Standpunt tumescente liposuctie bij lipoedeem

Het Zorginstituut beoordeelt of tumescente liposuctie bij patiënten met lipoedeem, die ernstige klachten en belemmeringen hebben, vergoed kan worden uit het basispakket. Op dit moment wordt deze behandeling nog niet vergoed. Dit komt omdat bij eerdere beoordelingen die het Zorginstituut heeft gedaan, er geen wetenschappelijk bewijs van voldoende kwaliteit beschikbaar was die de effectiviteit van de behandeling aantoonde.
Het Zorginstituut brengt een zogenaamd standpunt uit, waarin we aangeven of de behandeling wel of niet vergoed wordt uit het basispakket. De oorspronkelijke planning voor publicatie is opgeschoven naar najaar 2021.

Lipoedeem

Lipoedeem is een niet vaak voorkomende, chronische aandoening van het vetweefsel. Hoe deze aandoening ontstaat is niet duidelijk. Mensen met lipoedeem hebben last van grote hoeveelheden ongelijkmatig verdeeld vet onder de huid. Dit kan voorkomen op de heupen, dijen, knieën, onderbenen en armen. De vetophoping veroorzaakt pijn en overmatige overgevoeligheid bij aanraking. Dit kan verergeren tot hevige pijn en verminderde mobiliteit, uiteindelijk leidend tot een beperking in activiteiten en verminderd participeren in de maatschappij.

Behandeling bij lipoedeem

De huidige behandeling bij lipoedeem bestaat nu onder andere uit voorlichting over leefstijl, oefentherapie en compressietherapie.
Liposuctie is een chirurgische techniek waarbij deze onderhuidse vetophoping wordt verwijderd door dit weg te zuigen. Bij tumescente liposuctie wordt eerst het te behandelen gebied ingespoten met een zoutwatervloeistof inclusief een verdovingsmiddel en adrenaline, waarna het vet wordt weggezogen.

Beoordelen of zorg effectief is - stand van de wetenschap en praktijk

Als algemene regel geldt dat alleen zorg die effectief is, uit het basispakket wordt vergoed. In de Zorgverzekeringswet (Zvw) staat daarvoor de volgende omschrijving: de zorg moet voldoen aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’.
Een belangrijke taak van het Zorginstituut is beoordelen of zorg uit het basispakket moet worden vergoed. We doen dat als in de praktijk bijvoorbeeld onduidelijk is of een bepaalde behandeling wel of niet vergoed zou moeten worden. Het Zorginstituut kan dan een zogenaamd standpunt innemen dat die onduidelijkheid wegneemt.

Standpunt

Bij het innemen van een standpunt geeft het Zorginstituut een oordeel over de therapeutische waarde van een behandeling. Met andere woorden, wat en hoe groot is het effect van de behandeling voor de patiënt. Daarnaast wordt er gekeken naar mogelijke bijwerkingen en de veiligheid van de ingreep. Het Zorginstituut beoordeelt de effectiviteit altijd voor een groep patiënten met dezelfde aandoening en dezelfde kenmerken, en niet per persoon.
Bij een beoordeling volgt het Zorginstituut de principes van evidence-based medicine (EBM, geneeskunde op basis van passend bewijs). Dat houdt in dat we in de beschikbare (internationale) literatuur zoeken naar passend wetenschappelijk bewijs die de effectiviteit van een behandeling aantoont. In overleg met patiëntenorganisaties en vertegenwoordigers van zorgverleners en zorgverzekeraars, wordt bepaald, op basis van vastgestelde criteria, wat voor deze beoordeling passend bewijs is. Daarnaast kijken we bij de beoordeling ook naar de deskundigheid uit de praktijk en ervaringen met de behandeling van zorgverleners en patiënten. De ervaringen uit de praktijk kunnen alleen meegenomen worden in de beoordeling als deze zijn vastgelegd en voldoen aan bepaalde criteria.

Proces van beoordeling en standpuntbepaling door het Zorginstituut

De beoordeling van ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ verloopt via een vast en zorgvuldig proces, wat ervoor zorgt dat er een goed afgewogen standpunt kan worden ingenomen. Zorgverleners worden via hun wetenschappelijke verenigingen zo vroeg mogelijk bij een beoordeling betrokken. Ditzelfde geldt voor patiëntenorganisaties en zorgverzekeraars. Verder laten wij ons bij de beoordelingen adviseren door de Wetenschappelijke Adviesraad. Hierin zitten onafhankelijke wetenschappers, zoals verschillende deskundigen, waaronder artsen, wetenschappers en onderzoekers. Samen beoordelen zij of het standpunt zorgvuldig tot stand is gekomen en wat het Zorginstituut eventueel nog moet aanpassen.

