Het Zorginstituut onderzoekt hoe de vergoeding uit het basispakket voor bepaalde zelfzorgmiddelen in de praktijk plaatsvindt. Dit onderzoek moet duidelijk maken of de middelen terecht worden vergoed voor patiënten voor wie de vergoeding is bedoeld. Het is een verkennend onderzoek in hoeverre de vergoedingsvoorwaarden zijn nageleefd voor de volgende zelfzorgmiddelen: middelen bij verstopping, middelen tegen diarree, middelen die de ogen beschermen tegen uitdroging en maagzuurremmers.

Aanleiding: verzoek van de minister

In 2023 heeft het Zorginstituut het rapport ‘Afwegingskader noodzakelijk te verzekeren zorg’ uitgebracht. We hebben dit rapport opgesteld op verzoek van de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Het afwegingskader helpt  ons om te bepalen wanneer vergoeding van geneesmiddelen uit het basispakket noodzakelijk is.

Daarna heeft de minister het Zorginstituut gevraagd om het afwegingskader toe te passen op geneesmiddelen die ook zonder recept verkrijgbaar zijn. Of waarvoor vergelijkbare alternatieven bestaan. Op basis van het afwegingskader heeft het Zorginstituut toen adviezen uitgebracht over de zelfzorgmiddelen vitamine D, codeïne en middelen bij allergie.

Het nieuwe rapport waar we aan werken gaat over zelfzorgmiddelen bij verstopping, middelen tegen diarree, middelen ter bescherming van de ogen tegen uitdroging en maagzuurremmers. Deze middelen staan op de zogeheten Bijlage 2 van de Regeling zorgverzekering. Dit betekent dat deze medicijnen alleen onder voorwaarden worden vergoed. Er moet bijvoorbeeld sprake zijn van een chronische aandoening. Middelen bij verstopping, middelen tegen diarree en middelen die de ogen beschermen tegen uitdroging worden alleen vergoed als mensen ze lange tijd moeten gebruiken. Voor maagzuurremmers geldt ook dat de behandelend arts moet voorschrijven dat iemand het middel langer dan 6 maanden aaneengesloten nodig heeft. Kort of incidenteel gebruik wordt niet vergoed.

Vergoeding in de praktijk: toepassen van de wettelijke voorwaarden

In dit verkennende onderzoek gaat het Zorginstituut na hoe de voorwaarden voor vergoeding in de praktijk worden toegepast. We onderzoeken of de genoemde middelen daadwerkelijk worden vergoed voor de patiënten voor wie de vergoeding is bedoeld.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit rapport? Mail uw vraag dan naar het Zorginstituut via warcg@zinl.nl.

Planning

Planning tot aan publicatie rapport
Stap in het procesDatum
Adviesaanvraag minister2023
Start rapportjuni 2026
Consulatie conceptrapport (open consultatie)nog niet bekend
Bespreking in Adviescommissie Pakket (ACP)nog niet bekend
Publicatie rapportnog niet bekend

Open consultatie

Voordat het Zorginstituut een definitief rapport uitbrengt aan de minister van VWS, kunnen belanghebbende partijen schriftelijk op het conceptadvies reageren. Omdat er bij dit rapport veel belanghebbende partijen zijn, kiezen we voor een open consultatie. 

Betrokken partijen

Partijen uit het zorgveld: 

  • Federatie Medische Specialisten (FMS) 
  • Huid Nederland 
  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)  
  • Landelijke Huisartsen Vereniging (LHV) 
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG) 
  • Nederlandse Internisten Vereniging (NIV) 
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN) 

Partijen uit de industrie: 

  • Betrokken registratiehouders 
  • Bond van de Generieke Geneesmiddelenindustrie Nederland (BOGIN) 
  • Generieke Leveranciers Nederland (GLN) 
  • Neprofarm 
  • Vereniging Innovatieve Geneesmiddelen (VIG)