Zorginstituut Nederland evalueert de toepassing van de adviezen over oefentherapie uit 2024. Deze adviezen gaan over oefentherapie bij COPD, reumatoïde artritis (RA) en axiale spondyloartritis (AxSpA). We kijken of oefentherapie op een passende manier georganiseerd en ingezet wordt, volgens de afspraken in de adviezen.
Advies oefentherapie bij COPD
COPD is een chronische longaandoening. De ernst van de aandoening varieert per persoon en kan in de loop van de tijd erger worden. Op 22 maart 2024 adviseerde het Zorginstituut om het maximumaantal behandelingen gesuperviseerde oefentherapie voor patiënten met COPD los te laten. De minister nam het advies over. Sinds 1 januari 2025 krijgen mensen met COPD vanaf GOLD stadium II alle oefentherapiesessies vergoed. Vóór 1 januari 2025 is de vergoeding van gesuperviseerde oefentherapie bij COPD 2 keer gewijzigd. Dit staat in het uitklapmenu.
Vóór 1 januari 2025 is de vergoeding van gesuperviseerde oefentherapie bij COPD 2 keer gewijzigd.
- In 2018 adviseerde het Zorginstituut om gesuperviseerde oefentherapie bij COPD vanaf de eerste behandeling in de basisverzekering op te nemen. En om een maximumaantal behandelingen in te stellen. Dat maximumaantal hing af van de ernst van de klachten. Er werden 4 ernstcategorieën onderscheiden. De vergoeding ging op 1 januari 2019 in.
- In 2020 heeft het Zorginstituut een aanvullend advies uitgebracht. Hierin werd ernstcategorie B opgesplitst in 2 ernstcategorieën met een verschillend maximumaantal behandelingen. Dit ging op 1 januari 2021 in.
De onderzoekswerkplaats ‘Routine zorgdata voor passende zorg’ evalueerde met behulp van data van de Nivel Zorgregistraties Eerste Lijn het effect van de eerste 2 adviezen op de zorg. De bevindingen van deze studie zijn opgeschreven in een wetenschappelijk artikel en worden later dit jaar gepubliceerd. De huidige evaluatie beperkt zich daarom tot de wijziging van 1 januari 2025, waarbij er geen maximale vergoeding van gesuperviseerde oefentherapie meer is.
Adviezen oefentherapie bij RA en AxSpA
Reumatoïde artritis (RA) is een chronische aandoening die ontstekingen aan de gewrichten veroorzaakt. Maar ook organen kunnen door RA ontstoken raken, zoals de longen. Axiale spondyloartritis (AxSpA) is een chronische reumatische aandoening. Het veroorzaakt ontstekingen en klachten aan de wervelkolom en het bekken. Mensen met RA en AxSpA die veel klachten hebben, kunnen minder goed functioneren. Als zij geen hulp krijgen, hebben ze daar veel last van in het dagelijks leven. Bij mensen met RA wordt oefentherapie vanaf 1 januari 2025 vergoed uit het basispakket en bij mensen met AxSpA vanaf 1 januari 2026. Meer informatie hierover staat in het uitklapmenu.
Over de vergoeding van oefentherapie bij RA en AxSpA:
- Gesuperviseerde oefentherapie bij mensen met RA en AxSpA is sinds 1 oktober 2019 voorwaardelijk toegelaten tot het basispakket van de zorgverzekering. Het Zorginstituut heeft op basis van de verkregen informatie beoordeeld of gesuperviseerde oefentherapie bij mensen met RA en AxSpA en ernstige functionele beperkingen voldoet aan de stand van wetenschap en praktijk (SWP). Als een behandeling voldoet aan de SWP, betekent dat dat de behandeling bewezen effectief is.
- In februari 2024 adviseerde het Zorginstituut op basis van deze beoordeling om gesuperviseerde oefentherapie bij mensen met RA met ernstige functionele beperkingen vanaf de eerste behandeling uit het basispakket te vergoeden. En om daarbij geen maximumaantal behandelingen in te stellen.
- In mei 2024 bracht het Zorginstituut een vergelijkbaar advies uit voor mensen met AxSpA met ernstige functionele beperkingen. In beide adviezen worden aanbevelingen gedaan aan betrokken partijen om goede afspraken te maken over het gepast gebruik van oefentherapie, om zo passende zorg voor patiënten te garanderen. De minister van Medische Zorg heeft besloten deze adviezen over te nemen.
