Hulpmiddelen voor slechthorenden en doven (auditieve hulpmiddelen) (Zvw)

Verzekerden met gehoorverlies kunnen in aanmerking komen voor vergoeding van één of meerdere hulpmiddelen die de gehoorfunctie verbeteren.

Voor welke verzekerde?

Hoortoestellen en maskeerders tegen oorsuizen (tinnitus) vallen onder de basisverzekering. Of de verzekerde voor een hoorhulpmiddel vanuit de basisverzekering in aanmerking komt, hangt af van de ernst van de slechthorendheid. Een verzekerde kan voor een hoortoestel in aanmerking komen bij een gehoorverlies van ten minste 35dB of ernstig oorsuizen.

Keuzeprotocol hoorzorg

Zorgverzekeraars hebben, in samenwerking met audiciens, wetenschappers, en de patiëntenvereniging NVVS een Keuzeprotocol ontwikkeld. Het uitgangspunt is dat een eenvoudige oplossing wordt geboden waar dat mogelijk is, en een complexe oplossing als dat noodzakelijk is. Met toepassing van het Keuzeprotocol hoorzorg krijgt de verzekerde het hoortoestel dat hij nodig heeft bij zijn beperking.

(Deels) Geïmplanteerde hoortoestellen

Er bestaan ook hoortoestellen die (deels) worden geïmplanteerd. Voorbeelden hiervan zijn de middenoorimplantaten, cochleaire implantanten en de beengeleiderimplantaten. Deze hoortoestellen vallen onder de geneeskundige zorg. De zorg is onderdeel van de kosten van de zorg in het ziekenhuis. De zorgverzekeraar vergoedt de kosten dan rechtstreeks aan het ziekenhuis. Lees meer over geneeskundige zorg op de pagina 'Medisch-specialistische zorg'.

Overige hoorhulpmiddelen

Het is ook mogelijk om een eenvoudig luisterhulp vergoed te krijgen in plaats van een hoortoestel.

Als hoortoestellen of tinnitusmaskeerders de hoorfunctie onvoldoende verbeteren, kan een verzekerde ook in aanmerking komen voor andere hoorhulpmiddelen. Bijvoorbeeld:

  • FM geluidsoverdrachtssystemen
  • IR overdrachtssystemen
  • ringleidingshulpmiddelen
  • soloapparatuur
  • wekapparatuur en waarschuwingsapparatuur

Slechthorenden kunnen ook aanspraak maken op communicatieapparatuur, zoals:

  • teksttelefoons
  • beeldtelefoons
  • speciale software om te kunnen teksttelefoneren
  • software die gesproken taal realtime omzet in geschreven tekst

Computers en internetfuncties zoals e-mail, chat en sms kunnen ook gezien worden als communicatieapparatuur. Deze hulpmiddelen komen niet voor vergoeding in aanmerking. Dit zijn algemeen gebruikelijke hulpmiddelen of voorzieningen.

Hoorhulpmiddelen voor het werk of onderwijs

Aanvullende apparatuur voor slechthorenden voor tijdens het werk of bij het volgen van onderwijs kan vanuit het basispakket vergoed worden. Alle persoonlijke hulpmiddelen in de vorm van aanvullende apparatuur (eventueel meeneembaar naar een volgende werkgever of thuis) waarbij sprake is van draadloze signaaloverdracht (connectiviteit) met een hoortoestel of trilmechanisme vallen onder het basispakket (volledige hooroplossing). Alle andere 'middelen' om de werkplek voor een slechthorende aan te passen, zoals verbetering van akoestiek door geluiddempende materialen, vallen niet onder het basispakket.

Eigen bijdrage en eigen risico

Verzekerden van 18 jaar en ouder betalen 25% van de aanschafkosten van hun hoortoestellen, oorstukjes en tinnitusmaskeerders zelf.
Voor kinderen tot 18 jaar geldt sinds 1 januari 2016 geen eigen bijdrage meer voor hoortoestellen, oorstukjes en tinnitismaskeerders.

Lees meer over de eigen bijdrage op de pagina 'Eigen bijdrage (Zvw)'.

De kosten van vervanging van batterijen of accu’s betalen verzekerden zelf. Ook de periodieke onderhoudsbeurten bij hulpmiddelen die eigendom zijn van de verzekerde, moet de verzekerde zelf betalen.

De overige kosten worden vergoed door de zorgverzekeraar. Hulpmiddelen voor het gehoor vallen onder het eigen risico.

Regelgeving

De aanspraak op hulpmiddelen voor het gehoor staat beschreven in: