ACP-advies aan de Raad van Bestuur van het Zorginstituut over de vergoeding van brexucabtagene-autoleucel (Tecartus®) voor de behandeling van acute lymfatische leukemie (ALL). De commissie heeft in haar vergadering van 8 mei 2026 gesproken over de vraag of brexucabtagene autoleucel voor de behandeling van volwassen patiënten van 26 jaar en ouder met recidiverende of refractaire (r/r) B-cel precursor acute lymfoblastenleukemie (ALL) moet worden vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering. Tijdens de vergadering hebben de patiëntenorganisaties Hematon en Nederlandse Federatie van Kankerpatiëntenorganisatie (NFK) gezamenlijk ingesproken. Daarnaast hebben de beroepsgroep Hemato-Oncologie Volwassen Nederland (HOVON) en de fabrikant Gilead (mede namens Kite) ingesproken.

Advies van de ACP aan het Zorginstituut

De commissie ziet het belang dat brexucabtagene-autoleucel (Tecartus®) voor de behandeling van bepaalde patiënten met acute lymfatische leukemie (ALL) op korte termijn beschikbaar komt. De commissie is echter van mening dat het medicijn voor deze indicatie alleen beschikbaar kan komen voor een maatschappelijk aanvaardbare prijs. 

Alles afwegende komt de commissie tot het advies om brexucabtagene-autoleucel voor de genoemde indicatie niet op te nemen in het basispakket van de zorgverzekering, tenzij prijsonderhandeling leidt tot een daling van de vraagprijs met ten minste 44%, waardoor de kosteneffectiviteit van de behandeling onder de maximale referentiewaarde van €80.000 per QALY komt te liggen. Hierbij weegt de commissie mee dat het om een ernstig zieke, maar zeer kleine patiëntengroep gaat, met een beperkte budgetimpact en een klinisch relevant langere overleving voor een aanzienlijk deel van de patiënten. Aan de andere kant benadrukt de commissie dat de prijsreductie ten minste 44% moet bedragen. Dit omdat de commissie ook argumenten ziet om een grotere prijsreductie te adviseren vanwege de grote mate van onzekerheid en het feit dat is vergeleken met hoogstwaarschijnlijk ondoelmatige behandelingen. De commissie wil erop wijzen dat met een prijsreductie van 44% ondoelmatigheid in de zorg in stand wordt gehouden. Het ontbreekt de commissie echter op dit moment aan instrumenten om tot betere prijsadvisering te komen. Daarnaast is er sprake van een dynamisch behandellandschap; de commissie adviseert daarom een kort financieel arrangement. 

Tot slot is de commissie verheugd dat de beroepsgroep aangegeven heeft haar verantwoordelijkheid te nemen bij zorgvuldige patiëntselectie en het bevorderen van gepast gebruik.