Zorginstituut Nederland adviseert over opname van brillenglazen, brilmonturen en contactlenzen voor alle kinderen tot 18 jaar in het basispakket van de zorgverzekering. Aanleiding voor dit advies zijn de signalen over kinderbrilarmoede, met name bij gezinnen die minder geld te besteden hebben. En de toenemende slechtziendheid op jonge leeftijd, waardoor dit probleem verder toeneemt. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het Zorginstituut daarom gevraagd dit advies op te stellen.

Aanleiding: toenemend signaal dat sprake is van kinderbrilarmoede

Op dit moment worden brillenglazen alleen vergoed voor kinderen onder de 18 jaar bij bepaalde medische aandoeningen. Bijvoorbeeld ernstig toenemende bijziendheid van een sterkte van min 6 of meer. Als kinderen om een andere reden een bril nodig hebben, moeten ouders de bril zelf betalen. Brilmonturen zijn altijd voor eigen rekening.

Er zijn steeds meer signalen dat kinderen die wel een bril nodig hebben geen bril hebben, omdat hun ouders of verzorgers die niet kunnen betalen. Dit wordt kinderbrilarmoede genoemd. En er zijn steeds meer kinderen die op jongere leeftijd slechtziend worden. Ze kijken veel van dichtbij, bijvoorbeeld naar een scherm, en spelen minder buiten. Hierdoor zien ze dichtbij scherp, maar in de verte wazig. Dit leidt tot veel aandacht in de politiek en media.

Vervolg: het Zorginstituut kijkt naar pakketcriteria, maatschappelijke aspecten en de zorgverzekeringswet

Het Zorginstituut onderzoekt of brillenglazen, monturen en contactlenzen voor alle kinderen tot 18 jaar kunnen worden opgenomen in het basispakket. Daarbij kijkt het Zorginstituut of dit past binnen de pakketcriteria. En we wegen maatschappelijke aspecten mee. We kijken bijvoorbeeld naar wat het betekent voor de ontwikkeling op school als een kind een bril nodig heeft, maar deze niet heeft. 

Daarnaast kijkt het Zorginstituut naar het uitgangspunt van de basisverzekering: iedereen krijgt dezelfde zorg vergoed, ongeacht leeftijd, inkomen of gezondheid. Als kinderbrillen in het basispakket komen, geldt de vergoeding dus voor alle kinderen. Dit kan zorgen voor een stijging van de premie voor de zorgverzekering voor iedereen. Dat betekent dus dat ook de ouders die een bril voor hun kind niet kunnen betalen een hogere premie moeten betalen. Daarnaast kan het toelaten van kinderbrillen betekenen dat andere zorg uit het basispakket moet verdwijnen, omdat de totale zorgkosten te hoog oplopen.

Hoe ontstaat het advies?

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) vraagt het Zorginstituut een beoordeling te doen. De Adviescommissie Pakket (ACP) adviseert het Zorginstituut bij de beoordeling. De minister neemt de uiteindelijke beslissing om de zorg wel of niet te vergoeden uit bet basispakket van de zorgverzekering.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit advies? Mail uw vraag dan naar Iris Groeneveld via ons contactformulier

Planning

Planning tot aan publicatie advies
Stap in het procesDatum
Adviesaanvraag ministerseptember 2025
Bijeenkomst partijenjanuari 2026
Opstellen advieseerste en tweede kwartaal 2026
Bespreking in de Adviescommissie Pakket (ACP)maart 2026
Consultatie conceptadviesapril 2026
Besluit Raad van Bestuurnog niet bekend
Publicatie adviesoktober 2026

Betrokken partijen

  • Jeugdartsen Nederland (AJN) 
  • Jeugdeducatiefonds
  • Nationaal Fonds Kinderhulp
  • Nederlandse Unie van Optiekbedrijven (NUVO) 
  • Nederlandse Vereniging van Orthoptisten (NVvO) 
  • Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) 
  • Oogvereniging 
  • Oog voor Onderwijs 
  • Optometristen Vereniging Nederland (OVN) 
  • Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) 
  • VISION 2020 Netherlands
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)