Brief aan VWS over landelijk indicatieprotocol protonentherapie (cranio)spinale as bestraling

De beroepsgroep van radiotherapeuten (de NVRO) heeft in 2018 het 'Landelijk indicatieprotocol protonentherapie (cranio)spinale as bestraling' opgesteld. Daarin heeft de NVRO onderbouwd waarom protonentherapie de meest geëigende vorm van radiotherapie is voor patiënten waarbij er een indicatie is om de craniospinale as te bestralen. Het Zorginstituut heeft dit protocol op hoofdlijnen bekeken en geconcludeerd dat (cranio)spinale as bestraling bij de in het protocol genoemde diagnoses een te verzekeren prestatie is van de Zorgverzekeringswet. Als een behandelaar-radiotherapeut met toepassing van dit protocol heeft vastgesteld dat een patiënt voor protonentherapie in aanmerking komt, dan mag de zorgverzekeraar er dan ook van uitgaan dat de betreffende patiënt ‘redelijkerwijs is aangewezen op’ protonentherapie en voor vergoeding uit het basispakket van protonentherapie in aanmerking komt. De datum van het betreffende protocol, 25 juni 2018, geldt als ingangsdatum. Het Zorginstituut heeft de minister voor Medische Zorg van zijn bevindingen op de hoogte gebracht.

Protonentherapie bij (cranio)spinale as bestraling

De (cranio)spinale as bestraling is een techniek die gebruikt wordt in de curatieve behandeling van centrale zenuwstelsel tumoren, waarbij er een groot risico is op metastasering (uitzaaiingen) in de subarachnoïdale ruimte. De meest voorkomende diagnoses, waarvoor (cranio)spinale as bestraling onderdeel is van de curatieve behandeling, zijn:

  • het medulloblastoom
  • intracraniële kiemceltumor (germinoom, non-germinoom)
  • pineoblastoom
  • specifieke presentaties van het ependymoom
  • leukemie

Dit zijn zeldzame indicaties, waarbij (cranio)spinale as bestraling meestal plaatsvindt op kinderleeftijd, en verder voornamelijk bij jongvolwassenen (jonger dan 30 jaar). De prognose van deze patiënten is relatief gunstig. De consequentie hiervan is dat deze patiënten een relatief hoog risico hebben op het ontwikkelen van late complicaties als gevolg van de radiotherapie.

(Late) complicaties komen voor vanwege bestraling van een groot gebied namelijk de gehele schedelinhoud en het wervelkanaal tot halverwege het heiligbeen. En vanwege het meebestralen van een groot aantal risico-organen, waaronder het beenmerg, de milt, het hart, de longen, de schildklier, de alvleesklier, het maagdarmkanaal en de gonaden, als ook het circulerende bloedvolume.

Protonentherapie is een nieuwe vorm van precisie radiotherapie, waarmee straling met een grotere nauwkeurigheid geleverd kan worden dan met fotonentherapie. Bij gebruik van protonentherapie kan daarmee de dosis op de risico-organen en het circulerende bloedvolume in vrijwel alle gevallen worden verlaagd of zelfs tot nul worden gereduceerd. De NVRO heeft in het ‘Landelijk indicatieprotocol protonentherapie (cranio)spinale as bestraling’ onderbouwd dat de gunstigere dosisverdeling van protonentherapie zich bij gelijke effectiviteit (qua tumorcontrole en overleving) vertaalt in klinische voordelen voor de patiënt in de vorm van minder complicaties.

Conclusie Zorginstituut

Het Zorginstituut heeft vastgesteld dat (cranio)spinale as bestraling geschaard kan worden onder andere, reeds positief beoordeelde indicaties voor protonentherapie. De conclusie is dan ook dat (cranio)spinale as bestraling met protonentherapie bij de in het protocol genoemde indicaties een te verzekeren prestatie is van de Zorgverzekeringswet. De datum van het betreffende protocol, 25 juni 2018, geldt als ingangsdatum.