Rapport ‘Duiding opstellen medische verklaring ibs en zorg aan volwassen cliënten met een verstandelijke beperking zonder Wlz-indicatie tijdens ibs’

De zorg aan volwassen cliënten met een verstandelijke beperking zonder Wlz-indicatie tijdens inbewaringstelling (ibs), moet worden beschouwd als medisch noodzakelijk verblijf in verband met geneeskundige zorg. Dat concludeert het Zorginstituut in een duiding op verzoek van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa).

Vraag van NZa aan Zorginstituut Nederland

Het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft de NZa verzocht om de bekostiging uit te werken voor de toepassing van de Wet zorg en dwang (Wzd). In de uitvoeringspraktijk is veel onduidelijkheid over waar de zorg voor deze doelgroep onder valt: de Zorgverzekeringswet (Zvw) of de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo).

De NZa heeft het Zorginstituut daarom gevraagd te onderzoeken of de zorg aan volwassen cliënten met een verstandelijke beperking die geen Wlz-indicatie hebben tijdens inbewaringstelling (ibs), onder de Zvw valt. Ook heeft de NZa gevraagd of de inzet van een arts die de medische verklaring opstelt, vergoed kan worden vanuit de Zvw of de Wet langdurige zorg (Wlz). Zo’n medische verklaring is nodig voor de beschikking van de burgemeester voor een ibs.

Conclusies van het Zorginstituut

Het Zorginstituut concludeert dat de zorg aan de genoemde groep cliënten tijdens ibs moet worden beschouwd als medisch noodzakelijk verblijf in verband met generalistische geneeskundige zorg. Het opstellen van de verklaring kan worden beschouwd als een medisch diagnostisch proces. Het opstellen van de verklaring valt daarom onder de Zvw. Het opstellen van de verklaring valt alleen onder de Wlz als de betrokkene een Wlz-indicatie heeft. Voor cliënten onder de 18 is de Jeugdwet het aangewezen domein.