Bihormonale kunstalvleesklier is een behandeling voor patiënten met diabetes type 1 om de bloedsuikerwaarden te reguleren. De conclusie van Zorginstituut Nederland is dat de effectiviteit van deze zorg onvoldoende is aangetoond. Daarmee kan de bihormonale kunstalvleesklier niet worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering.
Aanleiding standpunt bihormonale kunstalvleesklier
Dit standpunt gaat over patiënten met diabetes type 1 die met de standaardbehandeling niet de gewenste bloedsuikerwaarden bereiken.
Diabetes type 1 is een ziekte waarbij de alvleesklier te weinig insuline aanmaakt. Insuline is nodig om de suikerwaarden in het bloed te reguleren. Als iemand niet genoeg insuline aanmaakt, moet het dus van buitenaf worden toegediend. Maar het is lastig om de bloedsuikerspiegel stabiel te houden. Het lukt veel mensen met diabetes type 1 niet om de streefwaarden te halen. Zij moeten voortdurend hun bloedsuikerspiegel meten, de behandeling met insuline ondergaan en leven met de angst voor een te lage of te hoge bloedsuikerspiegel. Dit heeft grote invloed op hun kwaliteit van leven.
De bihormonale kunstalvleesklier heeft als doel de bloedsuikerwaarden binnen de gewenste streefwaarden te houden. Het apparaat doet dit door automatisch 2 hormonen toe te dienen op basis van de gemeten bloedsuikerwaarden: insuline om de bloedsuiker te verlagen of glucagon om deze te verhogen. Hiermee bootst het apparaat de werking van de alvleesklier na en hoeft de patiënt zelf niet meer voortdurend te meten en te doseren.
Via de subsidieregeling Veelbelovende zorg is geld beschikbaar gesteld om te onderzoeken of de bihormonale kunstalvleesklier bij mensen met diabetes type 1 werkt. Het onderzoek is afgerond en de resultaten zijn op 26 maart 2026 ingediend bij het Zorginstituut. Het Zorginstituut heeft deze resultaten beoordeeld om te bepalen of de behandeling kan worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering.
Samenvatting van het standpunt
Uitgangspunt bij dit standpunt waren de volgende vragen. Leidt de bihormonale kunstalvleesklier bij patiënten met diabetes type 1:
- tot een betere regulatie van de suikerwaarden?
- tot een betere kwaliteit van leven?
- tot een acceptabele hoeveelheid ernstige bijwerkingen?
Voor de beoordeling is het onderzoek dat voortkwam uit de subsidieregeling gebruikt, waarbij de bihormonale kunstalvleesklier werd vergeleken met de standaardbehandeling voor patiënten met diabetes type 1. Het onderzoek heeft niet laten zien dat patiënten die behandeld worden met de bihormonale kunstalvleesklier een betere regulatie van de suikerwaarden of kwaliteit van leven hebben. Ook is het onzeker of de behandeling veilig is.
Onze conclusie is dat de bihormonale kunstalvleesklier niet tot het basispakket behoort. De meerwaarde voor patiënten staat nog niet vast.
De onderzoekers wilden voor het testen van de kunstalvleesklier een bepaald type glucagon gebruiken. Maar vlak voor de start van het onderzoek was dit type glucagon niet meer beschikbaar. Hierdoor moesten de onderzoekers een ander type glucagon gebruiken, wat leidde tot allerlei technische problemen tijdens het onderzoek. Die kunnen de resultaten hebben beïnvloed. Het is mogelijk dat nieuw onderzoek met een ander type glucagon wel aantoont dat de bihormonale kunstalvleesklier effectiever is dan de standaardbehandeling.
Gevolgde procedure
Alleen zorg die écht werkt, mag deel uitmaken van het basispakket van de zorgverzekering. Dit is vastgelegd met de juridische term 'stand van de wetenschap en praktijk'. Vaak is goed duidelijk of zorg uit het basispakket kan worden vergoed, maar niet altijd. In zulke gevallen kan het Zorginstituut zelf beoordelen of die zorg in aanmerking komt voor vergoeding. Zo'n beoordeling noemen we een duiding. De uitkomst van een duiding heet een standpunt.
Een standpunt van het Zorginstituut geeft direct duidelijkheid. De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport beslist hier verder niet meer over. Patiënten, zorgverleners en zorgverzekeraars hebben inspraak tijdens het opstellen van een standpunt. En bij standpunten krijgt het Zorginstituut advies van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, artsen, apothekers, methodologen en gezondheidseconomen. Het Zorginstituut weegt al die reacties zorgvuldig mee en stelt het uiteindelijke standpunt vast.
Lees meer informatie over de procedure bij een standpunt op de pagina 'Verduidelijking van het basispakket - standpunten'.
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit standpunt? Mail uw vraag dan naar het Zorginstituut via ons contactformulier.