Adviezen over de vergoeding van zorg bij COVID-19

In Nederland zijn veel mensen getroffen door de ziekte COVID-19. Tijdens en na de ziekte hebben deze patiënten zorg nodig. Omdat COVID-19 een nieuwe ziekte is, is voor deze zorg de vergoeding uit het basispakket nog niet altijd geregeld. Dat hierover snel duidelijkheid komt, is voor iedereen die betrokken is bij de zorg rond COVID-19 van groot belang. Daarom is Zorginstituut Nederland gevraagd om voor 2 behandelingen bij COVID-19 versneld te beoordelen of deze zorg uit het basispakket vergoed kan worden.

De behandelingen waarover het Zorginstituut op korte termijn een advies uitbrengt zijn:

Planning: uiterlijk eind juni gereed

Het Zorginstituut streeft ernaar de adviezen over de paramedische zorg en de pneumokokkenvaccinatie zo snel mogelijk, maar uiterlijk eind juni 2020 uit te brengen aan de minister van VWS.

Snelle én zorgvuldige beoordeling en adviezen

Bij het opstellen van zijn adviezen houdt het Zorginstituut er rekening mee dat in de huidige crisissituatie nog veel kennis ontbreekt, maar wel op korte termijn helderheid nodig is, omdat een grote groep patiënten wordt verwacht die (na)zorg nodig heeft. Daarom zal het Zorginstituut bij de beoordeling afwijken van de gebruikelijke procedure. Wel maakt het Zorginstituut bij zijn beoordelingen en het opstellen van de adviezen gebruik van kennis die al beschikbaar is in binnen- en buitenland en raadplegen wij experts die bij de zorg voor COVID-patiënten zijn betrokken. Verder zullen enkele leden van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) van het Zorginstituut bij de totstandkoming van de adviezen betrokken zijn.

Daarnaast zal het Zorginstituut bij het opstellen van de adviezen nauw aansluiten bij andere COVID-19-trajecten die ook in gang zijn gezet, bijvoorbeeld:

  • Het ontwikkelen van een richtlijn voor de revalidatie en nazorg van COVID-19-patiënten die ZonMw met de betrokken partijen (beroepsgroepen, patiënten en zorgverzekeraars) op korte termijn zal maken. Zorginstituut Nederland is hier ook bij betrokken. Dit traject moet inzicht geven in de groepen patiënten die te onderscheiden zijn en welke zorg er nodig is per groep.
  • De inventarisatie van de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa), die inzicht geeft in waar COVID-19-patiënten terechtkomen, hoe groot deze patiëntenstromen zijn, of de capaciteit van de zorg voldoende is en hoe de zorg gefinancierd wordt.