Stand van zaken Flash Glucose Monitoring

Zorginstituut Nederland streeft ernaar om nog voor het einde van 2019 een standpunt in te nemen of Flash Glucose Monitoring (FGM, FreeStyle Libre) uit het basispakket kan worden vergoed voor mensen met diabetes (type 1) waarvan de bloedwaarden met vingerprikken goed zijn in te regelen.

Zoeken naar eenduidig klinisch bewijs

FGM wordt sinds 27 november 2017 via het basispakket al vergoed voor 4 groepen patiënten met diabetes. Dat er over FGM voor de groep vingerprikkers nog geen duidelijkheid is, heeft te maken met het tot nu toe ontbreken van eenduidig klinisch-wetenschappelijk onderzoek. Ook het meest recente onderzoek dat in Nederland in 2019 is afgerond en waarvan de resultaten nog worden gepubliceerd, lijkt te weinig klinisch bewijs te bieden om de meerwaarde van FGM ten opzichte van het vingerprikkers aan te tonen. Dit betekent dat er wordt gekeken of de FGM beter werkt dan vingerprikken.

Kennisbundeling om voor duidelijkheid te zorgen

FGM en de meerwaarde ervan voor mensen met diabetes type 1 die met vingerprikken hun bloedwaarden goed kunnen inregelen, is een onderwerp dat al langere tijd op de agenda staat van de Rondetafel Diabeteszorg. De maatschappelijke urgentie wordt gevoeld. Daarom is door alle betrokken partijen op 10 mei 2019 besloten om op basis van wat er nu aan onderzoek ligt het Zorginstituut te verzoeken een standpunt in te nemen.

Eenduidig bewijslast nodig voor standpunt FGM

Zorgaanbieders, zorgverzekeraars, de Nederlandse Diabetes Federatie en patiëntenvereniging DVN werken er hard aan de benodigde bewijslast zo snel als mogelijk bij het Zorginstituut in te leveren. Het Zorginstituut kan dan overgaan tot het innemen van een standpunt of de betreffende zorg voldoet aan het criterium ‘de stand van de wetenschap en praktijk’. In dit geval wil dit zeggen dat op basis van wetenschappelijk onderzoek wordt vastgesteld of FGM beter werkt ten opzichte van vingerprikken. Het Zorginstituut spant zich in om hierover voor het einde van 2019 een standpunt in te nemen.

Wat houdt het innemen van een standpunt in?

Het ‘duiden’ of innemen van een standpunt is een zorgvuldig maar ook transparant proces, waarbij het Zorginstituut betrokken partijen gedurende het proces informeert en op meerdere momenten om advies vraagt. Zo wordt het conceptstandpunt voorgelegd (consulteren) aan de betrokken zorgaanbieders (via de wetenschappelijke verenigingen), patiëntenverenigingen en zorgverzekeraars. Een 2e conceptversie wordt vervolgens voor advies aangeboden aan de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR). De WAR is een onafhankelijk adviesorgaan dat bestaat uit artsen, wetenschappers, onderzoekers en beleidsadviseurs. De WAR toetst puur op wetenschappelijke gronden of de bewijslast voor de omschreven patiëntengroepen voldoende is om van effectieve zorg te kunnen spreken. De WAR geeft een positief of negatief advies af. Mede op basis daarvan stelt de Raad van Bestuur van het Zorginstituut het definitieve standpunt vast. Is het standpunt positief, dan wordt de betreffende zorg toegelaten tot het basispakket.

4 groepen mensen met diabetes krijgen FGM al vergoed

Flash Glucose Monitoring (FGM) is een systeem om continu suikerwaarden te meten. Na overeenstemming tussen de betrokken partijen aan de Rondetafel, heeft het Zorginstituut begin 2018 al een positief standpunt uitgebracht voor de vergoeding (met terugwerkende kracht tot 17 november 2017) van FGM voor 4 groepen mensen met diabetes. Beschikbaar wetenschappelijk onderzoek leverde het bewijs dat voor deze 4 groepen sprake is van een hulpmiddel dat minstens even effectief is als andere RTCGM-systemen (Real Time Continue Glucose Monitor).

Goede zorg tegen aanvaardbare kosten

Het Zorginstituut doet zijn werk onafhankelijk en vanuit het perspectief van 17 miljoen Nederlanders die meebetalen aan de zorg voor elkaar. Het Nederlandse zorgstelsel is gebouwd op solidariteit vanuit het principe: goede zorg voor iedereen tegen aanvaardbare kosten. Om ons stelsel van verzekerde zorg nu en in de toekomst overeind te houden, is het maken van keuzes noodzakelijk. Niet ‘dit wel, dat niet’, maar gefundeerde keuzes op basis van bewezen effectiviteit volgens de stand van de wetenschap en praktijk.