Strategieën voor afbouw van antidepressiva

Bij een goede respons op antidepressiva kan een patiënt na verloop van tijd geleidelijk de medicatie verminderen en uiteindelijk stoppen met antidepressiva. We noemen dat afbouwen. De betrokken beroepsgroepen, patiëntenorganisatie en zorgverzekeraars waren het niet eens over de vergoeding van afbouwstrategieën. In september 2018 hebben de beroepsgroepen en patiëntenorganisatie een multidisciplinair document ontwikkeld over de afbouw van antidepressiva. Zorgverzekeraars gaven tijdens de conceptfase aan hiermee uit de voeten te kunnen. Het Zorginstituut beoordeelt op dit moment of er nog reden is om een standpunt in te nemen over de afbouw van antidepressiva.

Verschillende manieren voor afbouw antidepressiva

Plotseling stoppen of te snel afbouwen van antidepressiva kan ernstige onttrekkingsverschijnselen geven. Goede begeleiding en geleidelijk afbouwen kan dit voorkomen en/of hanteerbaar maken. Er is een techniek waarbij de dosis in zeer kleine stappen verlaagd wordt. Het gaat hier om door een apotheker bereidde pillen verpakt in de vorm van zogenaamde taperingstrips.

Zorgverzekeraars zijn bij het uitvoeren van de Zorgverzekeringswet (Zvw) als eerste aan zet om te bepalen of zorg vergoed moet worden. Voordat het multidisciplinair document verscheen, vergoedden zorgverzekeraars deze taperingstrips meestal niet, omdat er naar hun mening onvoldoende bewijs is voor de effectiviteit en de doelmatigheid van deze aanpak en dus geen sprake van rationele farmacotherapie.

Stand van zaken

Het Zorginstituut nam in juli 2017 het initiatief om de afbouw van (specifieke) antidepressiva met behulp van taperingstrips inhoudelijk te beoordelen om vast te stellen of deze voor vergoeding in aanmerking kan komen. Daartoe organiseerde het Zorginstituut een zogenoemde scopingsbijeenkomst. Tijdens deze bijeenkomst namen de KNMP, MIND, het NHG en de NVvP het initiatief om een multidisciplinair document over de afbouw van antidepressiva op te stellen.

Het concept multidisciplinair document werd 12 februari 2018 besproken met het Zorginstituut en de zorgverzekeraars. Vervolgens legden de opstellers dit document ter consultatie voor aan hun achterban. Op 26 september 2018 is het document gepubliceerd. De opstellers zijn van plan om dit document verder te ontwikkelen tot onderdeel van een richtlijn.

De beroepsgroep (KNMP, NHG, NVvP) heeft in samenwerking met de patiëntenorganisatie MIND uitgesproken wat goede zorg is bij het afbouwen van SSRIs en SNRIs. Zorgverzekeraars gaven tijdens de conceptfase aan uit de voeten te kunnen met dit multidisciplinair document.
Het Zorginstituut beoordeelt op dit moment of er nog reden is om een standpunt in te nemen over de vergoeding van de afbouw van antidepressiva. Dat hangt mede af van de reacties van betrokken partijen op de eindversie van dit document.

Afwegingen en rollen bij dit standpunt

Op recept bereide geneesmiddelen, zoals verwerkt in een taperingstrip, komen alleen voor vergoeding in aanmerking als er geen (nagenoeg) gelijkwaardig geregistreerd geneesmiddel voorhanden is en de behandeling is aan te merken als ‘rationele farmacotherapie’. De criteria hiervoor zijn:
Behandeling, preventie of diagnostiek van een aandoening met een geneesmiddel in een voor de patiënt geschikte vorm.
De werkzaamheid en effectiviteit moet blijken uit de wetenschappelijke literatuur;
De behandeling, preventie of diagnostiek is het meest economisch voor de zorgverzekering.

De zorgverzekeraars zijn als eerste aan zet om uitspraken te doen over de vraag of bepaalde zorg voldoet aan ‘de stand van de wetenschap en praktijk’ of – in het geval van taperingstrips – aan ‘rationele farmacotherapie’.

Voor wat betreft uitspraken over wat goede zorg is zijn de koepels van behandelaars, samen met de patiëntenorganisaties, als eerste aan zet. Deze uitspraken moeten zij goed onderbouwen.

Rol van het Zorginstituut

Het Zorginstituut beheert het basispakket van de zorgverzekering. Op het moment dat partijen van inzicht verschillen over de vergoeding van een behandeling speelt het Zorginstituut vaak de rol van verbinder. Als partijen er onderling niet uit komen kan het Zorginstituut een standpunt innemen.

Voor informatie

Martin van der Graaff
E-mail: MGraaff@zinl.nl

Planning

Scopingsbijeenkomst met relevante partijen augustus 2017
Vervolgbijeenkomst (presentatie concept multidisciplinair document) februari 2018
Verwachting publicatie finale multidisciplinair document 26 september 2018

Betrokken partijen

Opstellers van het concept multidisciplinair document:

  • Koninklijke Nederlandse Maatschappij ter bevordering der Pharmacie (KNMP)
  • MIND
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP)

Zorgverzekeraars:

  • CZ
  • DSW
  • Menzis
  • VGZ
  • Zilveren Kruis