Pakketadvies sluisgeneesmiddel niraparib (Zejula®) bij ovariumcarcinoom

Op verzoek van de minister voor Medische Zorg beoordeelt het Zorginstituut het geneesmiddel niraparib (Zejula®) voor de onderhoudsbehandeling van volwassen patiënten met gevorderde epitheliale hooggradige eierstok-, eileider- of primaire peritoneumkanker, die volledig of partieel reageren op platina gebaseerde chemotherapie.

Sluis voor dure geneesmiddelen

De minister heeft niraparib (Zejula®) voor deze indicatie in de 'sluis voor dure geneesmiddelen' geplaatst. Dit houdt in dat het middel expliciet is uitgesloten van vergoeding vanuit het basispakket totdat:

  • het Zorginstituut een positief advies heeft uitgebracht;
  • er waarborgen zijn voor gepast gebruik;
  • de minister een prijsonderhandeling heeft uitgevoerd.

Nieuwe geneesmiddelen die in het ziekenhuis worden gebruikt (intramurale geneesmiddelen), worden meestal zonder bijzondere (prijs)afspraken toegelaten tot het basispakket. Als nieuwe middelen veel kosten, kan de minister voor Medische Zorg besluiten om deze tijdelijk uit het pakket te houden en in de ‘sluis voor dure geneesmiddelen’ te plaatsen. In de periode dat het middel in de sluis zit, brengt het Zorginstituut een advies aan de minister uit over of het middel wel of niet vergoed kan worden uit het basispakket. De minister voor Medische Zorg onderhandelt in dezelfde periode met de fabrikant over de prijs. En er is dan tijd voor het maken van afspraken over gepast gebruik met de artsen die het middel toedienen. Gepast gebruik houdt in: een behandeling die in medisch opzicht voor de patiënt het best is en niet duurder is dan nodig.

Beoordeling door het Zorginstituut

Zodra het dossier van de fabrikant over Zejula volledig is, start het Zorginstituut met de beoordeling. Het Zorginstituut laat zich tijdens de beoordeling adviseren door 2 onafhankelijke commissies:

  • De Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) toetst de aangeleverde gegevens aan de stand van de wetenschap en praktijk (effectiviteit) en de kosteneffectiviteit.
  • De Adviescommissie Pakket (ACP) is er voor de maatschappelijke afweging. Ook worden belanghebbende partijen (patiëntenverenigingen, zorgverleners en zorgverzekeraars) tijdens het proces bij de beoordeling betrokken en geconsulteerd.

Nadat de 2 commissies hun oordeel hebben gegeven, adviseert de Raad van Bestuur van het Zorginstituut de minister voor Medische Zorg. Bij een positief advies over opname in het basispakket geeft het Zorginstituut aan of de minister vanwege de (te) hoge prijs met de fabrikant afspraken moet maken over een prijsverlaging. Daarnaast geeft het Zorginstituut aan hoe het geneesmiddel gepast kan worden ingezet. En welke afspraken hierover zijn gemaakt met de artsen die het middel toedienen. De minister is uiteindelijk degene die besluit of het middel wel of niet wordt vergoed uit het basispakket.

Als het middel wordt toegelaten tot het basispakket, zal het Zorginstituut in de jaren erna evalueren of de afspraken in de praktijk worden nageleefd.

ICD-10-code

Dit dossier heeft betrekking op de volgende ICD-10-code: C56

Voor informatie

Voor informatie over deze beoordeling kunt u een e-mail sturen naar:

Ly Tran

E-mail: warcg@zinl.nl

Planning

Planning van de beoordeling
Stap in het proces Datum
Start dossier januari 2021
Eerste bespreking in de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) 22 februari 2021
Consultatieronde eind februari/begin maart 2021
Tweede bespreking in de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) datum volgt
Bespreking in de Adviescommissie Pakket (ACP) datum volgt
Publicatie advies datum volgt

Betrokken partijen

  • GlaxoSmithKline B.V.
  • Nederlandse Vereniging voor Medische Oncologie (NVMO)
  • Nederlandse Federatie voor Kankerpatiëntenorganisaties (NFK)
  • Vereniging Artsen Volksgezondheid (VAV), werkgroep farmacie
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)