Persoonsgebonden budget

Bij het PGB-AWBZ ontvangt de verzekerde een budget waarmee hij zelf zorg kan inkopen. Dat kan bij de functies persoonlijke verzorging, verpleging, begeleiding en kortdurend verblijf.

Toegangsvoorwaarden

De verzekerde komt in aanmerking voor het PGB-AWBZ:

  1. als hij is geïndiceerd voor persoonlijke verzorging of verpleging, of
  2. als hij is geïndiceerd voor langdurig verblijf, of
  3. als het PGB wordt aangevraagd aansluitend aan een eerdere PGB-toekenning.

De verzekerde komt niet in aanmerking voor het PGB-AWBZ:

  1. als de zorgvraag korter duurt dan een jaar, of
  2. als hij is geïndiceerd voor minder dan 10 uur begeleiding per week en niet is geïndiceerd voor de functies persoonlijke verzorging, of verpleging. (Maar als een medegezinslid al een PGB heeft dan kan de verzekerde wel een PGB krijgen. De verzekerde kan ook een PGB krijgen als de verzekerde samen met een medegezinslid is geïndiceerd voor minstens 10 uur begeleiding per week).

Verder gelden nog de volgende aanvullende voorwaarden:

  • de verzekerde moet voordat hij de aanvraag indient eerst onderzoeken of er zorg in natura beschikbaar is; en
  • de verzekerde mag niet van plan zijn om het PGB uitsluitend te gebruiken voor het inkopen van zorg bij door het zorgkantoor gecontracteerde zorgaanbieders.

Vaststelling van het budget

Het zorgkantoor berekent het bruto budget op basis van de bedragen in de Tarieventabel 2014.

Als de verzekerde is geïndiceerd voor langdurig verblijf (ZZP-indicatie) dan zal het zorgkantoor het indicatiebesluit aan de hand van de Toekenningstabel bij indicatie verblijf 2014 omzetten naar functies en klassen.

Op het bruto budget brengt het zorgkantoor, bij verzekerden van 18 jaar en ouder, een eigen bijdrage in mindering. De eigen bijdrage berekent het zorgkantoor op basis van de Rekenhulp eigen bijdrage 2014.

Documenten


Uitbetaling en besteding

Het PGB wordt uitbetaald in voorschotten. Aan de hand van de omvang van het PGB bepaalt het zorgkantoor of dit per kwartaal of maandelijks plaatsvindt.

Voor de budgethouder zelf geldt het PGB niet als inkomen, voor degene die ermee wordt betaald wél.

Het PGB is niet geoormerkt voor de geïndiceerde functie(s). Dat wil zeggen dat de budgethouder het PGB ook aan andere zorg mag uitgeven.

De verzekerde die is geïndiceerd voor langdurig verblijf, mag het budget ook besteden aan huishoudelijke hulp.


Inhouding en afdracht loonbelasting en sociale premies

De budgethouder is doorgaans niet inhoudingsplichtig als de zorgverlener:

  • een instelling, freelancer, partner, eerste- of tweedegraads familielid, wettelijk vertegenwoordiger, bewindvoerder of curator is; of
  • maximaal 3 dagen per week zorg verleent.

Bij twijfel kan de budgethouder nadere informatie inwinnen bij het SVB Servicecentrum PGB. Het Servicecentrum beantwoordt ook vragen over arbeidsrecht.

Het zorgkantoor verstrekt de budgethouder samen met de toekenningsbeschikking een set modelovereenkomsten. Daarmee kan de budgethouder een zorgovereenkomst sluiten met de zorgverlener van zijn keuze.

De modelovereenkomsten zijn ook te downloaden vanaf de SVB-website.


Verantwoording aan zorgkantoor

De budgethouder moet jaarlijks één of tweemaal – afhankelijk van het toegekende PGB – een verantwoordingsformulier invullen. Het zorgkantoor controleert de verantwoording en kan eventueel zorgovereenkomsten, declaraties en bankafschriften bij de budgethouder opvragen.

Daarnaast moet de budgethouder jaarlijks een opgaafformulier loonbelasting invullen waarop hij de zorgverlener vermeldt voor wie alsnog belasting en premies moet worden afgedragen. Het zorgkantoor stuurt het formulier door naar de Belastingdienst.

Het opgaafformulier hoeft niet te worden ingevuld voor zorgverleners voor wie de SVB al loonbelasting afdraagt.

Documenten


Niet besteed PGB terugbetalen

Het deel van het PGB dat de budgethouder niet heeft besteed aan zorg, moet hij terugbetalen aan het zorgkantoor. Hierbij geldt echter een zogenoemd 'vrij besteedbaar bedrag', dat 1,5% van het budget – na aftrek van eigen bijdragen – bedraagt. Voor dit bedrag geldt een minimum van 250 euro en een maximum van 1250 euro per jaar. De budgethouder hoeft dit bedrag niet terug te betalen.


Budget in het buitenland

Een verzekerde die niet in Nederland woont kan geen PGB krijgen.

Budgethouders die langer dan zes weken naar het buitenland vertrekken en daar lokale zorgverleners inhuren, zijn verplicht dit te melden aan het zorgkantoor. Het zorgkantoor past voor de duur van het buitenlands verblijf het budget aan aan de kostennormen van het betreffende land; hiervoor gelden zogenoemde aanvaardbaarheidspercentages.

De budgethouder mag het PGB maximaal 13 weken per kalenderjaar gebruiken voor het inkopen van zorg in het buitenland. Bij terminale zorg is dat maximaal een jaar.

Documenten


Subsidieregeling met financiële begrenzing

Het PGB is een subsidieregeling waarvan het plafond jaarlijks door het ministerie van VWS wordt vastgesteld; het Zorginstituut verdeelt dit bedrag over de zorgkantoren. Wanneer een zorgkantoor zijn budget heeft uitgegeven, kan het voor de rest van het kalenderjaar geen nieuwe budgetten verstrekken. Verzekerden die op dat moment een budget willen, komen op een wachtlijst. Wel kan het zorgkantoor bekijken of de hulp in natura kan worden verleend.