In dit advies adviseert Zorginstituut Nederland de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) over het vergoeden van brillenglazen, brilmonturen en contactlenzen voor alle kinderen tot 18 jaar uit het basispakket van de zorgverzekering. We adviseren om de huidige vergoeding van kinderbrillen en contactlenzen uit het basispakket niet verder uit te breiden. Wel moet de vergoeding van kinderbrillen en contactlenzen goed worden geregeld voor gezinnen die het niet zelf kunnen betalen. Maar niet via het basispakket. Het Zorginstituut ziet gericht hulp bieden aan gezinnen met weinig geld als een beter passende en betaalbare oplossing.
Stand van zaken: advies gestuurd naar de minister
Het Zorginstituut heeft dit advies naar de minister van VWS gestuurd. De minister neemt de uiteindelijke beslissing om kinderbrillen en contactlenzen wel of niet te vergoeden uit het basispakket van de zorgverzekering.
Aanleiding: signalen over kinderbrilarmoede
Uit de politiek en media komen signalen dat een deel van de kinderen geen bril heeft, omdat hun ouders of verzorgers die niet kunnen betalen. Naar schatting gaat het om 25.000 tot 50.000 kinderen. In het uiterste scenario kunnen het zelfs 105.000 kinderen zijn. Deze zogeheten kinderbrilarmoede raakt het kind én de samenleving. Want zonder bril kan een kind bijvoorbeeld niet goed leren, sporten of veilig aan het verkeer deelnemen. Dit kan leiden tot kansenongelijkheid en gezondheidsverschillen tussen kinderen. Iedereen is het erover eens dat hiervoor een oplossing moet komen.
Samenvatting: huidige vergoeding uit het basispakket niet uitbreiden
Het Zorginstituut vindt dat vergoeding van kinderbrillen of contactlenzen goed moet worden geregeld voor kinderen uit gezinnen die het niet zelf kunnen betalen. Maar niet via het basispakket. Vergoeding uit het basispakket geldt namelijk voor iedereen. Het basispakket is voor iedereen gelijk en kan geen onderscheid naar inkomen maken. Als we besluiten om kinderbrillen te vergoeden, dan geldt dat ook voor gezinnen die een bril probleemloos zelf kunnen betalen. De kosten voor de samenleving kunnen jaarlijks stijgen met ruim € 200 miljoen als brillen en contactlenzen voor alle kinderen worden vergoed. Maar daardoor stijgt ook voor iedereen de zorgpremie. Ook voor mensen die nu al moeite hebben om hun zorgpremie te betalen. Daarom adviseert het Zorginstituut de minister van VWS om de huidige vergoeding uit het basispakket niet uit te breiden. Het zou een onevenredig grote collectieve investering zijn om een beperkte groep ouders of verzorgers te helpen. Maar een kinderbril is onmisbaar voor de ontwikkeling van een kind en volwaardige deelname aan de maatschappij. Daarom vindt het Zorginstituut het verbeteren van bestaande landelijke regelingen of vangnetten een beter passende en betaalbare oplossing voor gezinnen met weinig geld. Naar verwachting is jaarlijks € 5 miljoen tot € 10 miljoen genoeg om kinderbrillen volledig te vergoeden voor deze gezinnen.
Aanbevelingen voor oplossingen buiten het basispakket
De landelijke regelingen die kinderbrillen vergoeden voor de doelgroep lijken niet altijd goed te werken. Dat komt bijvoorbeeld doordat ouders ze niet kennen. Of doordat het aanvragen ingewikkeld is. Het Zorginstituut adviseert om deze landelijke vangnetten te verbeteren. Tot die tijd is een financiële overbruggingsregeling wenselijk. Zodat geen enkel kind dat het nodig heeft zonder bril naar school hoeft.
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit advies? Mail uw vraag dan naar Bas Veerman via ons contactformulier.