Met het bovenstaande proces waarborgt het Zorginstituut de inbreng van alle actuele wetenschappelijke kennis en ervaring uit de behandelpraktijk die nodig is voor de beoordeling. Nadat alle stappen in het proces zijn doorlopen en alle inbreng tegen elkaar is afgewogen, neemt het Zorginstituut een standpunt in of de behandeling wel of niet vergoed wordt uit het basispakket.

Update begin juni 2021 - langere consultatieperiode

Gezien de complexiteit van dit onderwerp en de beperkte behandelmogelijkheden voor deze patiënten, heeft het Zorginstituut besloten om ruim de tijd te nemen om het conceptstandpunt te consulteren bij de betrokken partijen. Dit betekent dat we het conceptstandpunt in juni naar alle relevante partijen toe zullen sturen. Zij zullen 2 maanden de tijd krijgen om hierop te reageren. Als er vanuit de partijen nog behoefte is aan een mondelinge toelichting op het conceptstandpunt, dan zullen wij kort na de zomer een bijeenkomst organiseren. Daarna zal het standpunt pas woorden voorgelegd aan de Wetenschappelijke Adviesraad.

Update begin 2021 - Extra informatie nodig voor een goede beoordeling

Verschillende beroepsverenigingen hebben de afgelopen periode informatie bij het Zorginstituut aangeleverd die nodig is voor de beoordeling. Aan sommige beroepsverenigingen is daarna nog extra informatie gevraagd. Hierdoor is de planning opgeschoven.

Zodra de extra informatie die wij hebben gevraagd is ontvangen, wordt dit verwerkt in de methodiek voor het onderzoek (de basis voor onze beoordeling). De opbrengst wordt vervolgens weer gedeeld met alle betrokken partijen (februari/maart). Dit noemen we consulteren. De partijen die wij zullen consulteren zijn onder andere zorgverleners en patiëntenorganisaties. Zij hebben een aantal weken de tijd om op onze methodiek te reageren. Deze reacties worden meegenomen in de uiteindelijke beoordeling van de literatuur die leiden tot een conceptstandpunt. Ook dit conceptstandpunt zal worden geconsulteerd (april/mei). Pas daarna wordt het conceptstandpunt besproken met de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). De WAR beoordeelt of het standpunt zorgvuldig tot stand is gekomen en wat het Zorginstituut eventueel nog moet aanpassen.

Nadat alle stappen in het proces zijn doorlopen en alle inbreng tegen elkaar is afgewogen, neemt het Zorginstituut een standpunt in of de behandeling wel of niet vergoed wordt uit het basispakket.

Voor informatie

Vragen kunt u stellen per e-mail via het contactformulier.

Planning

Planning tot aan publicatie van het standpunt
Stap in het proces Datum
Start dossier 2 juni 2020

Het Zorginstituut is er tijdens het beoordelingsproces achter gekomen dat er extra informatie nodig is. Hierdoor is de oorspronkelijke planning opgeschoven.

Verwerken extra opgevraagde informatie januari/februari 2021
Consultatie methodiek van beoordeling bij partijen februari/maart 2021
Consultatie conceptstandpunt bij alle betrokken partijen juni -augustus 2021
Bijeenkomst: Toelichting conceptstandpunt na de zomer
Bespreking conceptstandpunt in de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) nog te bepalen
Publicatie standpunt nog te bepalen

Betrokken partijen

  • Nederlands Netwerk voor lymfoedeem en lipoedeem (NLNet)
  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF)
  • Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie (NVDV)
  • Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie binnen de Lymfologie
  • Nederlandse Vereniging voor Heelkunde
  • Nederlandse Vereniging voor Huidtherapeuten
  • Nederlandse Vereniging voor Plastisch Chirurgen (NVPC)
  • Zorgverzekeraars Nederland

Eerdere standpunten over liposuctie bij lipoedeem

Het Zorginstituut heeft in 2007 in 2 standpunten aangegeven dat tumuscente liposuctie niet in aanmerking komt voor vergoeding:

De belangrijkste reden hiervoor was dat er toen geen passend bewijs was om de effectiviteit en veiligheid van de tumescente liposuctie bij lipoedeem ten opzichte van de standaardbehandeling te kunnen vaststellen.