In dit standpunt beoordelen we of hartrevalidatie effectieve zorg is voor patiënten met stabiele angina pectoris en bij patiënten met atriumfibrilleren. Stabiele angina pectoris is pijn op de borst die ontstaat bij inspanning en die weer verdwijnt in rust. Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis en staat ook wel bekend als boezemfibrilleren. Hierbij is de hartslag onregelmatig en vaak sneller. De conclusie van het Zorginstituut is dat hartrevalidatie geen bewezen effectieve zorg is voor patiënten. Daarmee kan hartrevalidatie bij pijn op de borst bij inspanning en boezemfibrilleren niet worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering.
Over de behandeling: hartrevalidatie
Hartrevalidatie richt zich op het verbeteren van het functioneren van patiënten met een hartaandoening in het dagelijks leven. En op de behandeling van risicofactoren van hartaandoeningen. Verergering van de hartaandoening en het optreden van complicaties worden hiermee mogelijk voorkomen.
Hartrevalidatie is een op maat gemaakt multidisciplinair behandelprogramma dat bestaat uit verschillende onderdelen. Multidisciplinair betekent dat zorgverleners uit verschillende vakgebieden samenwerken. Het begint met een intakegesprek. Daarin bespreken de arts en de patiënt de behandeldoelen en de onderdelen van hartrevalidatie die daarbij passen. Bijvoorbeeld voorlichting, lichamelijke oefeningen, psychologische ondersteuning en leefstijladviezen. Een leefstijladvies is bijvoorbeeld stoppen met roken of voedingsadviezen. De cardioloog is verantwoordelijk voor de uitvoering van het hartrevalidatieprogramma. Patiënten gaan voor hartrevalidatie naar een ziekenhuis of een revalidatiecentrum, maar zij kunnen het programma ook thuis digitaal volgen.
Hartrevalidatie wordt aan verschillende groepen patiënten met een hartaandoening aangeboden. Ook patiënten met pijn op de borst bij inspanning.
Aanleiding standpunt hartrevalidatie bij stabiele angina pectoris en boezemfibrilleren
Het Zorginstituut concludeerde bijna 10 jaar geleden op basis van beschikbaar wetenschappelijk onderzoek dat er onvoldoende onderbouwing is dat hartrevalidatie bij patiënten met pijn op de borst een effectieve behandeling is. Sindsdien zijn partijen aangemoedigd om de effectiviteit van deze behandeling te onderzoeken en de richtlijn aan te passen. Dit is onvoldoende gebeurd.
Hartrevalidatie wordt in de nieuwe richtlijn ook aanbevolen bij boezemfibrilleren. Maar ook over de effectiviteit van het behandelprogramma bij die aandoening zijn twijfels. Daarom heeft het Zorginstituut de effectiviteit van hartrevalidatie bij pijn op de borst bij inspanning en boezemfibrilleren beoordeeld.
Samenvatting van het standpunt
Het Zorginstituut concludeert dat hartrevalidatie bij pijn op de borst bij inspanning én bij boezemfibrilleren niet tot het basispakket behoort. Het is namelijk niet aangetoond dat hartrevalidatie effectieve zorg is voor patiënten met deze aandoeningen. Voor de beoordeling van hartrevalidatie hebben we wetenschappelijke studies uit Nederland en het buitenland bekeken. We hebben onderzocht of het toevoegen van hartrevalidatie aan de standaardbehandeling betere resultaten oplevert bij patiënten met pijn op de borst bij inspanning die goed zijn ingesteld op medicijnen. Deze patiënten kunnen al eerder zijn gedotterd. We hebben hetzelfde onderzocht voor patiënten met boezemfibrilleren.
Gevolgde procedure
Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.
Een standpunt van het Zorginstituut geeft direct duidelijkheid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist hier verder niet meer over. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast.
Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.