Advies Zorgclustermodel GGZ

Partijen in de GGZ werken onder regie van de Nederlandse Zorgautoriteit aan een nieuwe bekostiging van de geneeskundige GGZ. De bekostiging zal daarbij niet meer worden gebaseerd op de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) maar op zogenaamde zorgclusters gebaseerd op zorgvraagzwaarte naar leefgebieden. Het Zorginstituut onderzoekt of dit bekostigingsmodel aanknopingspunten biedt om de verzekerde aanspraken te duiden.

DSM-classificatie

In Nederland wordt de DSM (Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders) gebruikt om te bepalen of iemand recht kan hebben op verzekerde geneeskundige GGZ. De DSM is een classificatiesysteem voor psychische aandoeningen, uitgegeven en opgesteld door de American Psychiatric Association. Alleen psychische stoornissen kunnen worden behandeld in de geneeskundige GGZ. Behandeling van psychische problemen – zonder dat sprake is van een psychische stoornis volgens de DSM-5 – valt niet onder de geneeskundige GGZ. Behandeling van deze klachten kan wel worden vergoed binnen de huisartsenzorg, zo nodig met ondersteuning van de praktijkondersteuner GGZ.

Zorgclustermodel GGZ

Al langere tijd bestaat er kritiek op de dominante rol van de diagnoseclassificatie in de bekostiging en verzekerde prestaties. Psychosociale en andere factoren die wellicht meer zeggen over de zorgvraagzwaarte en de daarbij passende behandeling spelen een ondergeschikte rol. Zoekend naar oplossingen voor het verbeteren van de bekostiging van de gespecialiseerde GGZ hebben partijen vastgesteld dat het model dat in Engeland wordt gehanteerd, mogelijk aanknopingspunten kan bieden; het Engelse model. In dit model vormen zorgvraagzwaarte en zorgbehoefte van de patiënt het uitgangspunt. Partijen zullen onder regie van de NZa de productstructuur in deze richting doorontwikkelen en testen in de praktijk.

Verkenning Zorgclustermodel GGZ deel 1

Op verzoek van de minister van VWS heeft het Zorginstituut eind 2017 advies uitgebracht over het nieuwe bekostigingsmodel GGZ. Een belangrijk aandachtspunt voor de minister is de vraag in hoeverre het nieuwe bekostigingsmodel aansluit bij de huidige afgrenzing van de verzekerde prestaties in de geneeskundige GGZ.

In het nieuwe bekostigingsmodel vormt de DSM-classificatie niet langer het uitgangspunt. Ook kan mogelijk het onderscheid tussen generalistische basis GGZ en gespecialiseerde GGZ vervallen.

Zorginstituut Nederland bewaakt de grenzen van het verzekerde pakket en bevordert gepast gebruik van het verzekerde pakket. In deel 1 van ons advies hebben we de gevolgen van het Zorgclustermodel voor de toegang van cliënten tot geneeskundige GGZ onderzocht aan de hand van casuïstiek. We hebben daarbij de kansen en risico’s van het nieuwe bekostigingsmodel in beeld gebracht en doen aanbevelingen aan partijen voor de doorontwikkeling van het Zorgclustermodel.

Verkenning Zorgclustermodel GGZ deel 2

Begin 2018 gaan partijen aan de slag met onze aanbevelingen voor de doorontwikkeling van het Zorgclustermodel. Vervolgens zal het Zorginstituut aan de hand van het doorontwikkelde model beoordelen of behandeling van psychische problematiek vanuit het juiste bekostigingskader voldoende is geborgd. Een belangrijke vraag hierbij is of de gedachte achter het bekostigingsmodel, dat uitgaat van zorgvraagzwaarte, houvast biedt voor de uitleg van de verzekerde aanspraken geneeskundige GGZ. Deze vraag zullen wij in deel 2 beantwoorden.

Planning (deel 2)

  • Begin 2018: Doorontwikkeling Zorgclustermodel
    Het Zorginstituut ondersteunt de NZa en in het bijzonder de Werkgroep Zorginhoud & Prestaties zo goed mogelijk om de relevante vragen uit het Zorgclustermodel zo scherp mogelijk te definiëren, zodat deze beter aansluiten op de verzekerde aanspraken.
  • 2e en 3e kwartaal 2018: verkenning en analyse
    In deze fase verkennen we het doorontwikkelde Zorgclustermodel aan de hand van casuïstiek en onderzoeken wij of een duiding van de verzekerde prestaties aan de hand van het medische model achter het Zorgclustermodel mogelijk is.
  • September/oktober 2018: Adviescommissie Pakket (ACP) en consultatie externe partijen.
  • December 2018: Wij streven er naar om het rapport in december 2018 aan te bieden aan de staatssecretaris van VWS.

Betrokken partijen

Patiëntenvereniging

  • MIND Landelijk Platform Psychische Gezondheid (MIND LPGGZ)

Brancheorganisaties

  • GGZ Nederland (GGZ-NL),
  • Landelijke Vereniging van Vrijgevestigde Psychologen en Psychotherapeuten (LVVP)
  • Nederlandse Federatie van Universitair Medische Centra (NFU)
  • Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ)
  • Platform MEER GGZ voor instellingen in de geestelijke gezondheidszorg (Meer GGZ)
  • Zelfstandige Klinieken Nederland (ZKN)
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)

Beroepsverenigingen

  • Landelijke Vereniging POH‑GGZ (POH-GGZ)
  • Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie (NVvP)
  • Federatie van psychologen, psychotherapeuten en pedagogen (P3NL)
  • Landelijke Huisarts Vereniging (LHV)
  • Nederlands Huisartsen Genootschap (NHG)
  • Nederlands Instituut voor Psychologen (NIP)
  • Nederlandse Vereniging voor Psychotherapie (NVP)
  • Nederlandse Vereniging voor Gezondheidszorgpsychologie (NVGzP)
  • Verpleegkundigen & Verzorgenden Nederland-Sociaal Psychiatrisch Verpleegkundigen (V&VN-SPV)