ACP-advies aan de Raad van Bestuur van het Zorginstituut over de vergoeding van kinderbrillen. De commissie heeft in haar vergadering van 13 maart 2026 gesproken over de vraag of de aanspraak op brillenglazen, contactlenzen en monturen uitgebreid moet worden, waardoor deze voor alle kinderen worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Tijdens de vergadering hebben de Nederlandse Vereniging van Orthoptisten (NVVO), het Nationaal Fonds Kinderhulp en het Jeugdeducatiefonds gezamenlijk, en Stichting Oog voor Onderwijs (Brillenbus) gebruikgemaakt van de mogelijkheid om in te spreken. Daarnaast heeft het secretariaat tijdens de vergadering het standpunt van de Optometristen Vereniging Nederland (OVN) op hun verzoek voorgelezen, omdat zij niet bij de vergadering aanwezig konden zijn.
Advies van de ACP aan het Zorginstituut
De commissie vindt dat alle kinderen die dat nodig hebben een bril moeten krijgen. Maar de commissie vindt ook, net als het Zorginstituut, dat vergoeding vanuit de basisverzekering hiervoor niet het juiste instrument is. Het is vanuit maatschappelijk perspectief niet verantwoord om een kinderbril voor alle kinderen te gaan vergoeden, met bijbehorende hoge budgetimpact en premiestijging, als met veel minder geld de doelgroep kan worden bereikt.
De commissie wil graag richting geven aan een oplossing en benadrukt de noodzaak van een gerichte structurele, landelijke oplossing om kinderbrillen voor een specifieke groep verzekerden financieel toegankelijk te maken buiten de basisverzekering om, met de bedoeling om kansenongelijkheid te verkleinen. De commissie acht het van belang dat voor deze selecte groep kinderen een bril volledig vergoed wordt, dus inclusief montuur, zonder eigen bijdragen en inclusief eventuele reparaties. Het is daarnaast belangrijk om in te zetten op de aanvullende screening van kinderen op latere leeftijd, ook om de doelgroep, waaronder mensen met beperkte gezondheidsvaardigheden, beter te bereiken. Hiervoor is structureel geld nodig. Totdat deze structurele oplossingen er zijn, moet de subsidieregeling aan het Nationaal Fonds Kinderhulp en het Jeugdeducatiefonds en de bijzondere bijstand in stand worden gehouden.