Transcathether aortaklepimplantatie (TAVI) is een behandeling waarbij de hartklep naar de grote lichaamsslagader wordt vervangen door een kunstklep, omdat de hartklep ernstig vernauwd is en niet meer goed werkt. In dit standpunt beoordelen we of TAVI een effectieve behandeling is bij patiënten met een laag of gemiddeld operatierisico. De conclusie van Zorginstituut Nederland is dat dit effectieve zorg is voor patiënten met een laag of gemiddeld operatierisico vanaf 75 jaar of met een maximale levensverwachting van maximaal 10 jaar. Daarmee kan TAVI bij deze patiëntgroep worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. De vergoeding geldt vanaf 10 maart 2026.

Aanleiding voor dit standpunt

Bij een vernauwing van de hartklep naar de grote lichaamsslagader werkt de hartklep niet meer goed. Het hart kan het bloed dan niet goed meer rondpompen. Een ander woord voor deze aandoening is aortaklepstenose. 

Aortaklepstenose is de meest voorkomende hartklepaandoening in westerse landen. In Nederland heeft ongeveer 10% van alle ouderen tussen de 80 en 89 jaar deze aandoening. Mensen met ernstige aortaklepstenose kunnen klachten hebben, zoals kortademigheid, pijn op de borst of flauwvallen. Bij hen moet de hartklep meestal worden vervangen. Dit kan op 2 manieren: via een openhartoperatie of via een TAVI. TAVI is minder ingrijpend dan een openhartoperatie, omdat de nieuwe hartklep via een bloedvat, meestal de lies, wordt ingebracht.

TAVI werd al vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering voor patiënten met een ernstige aortaklepstenose en een hoog risico om te overlijden tijdens de openhartoperatie. Het Zorginstituut heeft op verzoek van diverse beroepsverenigingen beoordeeld of TAVI ook vergoed kan worden uit het basispakket voor patiënten met een gemiddeld tot laag operatierisico.

Samenvatting van het standpunt

Onze conclusie is dat TAVI bij patiënten met symptomatische ernstige aortastenose en een laag of gemiddeld operatierisico vanaf 75 jaar of met een resterende levensverwachting van maximaal 10 jaar tot het basispakket behoort. De vergoeding gaat in op 10 maart 2026.

Voor de beoordeling van TAVI bekeken we wetenschappelijke studies uit Nederland en het buitenland. Deze studies vergelijken TAVI met de openhartoperatie. We keken naar overleving, ernstige complicaties, kwaliteit van leven en nieuwe ingrepen. We vonden 6 studies waarin patiënten die een TAVI kregen, werden vergeleken met mensen die een openhartoperatie kregen. Daarnaast keken we naar registraties waarin gegevens over de uitkomsten na TAVI worden bijgehouden. Hierin vonden we geen aanwijzingen dat TAVI minder veilig of effectief is dan een openhartoperatie. Er waren voldoende gegevens tot ongeveer 10 jaar na de operatie. Daarom kan TAVI voor deze patiënten bij een leeftijd van 75 jaar of ouder of een maximale levensverwachting van 10 jaar worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering.

Afspraken voor passende zorg, nu én in de toekomst

Het Zorginstituut vindt het belangrijk dat aan een aantal voorwaarden wordt voldaan om passende zorg voor patiënten te garanderen, nu én in de toekomst. Deze voorwaarden beschrijven wij in het standpunt. De voorwaarden zorgen ervoor de uitkomsten na TAVI volledig en transparant worden geregistreerd. En ze zorgen ervoor dat de patiënt samen met de arts kan beslissen over de keus voor TAVI of een openhartoperatie. Daarnaast geven deze voorwaarden ruimte om de leeftijdsgrens voor TAVI bij patiënten met een laag of gemiddeld risico de komende jaren te verlagen als er uit registraties en wetenschappelijk onderzoek geen aanwijzingen volgen waaruit blijkt dat TAVI voor jongere patiënten toch minder geschikt is dan een openhartoperatie. Het Zorginstituut blijft met de beroepsgroepen evalueren of de afspraken uit het standpunt worden nageleefd. 

Gevolgde procedure

Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.

Een standpunt van het Zorginstituut geeft direct duidelijkheid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist hier verder niet meer over. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast. 

Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit standpunt? Dan kunt u deze per e-mail stellen aan Laura Viester via ons contactformulier.