Evaluatievragen en voortgang
We onderzoeken wat de gevolgen van de adviezen zijn op het aantal oefentherapiesessies dat wordt vergoed uit het basispakket. En we onderzoeken in hoeverre dit afwijkt van de raming uit de adviezen. Daarnaast onderzoeken we of de activiteiten om passende zorg te bevorderen door de betrokken partijen zijn opgepakt. Hiervoor hebben we 3 evaluatievragen opgesteld over oefentherapie bij COPD en 10 evaluatievragen over oefentherapie bij RA en AxSpA. De evaluatievragen en de voortgang beschrijven we in de tabellen.
In de eerste helft van 2026 voerden we een kwalitatieve meting uit voor de adviezen over oefentherapie bij RA en AxSpA. Hiervoor namen we contact op met de betrokken beroepsgroepen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars. De voortgang van de kwalitatieve evaluatievragen is weergegeven in de tabel ‘voortgang evaluatievragen oefentherapie bij RA en AxSpA’.
| Nummer | Evaluatievraag | Eerste voortgangsmeting |
|---|---|---|
| 1 | Wat is het gemiddeld aantal oefentherapiesessies per persoon per jaar dat uit het basispakket wordt vergoed bij de diagnose COPD? Wat is het verschil in het gemiddeld aantal behandelingen tussen het eerste jaar van gebruik en de jaren daarna? Wat is de verandering ten opzichte van de jaren ervoor? Hoe verhoudt zich dat tot de schatting uit de adviezen? | Antwoord volgt bij kwantitatieve meting in 2026 |
| 2 | Hoeveel procent van de personen met COPD die in 2025 voor de eerste keer oefentherapie vanuit de basisverzekering vergoed krijgen, krijgt 70 of meer sessies per jaar? Is dat percentage hoger of lager dan in 2023 en 2024? Wat is het gemiddelde aantal sessies in 2025 bij deze personen? | Antwoord volgt bij kwantitatieve meting in 2026 |
| 3 | Hoeveel procent van de personen met COPD die in 2025 niet in het eerste jaar van behandeling oefentherapie uit het basispakket vergoed krijgen, krijgt 52 of meer sessies per jaar? Is dit percentage hoger of lager dan het percentage in 2023 en 2024? Wat is het gemiddelde aantal sessies in 2025 bij deze personen? | Antwoord volgt bij kwantitatieve meting in 2026 |
| Nummer | Evaluatievraag | Eerste voortgangsmeting |
|---|---|---|
| 1 | Wat is de stand van zaken rondom de ontwikkeling van een gezamenlijke visie op gepast gebruik van fysio- en oefentherapie voor mensen met RA en de verkenning van de kansen en belemmeringen op gepast gebruik? Wat zijn de resultaten van de Verspreidings- en Implementatie Impuls (VIMP) die door ZonMw is gehonoreerd? |
Bij de totstandkoming van de adviezen over langdurige oefentherapie voor patiënten met RA en AxSpA van het Zorginstituut Nederland, hebben zorgprofessionals, verzekeraars en patiënten die betrokken zijn bij het voorwaardelijk toelatingstraject afspraken gemaakt. Vervolgens is een VIMP-traject gestart waarbinnen partijen een gezamenlijke visie ontwikkelen op passende zorg voor fysio- en oefentherapie bij mensen met RA en AxSpA. Omdat de subsidieaanvraag van het traject en de visievorming langer duurde is vooruitlopend gestart met activiteiten:
Tijdens het VIMP-project zijn interviews gehouden en twee consensusmeetings georganiseerd met betrokken stakeholders. In dit traject is nagedacht over de verwijzing, indicatiestelling, scholing en vindbaarheid rondom langdurige oefentherapie zodat RA- en AxSpA-patiënten de best mogelijke zorg krijgen, dichtbij huis en van gekwalificeerde therapeuten. Daarnaast heeft het project in kaart gebracht wat er nodig is om langdurige fysio- en oefentherapie voor patiënten met RA en axSpA met ernstige functionele beperkingen te implementeren in Nederland en wat de kansen en belemmeringen hierbij zijn. Dit heeft geleid tot een implementatiestrategie. De implementatiestrategie wordt de komende tijd uitgevoerd binnen een nieuw VIMP-onderzoek. Dit onderzoek startte in mei 2026 en heeft een looptijd van 2 jaar. De activiteiten die hierin worden uitgevoerd zijn:
|
| 2 | Wat is de stand van zaken met betrekking tot het opnemen van oefentherapie in de bestaande richtlijn? Is de indicatiestelling hierin aangescherpt? En heeft hierin in een herziening plaatsgevonden van het behandelprotocol met start- en stopcriteria? |
