Standpunt effectiviteit fysiotherapie en oefentherapie bij lagerugklachten

Zorginstituut Nederland heeft in december 2016 het 'Systeemadvies fysiotherapie en oefentherapie' uitgebracht. In dat advies gaven we aan hoe fysiotherapie en oefentherapie in de basisverzekering opgenomen zouden kunnen worden. Een van de vervolgstappen van het systeemadvies is, dat het Zorginstituut beoordeelt of fysiotherapie en oefentherapie bij lagerugklachten effectieve zorg is.

Beoordeling effectiviteit fysiotherapie en oefentherapie bij lagerugklachten

De minister van VWS heeft het Zorginstituut eerder gevraagd een advies uit te brengen over de inzet van fysiotherapie en oefentherapie bij hernia met motorische uitval. In het rapport van 8 maart 2017 heeft het Zorginstituut aangegeven het onderwerp lagerugklachten vanuit een breder perspectief op te pakken. Dat houdt in dat het Zorginstituut voor een aantal aandoeningen van de lage rug eerst beoordeelt of fysiotherapie en oefentherapie effectieve zorg is (voldoet aan het criterium ‘stand van de wetenschap en praktijk’).

De effectiviteit van fysiotherapie en oefentherapie bij lagerugklachten hebben wij inmiddels beoordeeld voor:

  • patiënten met lagerugklachten zonder alarmsymptomen (dat wil zeggen: lagerugklachten waarvan is vastgesteld dat de oorzaak bijvoorbeeld geen tumor, wervelbreuk of ontstekingen is);
  • patiënten met een vastgesteld lumbosacraal radiculair syndroom (LRS) door een hernia of een vernauwing van het wervelkanaal (wervelkanaalstenose);
  • patiënten die een operatie aan de lage rug hebben ondergaan.

Standpunt uitgesteld door onderzoek naar ‘passend bewijs’

De uitkomst van de beoordeling van de effectiviteit hebben wij vastgelegd in een conceptstandpunt. Onze voorlopige conclusie is, dat een behandeling door een fysiotherapeut of oefentherapeut bij lagerugklachten niet beter werkt dan de gebruikelijke zorg. Wij kunnen dus niet vaststellen of deze zorg bij de onderzochte 3 rugaandoeningen bewezen effectief is. De leden van de Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) van het Zorginstituut onderschrijven deze conclusie.

In de praktijk hebben fysiotherapeuten en oefentherapeuten vaak te maken met patiënten die dezelfde diagnose, maar verschillende hulpvragen hebben. De behandeling is daarom vooral gericht op de hulpvraag en minder op de aandoening. Veel fysiotherapeutisch onderzoek is opgezet vanuit een aandoening en niet vanuit verschillende hulpvragen. Hierdoor zijn resultaten van onderzoek zeer verschillend en lastig met elkaar te vergelijken. Toch lijken fysiotherapie en oefentherapie voor bepaalde groepen zinvol te zijn. Dat erkennen niet alleen fysiotherapeuten en oefentherapeuten, maar ook andere beroepsgroepen, zoals huisartsen en medisch specialisten. Maar het Zorginstituut kan met zijn gebruikelijke beoordelingsmethode niet vaststellen bij welke groepen patiënten met lagerugklachten een behandeling met fysiotherapie of oefentherapie effectief is. Dit komt doordat er onvoldoende passend (wetenschappelijk) bewijs is dat zo’n behandeling bij deze patiënten werkt. Dit geldt mogelijk ook voor andere aandoeningen die worden behandeld met fysiotherapie en oefentherapie.

Door deze onduidelijkheid heeft de Raad van Bestuur van het Zorginstituut besloten het standpunt over lagerugklachten pas uit te brengen als we hebben onderzocht of er op een andere manier naar passend bewijs voor deze zorg gekeken moet worden. Ons wettelijk beoordelingskader is hierbij leidend. Daarbij kijken we ook naar de manier waarop het Zorginstituut met passend bewijs omgaat bij beoordelingen van medicijnen en beoordelingen in de curatieve zorg, de langdurige zorg en de GGZ.

De resultaten van het onderzoek naar passend bewijs leggen we vast in een ‘position paper’. De partijen die in de stuurgroep zitten (zie 'Betrokken partijen'), zijn nauw betrokken bij de voorbereiding en uitwerking van deze paper. Als de position paper klaar is, nemen we een besluit over het standpunt.

Meer informatie

Contactpersoon: Astrid Chorus
Mobiel:  06 - 53 12 60 33
E-mail: achorus@zinl.nl

Planning

Start onderzoek passend bewijs 1 maart 2020
Bijeenkomst met inhoudelijk deskundigen van de betrokken partijen september/oktober 2020
Onderzoek en schrijven position paper maart - september 2020
Vaststelling position paper door Raad van Bestuur oktober/november 2020
Besluit over standpunt na vaststelling position paper

Betrokken partijen

  • Koninklijk Nederlands Genootschap voor Fysiotherapie (KNGF)
  • Patiëntenfederatie Nederland
  • Stichting Keurmerk Fysiotherapie (SKF)
  • Vereniging van Oefentherapeuten Cesar en Mensendieck (VvOCM)
  • Zorgverzekeraars Nederland (ZN)