macrobudget definitief vast in de 'Nadere Aanwijzing besteedbare middelen beheerskosten 2021'. Het budget van de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB wordt vervolgens in mei 2022 nader vastgesteld.
Uiterlijk in 2024 worden de beheerskostenbudgetten van de zorgkantoren, de Wlz-uitvoerders en de SVB definitief. Het Zorginstituut verrekent rente over te veel of te weinig verstrekte beheerskosten.

Zorgkosten

De kosten van Wlz-aanspraken die zorgkantoren en Wlz-uitvoerders rechtstreeks hebben betaald worden naar werkelijke kosten vastgesteld en vergoed.

Definitieve vaststelling

De definitieve vaststelling vindt uiterlijk in 2023 plaats. Hierbij worden eventuele correcties doorgevoerd op basis van de rapporten Wlz van de NZa.