In opdracht van Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft Zorginstituut Nederland de Landelijke tafel cruciale ggz georganiseerd. Dit is een landelijke samenwerking om regionale partijen te ondersteunen bij het zoeken naar de juiste balans tussen de zorgvraag en het zorgaanbod van cruciale ggz in de regio’s. Het eerste jaar stond in het teken van het verbinden van partijen, het delen van kennis en het zichtbaar maken van problemen die landelijk moeten worden opgepakt. In de jaarrapportage staan de bevindingen, ervaringen en vervolgplannen.
Aanleiding: druk op cruciale ggz en behoefte aan landelijke afstemming
Het ministerie van VWS heeft het Zorginstituut gevraagd om de landelijke tafel cruciale ggz te organiseren. Deze opdracht komt voort uit het Integraal Zorgakkoord (IZa). Het doel is dat de zorg voor mensen met de meest complexe psychische problemen in Nederland voldoende beschikbaar en toegankelijk blijft. De landelijke tafel richt zich op knelpunten waar regio’s alleen niet uitkomen, en agendeert landelijke kwesties bij het bestuurlijk overleg cruciale ggz. Dit is een overleg waarin bestuurders van de betrokken partijen afspraken maken.
Samenvatting: samenwerking en kennisdeling centraal, maar actuele gegevens ontbreken
Met de landelijke tafel ondersteunt het Zorginstituut alle regio’s bij hun zoektocht naar een betere balans tussen vraag en aanbod in de cruciale ggz. In regionale bijeenkomsten en regiotours zijn ervaringen en knelpunten gedeeld. Hieronder staan de belangrijkste bevindingen:
- Het afgelopen jaar hebben alle regio’s informatie aangeleverd over knelpunten en ervaringen met de cruciale ggz. Door deze aanlevering is er een beeld ontstaan van de grootste problemen: personeelstekorten, schaarste aan gespecialiseerd en beveiligd zorgaanbod, en knelpunten in doorstroom en uitstroom.
- Inzichten uit regio’s zijn vooral gebaseerd op de ervaringen en observaties van de regio’s. Deze inzichten geven context, maar kunnen nog niet voldoende worden onderbouwd met cijfers. Samen met de regionale verschillen maakt dat het lastig om regio’s passende adviezen te geven.
- De landelijke tafel is gewaardeerd voor kennisdeling, praktijkvoorbeelden en overzicht, maar kan geen besluiten nemen of verplichtingen afdwingen.
- Oplossingen voor knelpunten in de cruciale ggz liggen ook buiten de cruciale ggz. Bijvoorbeeld in een betere toeleiding naar de cruciale ggz en betere samenwerking met sociale en gemeentelijke partners.
Vervolg: aan de slag met concreet regionaal knelpunt
Het Zorginstituut gaat in het eerste kwartaal van 2026 samen met 1 regio en betrokken partijen aan de slag om een concreet knelpunt uit te werken. De aandacht gaat hierbij naar het tekort aan beveiligde bedden en betere doorstroom naar lichtere zorg. De ervaringen uit deze praktijk worden gebruikt om de rol en het mandaat van de landelijke tafel verder te bepalen. De landelijke tafel wil regio’s blijven ondersteunen bij knelpunten die ze niet zelf kunnen oplossen. Het blijft belangrijk om kennis en ervaringen uit te wisselen en landelijk beleid te voeden met praktijkverhalen uit de regio’s. Hiermee draagt de landelijke tafel bij aan een betere en meer toegankelijke cruciale ggz voor Nederland.
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit rapport? Mail uw vraag dan naar landelijketafelcggz@zinl.nl.
Betrokken partijen
- Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ)
- MIND
- De Nederlandse ggz
- Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)
- Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP)
- Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
- Nederlandse Zorgautoriteit (NZa)
- Universitair Medische Centra Nederland (UMCNL)
- Zorgverzekeraars Nederland (ZN)