In de bestaande richtlijnen is de indicatiestelling aangescherpt en zijn start- en stopcriteria opgenomen. RA:
AxSpA:
|
| 3 | Is de trainingsmodule voor fysio- en oefentherapeuten aangepast, zodat deze toepasbaar is buiten de Voorwaardelijke Toelating (VT)-studie? Zo nee, wat is de stand van zaken van het doorvoeren van de aanpassingen en welke knelpunten worden hierbij ervaren? | Voor RA en AxSpA zijn trainingsmodules ontwikkeld om fysio- en oefentherapeuten te scholen om langdurige persoonsgerichte gesuperviseerde actieve oefentherapie te kunnen aanbieden. De trainingsmodules zijn beschikbaar via het KNGF als e-learning en online workshop. |
| 4 | Is door de beroepsgroep en de patiëntenvereniging zichtbaar gemaakt welke fysio- en oefentherapeuten de scholing hebben gevolgd? Zo nee, wat is de stand van zaken hiervan en welke knelpunten worden hierbij ervaren? |
Na succesvolle afronding van de trainingsmodule, kunnen fysio- en oefentherapeuten de aanvullende vermelding RA of AxSpA aanvragen via hun kwaliteitsregister (IRF, Kwaliteitsregister Paramedici of Keurmerk Individueel Register Fysiotherapie). Fysiotherapeuten met deze aanvullende vermelding zijn zichtbaar in zorgzoekers zoals defysiotherapeut.com, Stichting Keurmerk Fysiotherapie-zorgzoeker en zorgzoekers van zorgverzekeraars. Oefentherapeuten met deze aanvullende vermelding zijn vindbaar via de Vereniging voor oefentherapeuten (Vvo)-zorgzoeker. Voor oefentherapeuten geldt dat momenteel alleen de vermelding RA zichtbaar is; de vermelding AxSpA is nog niet zichtbaar. Er worden enkele knelpunten aangegeven bij het zichtbaar maken van fysio- en oefentherapeuten die de trainingsmodule hebben afgerond:
Niet alle fysiotherapeuten die de trainingsmodule hebben gevolgd, hebben een aanvullende vermelding aangevraagd. Hierdoor zijn zij niet zichtbaar in zorgzoekers. Dit kan leiden tot afgekeurde declaraties door zorgverzekeraars. |
| 5 | In hoeverre kopen zorgverzekeraars de zorg in bij fysio- en oefentherapeuten die de scholing hebben gevolgd? Zijn er bij zorgverzekeraars signalen dat dit niet goed gaat? |
Zorgverzekeraars Nederland (ZN) geeft aan dat zorgverzekeraars fysio- en oefentherapie voor RA en AxSpA inkopen bij zorgaanbieders die de trainingsmodule afgerond hebben. De vastlegging hiervan verschilt per verzekeraar (via addendum, overeenkomst of verzekeringsvoorwaarden). Waar mogelijk wordt gecontroleerd of aanbieders hieraan voldoen, onder meer via Vektiskwalificaties. Voor oefentherapie bij AxSpA is deze kwalificatie nog niet overal beschikbaar, maar er lopen initiatieven om dit te formaliseren. Er zijn momenteel geen signalen dat de inkoop bij geschoolde aanbieders structureel niet goed verloopt. Er is een signaal afgegeven door een individuele zorgverzekeraar dat in de eerste helft van 2025 de koppeling met Vektis nog niet goed was geregeld, waardoor geschoolde aanbieders voor RA niet altijd zichtbaar waren. Zij geven aan dat daardoor niet alle patiënten aanspraak maakten, terwijl zij hier wel voor in aanmerking kwamen. Dit signaal zullen we in de toekomst blijven monitoren. Het KNGF geeft aan dat in de praktijk onduidelijkheid wordt ervaren doordat zorgverzekeraars verschillende werkwijzen hanteren. Dit geldt ook voor de machtigingseisen die sommige zorgverzekeraars stellen. Zo wordt bij één zorgverzekeraar na 40 behandelingen beoordeeld of de verzekerde in aanmerking komt voor vergoeding van aanvullende behandelingen. Voor zorgverleners is niet altijd duidelijk hoe en op welke wijze een aanvraag voor vervolgbehandelingen moet worden ingediend. |
| 6 | In hoeverre voldoen patiënten aan de indicatiestelling uit het pakketadvies? Zijn er signalen dat patiënten die niet voldoen aan de indicatiecriteria oefentherapie vergoed krijgen? Hoe houden zorgverzekeraars rekening met de juiste indicatiestelling bij de vergoeding van oefentherapie? |
