Meerjaren onderzoeksprogramma Zorginstituut Nederland

In het Meerjarenbeleidsplan van het Zorginstituut, zoals in 2018 is opgesteld, staan 3 ambities beschreven:

  1. Behouden van een betaalbaar zorgstel voor zowel de individuele burger als de rijksoverheid.
  2. De cyclus van meten, weten, leren en implementeren in de zorg sneller laten werken zodat betere zorg sneller beschikbaar komt.
  3. Burgers kunnen (samen met hun zorgverleners) beter beslissingen ‘op maat’ nemen over hun eigen gezondheidszorg; zij gaan beschikken over de voor hen relevante informatie over het zorgaanbod, de (geleverde) kwaliteit ervan en de behandelmogelijkheden.

Voor het verwezenlijken van deze ambities voert het Zorginstituut kennisintensief werk uit. Onderzoek speelt daarmee een belangrijke rol voor het legitimeren van ons werk (op korte en lange termijn) en de verankering van onze werkwijze. Om ons werk goed te kunnen blijven doen heeft het Zorginstituut parallel aan het Meerjarenbeleidsplan een Meerjaren onderzoeksprogramma opgesteld

Onderzoeksprogramma

Het meerjaren onderzoeksprogramma speelt in op de ontwikkelingen die er op het gebied van de ambities van het Zorginstituut zijn:

  1. Toekomstbestendig pakketbeheer
    Er komen nieuwe typen, gepersonaliseerde geneesmiddelen en andere innovaties op ons af. Hierbij moeten wij scherp krijgen of, en zo ja, hoe die met (bestaande) onderzoekstechnieken onderzocht kunnen worden. Bijvoorbeeld hoe kunnen individuele behandelkeuzen worden gegeneraliseerd naar pakketbeslissingen? Dit roept de vraag op, voor toekomstig pakketbeheer, hoe we zicht krijgen op nieuwe interventies en hun verwachte meerwaarde en vervolgens hoe we de beschikbare evidence kunnen toetsen op (kosten)effectiviteit.
  2. Gebruik van data
    Voor Zinnige Zorg, pakketbeheer en fondsbeheer moet we ons steeds vaker bedienen van data uit de klinische praktijk alsook van administratieve data. Onderzoek moet uitwijzen met welke data een betrouwbaar beeld is te schetsen wanneer voor welke patiënt sprake is van goede zorg, of deze zorg geleverd wordt en tegen welke kosten.
  3. Systeemwereld en leefwereld
    Landelijke adviezen (de 'systeemwereld') bereiken vaak met vertraging – en soms zelfs helemaal niet - de werkvloer waar patiënten en zorgverleners beslissen over zorg en ondersteuning (de 'leefwereld'). Het Zorginstituut wil adviezen maken die impact hebben in de 'leefwereld'. Daarom is het belangrijk te weten wat er onder patiënten en zorgverleners speelt, hoe de werkvloer met onze adviezen omgaat en hoe zowel de ‘leefwereld’ als de ‘systeemwereld’ (beter) met deze adviezen aan de slag kan.
  4. Burger- en patiëntenparticipatie
    Burger- en patiëntenparticipatie is gericht op het creëren van draagvlak voor het behoud van betaalbare zorg en goede informatie aan burgers en patiënten. Zij moeten input kunnen leveren aan de adviezen van het Zorginstituut. Daarom wil het Zorginstituut weten hoe het burgers en patiënten kan ondersteunen 'in de spreekkamer' en in andere situaties waarin goed geïnformeerde burgers en patiënten kunnen meebeslissen.

Het Zorginstituut wil de kennis rond deze thema’s vergroten met onderzoek dat bruikbaar is voor ons beleid. Dit doen we door de positie van onze academische werkplaatsen te versterken en een kennisnetwerk op te stellen met kenniscoördinatoren rondom een bepaald onderwerp. Deze 2 onderdelen, de academische werkplaatsen en het kennisnetwerk, zullen sterk verweven zijn zodat onderzoeksresultaten vertaald kunnen worden naar beleid, en beleidsproblemen naar onderzoek. Ook willen we met deze programmering meer de samenwerking met onderzoekspartijen aan gaan, om zo elkaar te versterken, te verbinden en te inspireren. Deze onderzoeksprogrammering moet bijdragen aan toekomstbestendige uitvoering van onze taken ten behoeve van 17 miljoen Nederlanders.

Infographic Meerjaren onderzoeksprogramma Zorginstituut

Thema's aan elkaar koppelen

Overigens is het niet de bedoeling dat elk onderzoek precies en exclusief binnen één van deze thema’s past. Integendeel, de meerwaarde van onderzoek voor het Zorginstituut zit juist in de mogelijkheid om deze thema’s aan elkaar te koppelen, bijvoorbeeld door te kijken naar de mogelijkheden voor burger- en patiëntparticipatie binnen toekomstbestendig pakketbeheer; of naar de mogelijkheden die real-world data bieden voor het beoordelen van personalised medicine; of de vraag hoe data gebruikt kunnen worden om zicht te krijgen op de mate waarin adviezen uit de systeemwereld worden opgevolgd in de leefwereld.