Onderzoek 'Op zoek naar passende zorg: problemen die ggz-patiënten ervaren'

Zorginstituut Nederland heeft laten onderzoeken of mensen met psychische aandoeningen passende zorg krijgen. Het onderzoek, uitgevoerd door Pro Facto en Argo, richt zich vooral op mensen die naast een psychische aandoening ook één of meer andere aandoeningen of beperkingen hebben

Verschillende zorgdomeinen

Met de stelselherziening op 1 januari 2015 zijn de wettelijke regelingen voor mensen met een beperking en een psychische stoornis gewijzigd. Dat betekent dat de voorzieningen voor veel van hen vanuit een ander domein of een andere sector worden geregeld dan tot dan toe. Jongeren tot en met 18 jaar zijn nu vooral aangewezen op de Jeugdwet (JW). Volwassenen zijn aangewezen op de Zorgverzekeringswet (Zvw), de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) of de Wet langdurige zorg (Wlz). Tot 2015 werd veel van de zorg voor deze mensen geregeld via de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Door de afschaffing van de AWBZ kregen verzekeraars, gemeenten, zorg- en hulpverleners te maken met nieuwe taken en financiers. Voor hen heeft Zorginstituut Nederland in augustus 2015 de handreiking 'De wettelijke domeinen voor zorg en ondersteuning aan mensen met een psychische stoornis' geschreven. Deze handreiking moest professionals die in hun werk te maken hebben met cliënten met psychische problematiek, helpen bij het vinden van passende zorg.

Signalen van cliënten en zorgverleners

Toch bleek de afgelopen jaren uit signalen van cliënten en uitvoerders dat sommige mensen niet de zorg kregen zij nodig hadden of daar te moeilijk toegang toe kregen. Voor een deel konden deze signalen worden teruggevoerd op invoeringsproblemen. Na ruim 3 jaar ervaring met het nieuwe stelsel, zouden de invoeringsproblemen echter achter de rug moeten zijn. Daarom heeft het Zorginstituut nu laten onderzoeken of mensen met psychische aandoeningen passende zorg krijgen. Het onderzoek, uitgevoerd door Pro Facto en Argo, richt zich vooral op mensen die naast een psychische aandoening ook één of meer andere aandoeningen of beperkingen hebben. Deze mensen lopen de grootste kans om tegen problemen aan te lopen omdat zij in aanraking komen met meer domeinen of sectoren. Mensen die uitsluitend Wlz-zorg ontvangen, zijn niet meegenomen in dit onderzoek.

Tussen wal en schip

De afbakening tussen de verschillende zorgwetten is in de praktijk niet altijd makkelijk te bepalen, waardoor sommige mensen tussen wal en schip vallen. Het Zorginstituut heeft door middel van dit onderzoek in beeld willen brengen welke problemen mensen met langdurige ggz-problematiek in het gewijzigde zorgstelsel ondervinden om passende zorg te krijgen en wat
de omvang is van het aantal mensen dat dergelijke problemen ervaart.
Er zijn 5 verschillende ‘groepen’ patiënten getypeerd die ‘tussen wal en schip’ vallen. Dat zijn mensen met langdurige ggz-problematiek die geen passende zorg ontvangen. Het gaat om:

  1. Mensen met GGZ-problematiek en andere problematiek (‘gecombineerde problematiek’)
  2. Mensen die een wisselende intensiteit van ggz-problematiek ervaren waarbij de behoefte aan 24-uurszorg wisselt;
  3. Jongvolwassenen met ggz-problematiek (18-/18+);
  4. Mensen die zorg mijden en dak- en thuislozen;
  5. Mensen met een niet aangeboren hersenletsel, waaronder Korsakov.

De problemen die ervaren worden in de zorg voor mensen met een psychische stoornis (in combinatie met een andere beperking en/of complexe omstandigheden) zijn onder 4 thema’s ondergebracht: toeleiding tot zorg, zorginkoop, passende zorg en samenwerking.
De ervaren problemen komen bij veel cliënten voor. Bij een kleinere groep leidt dit tot grote problemen.