Zorginstituut Nederland heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) geadviseerd om de huidige vergoedingsvoorwaarden voor medicijnen bij allergie te blijven handhaven. Dit betekent dat deze middelen alleen verzekerde zorg zijn voor mensen met langdurige allergische klachten. En niet voor mensen met seizoensgebonden of kortdurende klachten. Het Zorginstituut roept artsen, apothekers en zorgverzekeraars op om deze vergoedingsregels strikt na te leven. Momenteel zijn er veel mensen die vergoeding ontvangen buiten de regels.

Aanleiding: verzoek van de minister

Op verzoek van de minister van VWS beoordeelt het Zorginstituut of het noodzakelijk is om zelfzorggeneesmiddelen uit in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) te blijven vergoeden. Zelfzorggeneesmiddelen zijn geneesmiddelen die mensen zelfstandig kunnen aanschaffen. Die zijn zonder doktersrecept te koop bij apotheek, drogist of supermarkt. De vergoedingsregel geldt ook voor andere geneesmiddelen die nagenoeg gelijkwaardig zijn aan het zelfzorggeneesmiddel. Naast zelfzorgmiddelen gaat het dus ook om receptgeneesmiddelen. Dat zijn geneesmiddelen die mensen op recept van een arts krijgen voorgeschreven. Door alleen ‘noodzakelijk te verzekeren zorg’ te vergoeden, houden we het basispakket toegankelijk en betaalbaar. Zodat iedereen in Nederland die zorg nodig heeft, die ook kan krijgen, nu en in de toekomst.

Allergiemedicijnen zijn bedoeld voor verschillende klachten

In dit rapport bespreken we 2 groepen geneesmiddelen: antihistaminica en cromonen. Deze geneesmiddelen worden veel gebruikt om neusklachten en oogklachten te verlichten bij allergische rinitis en allergische conjunctivitis. Allergische rinitis is ontsteking van het neusslijmvlies door een stof die allergie oproept. Bij allergische conjunctivitis is het bind- of slijmvlies van het oog ontstoken door een allergie. Mensen kunnen deze ontstekingen bijvoorbeeld krijgen bij hooikoorts. Antihistaminica zijn ook te gebruiken bij jeuk of bij netelroos, ook wel galbulten of urticaria genoemd. Deze geneesmiddelen zijn te gebruiken als tablet, capsule, drank, neusspray of oogdruppel.

Advies Zorginstituut: alleen noodzakelijk voor langdurige klachten

Het Zorginstituut concludeert dat allergiemedicijnen vergoed mogen blijven voor mensen met chronische klachten. Chronisch betekent dat zij het medicijn langdurig nodig hebben. In dit geval langer dan 6 maanden achter elkaar. Voor hen kunnen de kosten hoog oplopen. Bij seizoensgebonden of kortdurende klachten zijn de kosten voor de gebruiker zelf: de medicijnen zijn dan geen ‘noodzakelijk te verzekeren zorg’. De ziektelast en kosten zijn voor hen laag. De conclusie van het Zorginstituut komt overeen met de al bestaande vergoedingsvoorwaarden van allergiemedicijnen.

Opdracht aan partijen: voer vergoedingsregels correct uit

In de praktijk blijkt dat twee derde van de gebruikers van allergiemedicijnen vergoeding ontvangt buiten de vergoedingsregels. Het Zorginstituut verwacht daarom van huisartsen, apothekers en zorgverzekeraars dat zij de vergoedingsregels van allergiemedicijnen strikt gaan naleven. Dat betekent dat artsen en apothekers beter moeten inschatten of het om langdurig gebruik gaat. En dat zij dit duidelijk communiceren met patiënten. Zorgverzekeraars hebben de taak om te controleren of artsen en apothekers aan deze voorwaarden voldoen.   

Het Zorginstituut gaat in gesprek met vertegenwoordigers van huisartsen en apothekers om hen te ondersteunen in de uitvoering van de vergoedingsregels. Want in de praktijk blijkt het soms ingewikkeld om vooraf goed in te schatten of mensen de medicijnen kort of lang nodig hebben. Het Zorginstituut blijft dit onderwerp actief volgen en bekijkt in 2028 opnieuw of de vergoedingsregels goed worden nageleefd of dat een vervolgactie nodig is.

Voorwaarden voor vergoeding van allergiemedicijnen

In het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS) zijn de volgende voorwaarden voor vergoeding opgenomen: 

Kijk voor meer uitleg over het GVS op de pagina ‘Vergoeding van extramurale geneesmiddelen (GVS)’