Zorgverzekeraars geven aan dat de juiste indicatiestelling van ernstige functionele beperkingen in de praktijk lastig toetsbaar is. Op basis van declaratiegegevens is zichtbaar dat sprake is van RA of AxSpA en van fysio- of oefentherapie, maar niet of daadwerkelijk wordt voldaan aan de voorwaarden uit het pakketadvies. Hierdoor zijn zorgverzekeraars voor een belangrijk deel afhankelijk van de onderbouwing in het dossier, professionele richtlijnen en de professionele verantwoordelijkheid van zorgverleners. Een zorgverzekeraar die inhoudelijke dossierbeoordelingen uitvoert, signaleert dat de indicatiestelling niet altijd aansluit bij de voorwaarden uit het pakketadvies. Daarbij wordt gewezen op het ontbreken van een voldoende navolgbare en objectieve onderbouwing van ernstige functionele beperkingen, toepassing van de aanspraak bij andere aandoeningen dan waarvoor deze bedoeld is en aanwijzingen voor langdurige onderhoudsbehandeling zonder voldoende onderbouwing van de medische noodzaak. Deze signalen roepen vragen op over de mate waarin de aanspraak in de praktijk conform het pakketadvies wordt toegepast. Tegelijkertijd ontbreekt op dit moment inzicht in de omvang van deze problematiek. Nader onderzoek of monitoring is nodig om beter zicht te krijgen op de toepassing van de indicatiecriteria in de praktijk. Het Zorginstituut zal daarom bij toekomstige evaluaties en signaleringen specifiek aandacht blijven besteden aan de uitvoerbaarheid, navolgbaarheid en toepassing van de indicatiestelling in de praktijk Eerder ontvingen wij signalen dat het niet vergoeden van de intake, wanneer geen sprake was van ernstige functionele beperkingen, leidde tot zorgmijding en het uitblijven van passende zorg. Inmiddels is in samenspraak met ZN geregeld dat de intake ook in deze gevallen wordt vergoed. |
| 7 | Wat is de stand van zaken van de ontwikkeling van informatie over de interventie en de scholing? Hoe worden patiënten en zorgverleners geïnformeerd? | Reumatologen worden geïnformeerd over de indicatiecriteria, indicatiestelling en vergoeding van zorg via:
|
| 8 | Hoeveel mensen met RA maken jaarlijks gebruik van oefentherapie bij een oefentherapeut of fysiotherapeut die wordt vergoed uit het basispakket na uitbrengen van de adviezen? Hoe verhoudt zich dat tot de schatting in de adviezen? | Antwoord volgt bij de kwantitatieve meting in 2026 |
| 9 | Wat is het gemiddeld aantal oefentherapiesessies per persoon per jaar dat wordt vergoed uit het basispakket bij de diagnose RA? Wat is het verschil in het aantal behandelingen tussen het eerste jaar van gebruik en de jaren daarna? Hoe verhoudt zich dat tot de schatting uit de adviezen? | Antwoord volgt bij de kwantitatieve meting in 2026 |
| 10 | Welk percentage van de personen met oefentherapie voor RA maakte in de jaren voorafgaand aan de aanspraakwijziging gebruik van oefentherapie vanuit de aanvullende verzekering of de VT-regeling? | Antwoord volgt bij de kwantitatieve meting in 2026 |
Planning van de evaluatie
In 2026 voeren we een eerste kwantitatieve meting uit, waarin we de toepassing van oefentherapie bij COPD en RA in de praktijk met declaratiedata onderzoeken. Tussen 2027 en 2030 herhalen we de kwantitatieve meting jaarlijks voor zowel COPD, RA en AxSpA. Als blijkt dat evaluatie geen meerwaarde meer heeft, kunnen we besluiten de evaluatie eerder af te sluiten.
We publiceren de resultaten van de evaluatie op deze webpagina. Na de laatste evaluatie organiseren we een bijeenkomst met de betrokken partijen en publiceren we een beknopt evaluatierapport. Daarmee sluiten we de evaluatie af.
Betrokken partijen
- Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF)
- Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
- Nederlandse Health Professionals in de Reumatologie (NHPR)
- Nederlandse Vereniging voor Reumatologie (NVR)
- Nationale Vereniging ReumaZorg Nederland (RZN)
- Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen (VRA)
- Patiëntenfederatie Nederland
- ReumaNederland
- Stichting Keurmerk Fysiotherapie (SKF)
- Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)
- Zorgverzekeraars Nederland (ZN)
Voor informatie
Hebt u vragen over deze evaluatie? Mail uw vraag dan via ons contactformulier.