Standpunt tumescente liposuctie bij lipoedeem

Het Zorginstituut beoordeelt of tumescente liposuctie bij patiënten met lipoedeem, die ernstige klachten en belemmeringen hebben, vergoed kan worden uit het basispakket. Op dit moment wordt deze behandeling nog niet vergoed. Dit komt omdat bij eerdere beoordelingen die het Zorginstituut heeft gedaan, er geen wetenschappelijk bewijs van voldoende kwaliteit beschikbaar was die de effectiviteit van de behandeling aantoonde.
Het Zorginstituut brengt in februari 2021 een zogenaamd standpunt uit, waarin we aangeven of de behandeling wel of niet vergoed wordt uit het basispakket.

Lipoedeem

Lipoedeem is een niet vaak voorkomende, chronische aandoening van het vetweefsel. Hoe deze aandoening ontstaat is niet duidelijk. Mensen met lipoedeem hebben last van grote hoeveelheden ongelijkmatig verdeeld vet onder de huid. Dit kan voorkomen op de heupen, dijen, knieën, onderbenen en armen. De vetophoping veroorzaakt pijn en overmatige overgevoeligheid bij aanraking. Dit kan verergeren tot hevige pijn en verminderde mobiliteit, uiteindelijk leidend tot een beperking in activiteiten en verminderd participeren in de maatschappij.

Behandeling bij lipoedeem

De huidige behandeling bij lipoedeem bestaat nu onder andere uit voorlichting over leefstijl, oefentherapie en compressietherapie.
Liposuctie is een chirurgische techniek waarbij deze onderhuidse vetophoping wordt verwijderd door dit weg te zuigen. Bij tumescente liposuctie wordt eerst het te behandelen gebied ingespoten met een zoutwatervloeistof inclusief een verdovingsmiddel en adrenaline, waarna het vet wordt weggezogen.

Beoordelen of zorg effectief is - stand van de wetenschap en praktijk

Als algemene regel geldt dat alleen zorg die effectief is, uit het basispakket wordt vergoed. In de Zorgverzekeringswet (Zvw) staat daarvoor de volgende omschrijving: de zorg moet voldoen aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’.
Een belangrijke taak van het Zorginstituut is beoordelen of zorg uit het basispakket moet worden vergoed. We doen dat als in de praktijk bijvoorbeeld onduidelijk is of een bepaalde behandeling wel of niet vergoed zou moeten worden. Het Zorginstituut kan dan een zogenaamd standpunt innemen dat die onduidelijkheid wegneemt.

Standpunt

Bij het innemen van een standpunt geeft het Zorginstituut een oordeel over de therapeutische waarde van een behandeling. Met andere woorden, wat en hoe groot is het effect van de behandeling voor de patiënt. Daarnaast wordt er gekeken naar mogelijke bijwerkingen en de veiligheid van de ingreep. Het Zorginstituut beoordeelt de effectiviteit altijd voor een groep patiënten met dezelfde aandoening en dezelfde kenmerken, en niet per persoon.
Bij een beoordeling volgt het Zorginstituut de principes van evidence-based medicine (EBM, geneeskunde op basis van passend bewijs). Dat houdt in dat we in de beschikbare (internationale) literatuur zoeken naar passend wetenschappelijk bewijs die de effectiviteit van een behandeling aantoont. In overleg met patiëntenverenigingen en vertegenwoordigers van zorgverleners en zorgverzekeraars, wordt bepaald, op basis van vastgestelde criteria, wat voor deze beoordeling passend bewijs is. Daarnaast kijken we bij de beoordeling ook naar de deskundigheid uit de praktijk en ervaringen met de behandeling van zorgverleners en patiënten. De ervaringen uit de praktijk kunnen alleen meegenomen worden in de beoordeling als deze zijn vastgelegd en voldoen aan bepaalde criteria.

Proces van beoordeling en standpuntbepaling door het Zorginstituut

De beoordeling van ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ verloopt via een vast en zorgvuldig proces, wat ervoor zorgt dat er een goed afgewogen standpunt kan worden ingenomen. Zorgverleners worden via hun wetenschappelijke verenigingen zo vroeg mogelijk bij een beoordeling betrokken. Ditzelfde geldt voor patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars. Verder laten wij ons bij de beoordelingen adviseren door de Wetenschappelijke Adviesraad. Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, zoals verschillende deskundigen, waaronder artsen, wetenschappers en onderzoekers. Samen beoordelen zij of het standpunt zorgvuldig tot stand is gekomen en wat het Zorginstituut eventueel nog moet aanpassen.

Met het bovenstaande proces waarborgt het Zorginstituut de inbreng van alle actuele wetenschappelijke kennis en ervaring uit de behandelpraktijk die nodig is voor de beoordeling. Nadat alle stappen in het proces zijn doorlopen en alle inbreng tegen elkaar is afgewogen, neemt het Zorginstituut een standpunt in of de behandeling wel of niet vergoed wordt uit het basispakket.

Eerdere standpunten over liposuctie bij lipoedeem

Het Zorginstituut heeft in 2007 in 2 standpunten aangegeven dat tumuscente liposuctie niet in aanmerking komt voor vergoeding:

De belangrijkste reden hiervoor was dat er toen geen passend bewijs was om de effectiviteit en veiligheid van de tumescente liposuctie bij lipoedeem ten opzichte van de standaardbehandeling te kunnen vaststellen.

Voor informatie

Vragen kunt u stellen per e-mail via het contactformulier.

Planning

Planning tot aan publicatie van het standpunt
Stap in het proces Datum
Start dossier 2 juni 2020
Bespreking conceptstandpunt in de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) 30 november 2020
Start bestuurlijke consultatie december 2020
Publicatie standpunt februari 2021