Evaluatie wijkverpleging: standpunt verpleegkundige indicatiestelling en verduidelijking indicatiestelling bij kindzorg

In de periode 2019-2020 heeft het Zorginstituut heeft 2 standpunten uitgebracht over wijkverpleging. Nu volgen we hoe deze standpunten geïmplementeerd worden in de praktijk.

Standpunt verpleegkundige indicatiestelling

In maart 2019 heeft het Zorginstituut het standpunt ‘verpleegkundige indicatiestelling – een nadere duiding’ gedaan. De wijkverpleegkundige is als zorgprofessional verantwoordelijk voor de indicatiestelling voor ‘zorg zoals verpleegkundigen die plegen te bieden’ en het bepalen van de in dat kader noodzakelijke zorg. Het is daarbij aan de beroepsgroep om zo helder mogelijk te onderbouwen hoe zij tot deze indicatiestelling komt. In het 'Begrippenkader Indicatieproces' heeft de verpleegkundige beroepsgroep haar werkwijze om tot een verpleegkundige indicatie te komen uiteengezet, zowel procesmatig als inhoudelijk.

Het Zorginstituut heeft vervolgens het 'Begrippenkader Indicatieproces' als basis genomen om een aantal begrippen uit de regelgeving te verhelderen. Hiermee wil het Zorginstituut ook bijdragen aan het verkrijgen van een gemeenschappelijk beeld voor alle betrokken partijen over deze begrippen en hoe de verpleegkundige deze begrippen interpreteert bij het stellen van haar indicatie.

Standpunt 'Verpleegkundige indicatiestelling - een nadere duiding

Vragenlijst over indicatiestelling van wijkverpleging via Nivel 

Het Zorginstituut evalueert in hoeverre de bekendheid, het gebruik en de ervaren ondersteuning van de documenten door de wijkverpleging is verbeterd. Hiervoor is online een vragenlijst uitgezet onder ruim 500 zorgprofessionals die werken in de wijkverpleging en die deelnemen aan het landelijke Panel Verpleging & Verzorging van het Nivel.

Verduidelijking indicatiestelling bij kindzorg

In oktober 2020 heeft het Zorginstituut 3 begrippen rondom kindzorg nader omschreven in de ‘Verduidelijking Zorginstituut van begrippen bij verpleegkundige indicatiestelling kindzorg Zvw’. Deze verduidelijking sluit aan bij wat het Zorginstituut in eerdere stukken heeft geschreven over de verpleegkundige indicatiestelling. Aanleiding voor deze aanvullende verduidelijking waren vragen over enkele begrippen die een rol spelen in de verpleegkundige indicatiestelling kindzorg in de Zorgverzekeringswet (Zvw). Vanuit het oogpunt van uniforme uitleg van en toegankelijkheid tot de verzekerde zorg legt het Zorginstituut deze begrippen uit.

Verduidelijking Zorginstituut van begrippen bij verpleegkundige indicatiestelling kindzorg Zvw

Evaluaties wijkverpleging

Het Zorginstituut wil graag weten hoe het standpunt en de verduidelijking geïmplementeerd worden in de praktijk, en welke veranderingen zich voordoen ten opzichte van de situatie vóór implementatie. Beide onderwerpen worden op dezelfde manier (maar met andere tijdlijnen) geëvalueerd. Hierbij zijn de volgende evaluatievragen opgesteld:

  1. Verloopt de indicatiestelling voor kindzorg door wijkverpleegkundigen op een (meer) eenduidige manier?
  2. Zijn en voelen wijkverpleegkundigen en kinderverpleegkundigen zich beter toegerust om te indiceren?
  3. Zijn en voelen wijkverpleegkundigen en kinderverpleegkundigen zich beter toegerust de indicatie te onderbouwen voor de cliënt en zorgverzekeraar?
  4. Ervaren zorgverzekeraars dat de indicaties door wijkverpleegkundigen en kinderverpleegkundigen eenduidiger en beter onderbouwd zijn?

De evaluatie wordt uitgevoerd door middel van kwalitatief onderzoek. Daarbij wordt vragenlijstonderzoek onder een bestaand panel uitgezet en gesproken met veldpartijen. We herhalen de evaluatie jaarlijks, zodat een trend over de tijd zichtbaar wordt.

Resultaat eerste meting verpleegkundige indicatiestelling

Op basis van de eerste meting in 2019 concludeert het Zorginstituut dat een groot deel van de wijkverpleegkundigen niet bekend is met de ondersteunende documenten (Normenkader, Begrippenkader, Toolbox en nadere duiding) en deze ook niet vaak gebruikt. Naar aanleiding hiervan is een aantal vervolgacties ingezet om de bekendheid en het gebruik van de documenten te vergroten.

Het volledige rapport kunt u downloaden op de website van het Nivel.

Resultaat tweede meting verpleegkundige indicatiestelling

Het Zorginstituut concludeert uit de evaluatie van 2021 dat er nog verbetering mogelijk is in de indicatiestelling en implementatie van de ondersteunende documenten (Normenkader, Begrippenkader, Toolbox en nadere duiding).

Evaluatierapport indicatiestelling wijkverpleging - tweede meting

Wijkverpleegkundigen indiceren vanuit hun kennis en expertise. Een zorgverzekeraar moet aan de hand van de onderbouwing van de indicatie kunnen zien hoe tot de indicatie is gekomen en of het verpleegkundig proces doorlopen is. Het indiceren van zorg is maatwerk, de kaders in de ondersteunde documenten moeten daar voldoende ruimte voor laten. Wijkverpleegkundigen geven aan weleens beïnvloed te worden door zorgverzekeraars of mantelzorgers. Verder concluderen we uit deze evaluatie dat het belangrijk is dat wijkverpleegkundigen op structurele basis deelnemen aan intervisie en intercollegiale toetsing, waarbij ook de ondersteunende documenten onder de aandacht gebracht kunnen worden. Hier zien we een rol voor de zorgaanbieders, V&VN en mogelijk zorgverzekeraars.  

De resultaten van het Nivel onderzoek onder wijkverpleegkundigen kunt u downloaden op de website van het Nivel. Bij dat rapport hoort ook een bijlage.

Planning

Planning van de metingen
Stap in de evaluatie Datum
Eerste meting verpleegkundige indicatiestelling 4e kwartaal 2019
Tweede meting verpleegkundige indicatiestelling 3e kwartaal 2021
Eerste meting indicatiestelling kindzorg 3e kwartaal 2022
Tweede meting indicatiestelling kindzorg 3e kwartaal 2023