Een tweede cochleair implantaat is een behandeling voor volwassen patiënten met ernstige slechthorendheid tot doofheid aan beide oren. Het gaat om mensen die al een cochleair implantaat in 1 oor hebben. De conclusie van Zorginstituut Nederland is dat dit effectieve zorg is voor patiënten. Daarmee kan een tweede cochleair implantaat worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. De vergoeding geldt vanaf 27 oktober 2026.

Aanleiding: 1 cochleair implantaat werkt soms niet voldoende

Volwassen patiënten met ernstige slechthorendheid tot doofheid in beide oren komen al in aanmerking voor een cochleair implantaat in 1 oor. In het andere oor dragen ze meestal een hoortoestel. Maar voor sommige mensen werkt dat niet genoeg. Een tweede cochleair implantaat wordt al vergoed voor volwassenen met doofblindheid of met doofheid door een hersenvliesontsteking. Artsen, patiëntenverenigingen en verzekeraars hebben het Zorginstituut gevraagd om te beoordelen of ook een tweede cochleair implantaat voor volwassenen vergoed kan worden uit het basispakket van de zorgverzekering.

Een cochleair implantaat wordt met een operatie in het binnenoor geplaatst. Het vervangt de functie van een beschadigd ‘cochlea’. Dat is een ander woord voor het slakkenhuis van het oor. Een implantaat is iets dat in je lichaam is ingebracht. Een cochleair implantaat bestaat uit 2 delen. Het ene deel zit aan de buitenkant van het hoofd en het andere deel zit aan de binnenkant. Aan het deel aan de buitenkant zit een microfoon die geluid opvangt. Deze stuurt het geluid door naar de ontvanger aan de binnenkant van het hoofd. Vanuit deze ontvanger loopt een draad met elektroden door het slakkenhuis. Daar wordt het geluid doorgestuurd naar de gehoorzenuw.

Horen met 2 implantaten kan zorgen voor meer zelfredzaamheid, minder vermoeidheid en beter meedoen in de maatschappij. Ook kunnen mensen beter meekomen in het werk en zich veiliger voelen, bijvoorbeeld in het verkeer.

Samenvatting van het standpunt tweede cochleair implantaat

We voerden een literatuuronderzoek uit en vonden 2 wetenschappelijke studies, waarvan 1 Nederlandse studie. De studies vergeleken patiënten die een tweede cochleair implantaat kregen met patiënten die dat niet kregen. De resultaten laten het volgende zien:

  • Patiënten met een tweede cochleair implantaat konden beter horen waar geluid vandaan kwam. Ook konden ze beter horen wat er gezegd werd in een rumoerige omgeving. 
  • Er geen reden is om aan te nemen dat een tweede cochleair implantaat voor meer complicaties zorgt na de operatie, vergeleken met het eerste cochleair implantaat.

Deze uitkomsten werden ondersteund door andere studies waarin patiënten met een cochleair implantaat werden gevolgd nadat ze een tweede cochleair implantaat kregen.

Conclusie: tweede cochleair implantaat bij volwassenen kan worden vergoed

Onze conclusie is dat een tweede cochleair implantaat bij volwassenen met ernstige slechthorendheid tot doofheid tot het basispakket behoort. Het is aangetoond dat een tweede cochleair implantaat meerwaarde heeft voor patiënten. Mensen kunnen dan beter inschatten waar geluid vandaan komt en geluid onderscheiden bij rumoer. De vergoeding gaat in op 27 oktober 2026.

Afspraken over gepast gebruik

Het Zorginstituut vindt het belangrijk dat partijen afspraken maken om passende zorg voor patiënten te kunnen garanderen. Daarom hebben we aan de betrokken beroepsgroepen, patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars gevraagd om gepast-gebruikafspraken op te stellen. Daarin staan de afspraken over de kwaliteit van zorg. Het gaat om de volgende afspraken.

  • Afspraken over de inhoud van zorg: hierin staat op welke wijze de indicatiestelling plaatsvindt. Ook is omschreven welke patiënten precies in aanmerking kunnen komen voor een tweede cochleair implantaat. 
  • Afspraken over de organisatie van zorg: hierin staat waar de zorg geleverd wordt en aan welke kwaliteitseisen de zorg moet voldoen.
  • Afspraken over kennis en inzicht: hierin staat dat de betrokken beroepsgroepen de indicatiecriteria en de uitkomsten van zorg van elke patiënt registreren en evalueren.

Gevolgde procedure

Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt. 

Een standpunt van het Zorginstituut geeft direct duidelijkheid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist hier verder niet meer over. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast. 

Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit standpunt? Mail uw vraag dan naar Marleen Hermens via ons contactformulier.