GVS-advies sublinguaal toegediend huisstofmijtextract 300 IR HDM (Actair®)

Zorginstituut Nederland heeft beoordeeld of sublinguaal toegediend huisstofmijtextract (300 IR HDM tablet) (Actair®) kan worden opgenomen in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Dit medicijn kan worden gebruikt bij allergische rinitis en rhinoconjunctivitis. Dit is de medische term voor klachten van een lopende neus, niezen en neusverstopping, die gepaard gaan met prikkende, tranende ogen. Het Zorginstituut adviseert de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) om 300 IR HDM onder bepaalde voorwaarden te vergoeden vanuit het basispakket van de zorgverzekering.

Aandoeningen waarbij het middel kan worden toegepast

Actair is een tablet dat je onder de tong legt. Het bevat 300 IR gestandaardiseerd allergeenextract van de huisstofmijten Dermatophagoides pteronyssinus en Dermatophagoides farinae. De eenheid IR geeft de mate van allergische reactie op het allergeen weer. Het medicijn kan worden toegepast bij de behandeling van jongeren en volwassenen met matige tot ernstige door huisstofmijt veroorzaakte allergische rinitis of rhinoconjunctivitis. Gebruik van dit middel is alleen bestemd voor patiënten met een klinische voorgeschiedenis en een positieve huisstofmijtsensitisatietest (huidpriktest of specifieke IgE). 

Op basis van data blijkt dat 300 IR HDM in de subgroep van patiënten met een hoge symptoomscore bij aanvang van de behandeling leidt tot een klinisch relevant effect. Daarom oordeelt het Zorginstituut dat beide sublinguaal toegediende huisstofmijtextracten enkel bij ernstige aanhoudende huisstofmijt geïnduceerde allergische rinitis of rhinoconjunctivitis ondanks adequate medicamenteuze behandeling voldoen aan stand van de wetenschap en praktijk.

Advies van het Zorginstituut

Het Zorginsituut adivseert de minister om sublinguaal toegediend huisstofmijtextract 300 IR HDM (Actair®) onder bepaalde voorwaarden op te nemen op bijlage 1A van de Regeling zorgverzekering in een nieuw te vormen cluster met 12 SQ-HDM (Acarizax®). De standaarddosis voor 300 IR HDM kan worden vastgesteld op 300 IR1 per dag en voor 12 SQ-HDM op 12 SQ2 per dag. 

Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS)

300 IR HDM is een extramuraal geneesmiddel. Extramurale geneesmiddelen zijn medicijnen voor thuisgebruik, die op recept van een arts verkrijgbaar zijn bij de apotheek. Ze worden alleen vergoed uit het basispakket van de zorgverzekering als ze in het GVS staan. De hoogte van de vergoeding hangt af van de lijst waarop ze staan. Onderling vervangbare geneesmiddelen worden geclusterd op bijlage 1A. Hiervoor kan een vergoedingslimiet gelden. Unieke geneesmiddelen komen op bijlage 1B. Hiervoor geldt geen vergoedingslimiet. Er kunnen ook nadere voorwaarden gelden voor vergoeding. Dan komt een medicijn ook op bijlage 2.

De Wetenschappelijke Adviesraad (WAR) adviseert het Zorginstituut bij de beoordeling. Op basis van de beoordeling stuurt het Zorginstituut een advies aan de minister van VWS. De minister neemt de uiteindelijke beslissing om het medicijn wel of niet te vergoeden uit het basispakket van de zorgverzekering.

Bekijk het filmpje voor meer uitleg over hoe wij de beoordeling van geneesmiddelen aanpakken.

Iedereen in Nederland betaalt mee aan de gezondheidszorg. Zorginstituut Nederland waakt erover dat die zorg goed én betaalbaar blijft.

Komt er bijvoorbeeld een nieuw medicijn op de markt, dan beoordelen wij of het vergoed moet worden uit het basispakket. We geven daarover advies aan de minister voor Medische Zorg.

Die beoordeling gaat zo:
Als een medicijn is goedgekeurd kan de fabrikant een aanvraag bij ons doen voor toelating tot het basispakket. Zodra we alle informatie en wetenschappelijke onderzoeken hebben ontvangen, gaan we aan de slag.
We beantwoorden vragen als:

  • Hoe ernstig is de ziekte?
  • Hoe goed werkt het medicijn?
  • Bij welke groep patiënten?
  • En, wat kost het ten opzichte van wat het oplevert voor de patiënt?

Als er al een medicijn voor de ziekte is, dan vergelijken we ze met elkaar.

Soms blijkt tijdens de beoordeling dat er onzekerheid is over hoe lang de ziekte wegblijft. Of dat het niet bij alle patiënten lijkt te werken. We adviseren dan over wie het medicijn moet krijgen.
Soms is het medicijn heel duur. Vergoeding hiervan kan dan ten koste gaan van zorg voor andere patiënten. We adviseren dan om over de prijs te onderhandelen.

Bij de beoordeling betrekken we patiëntenorganisaties, dokters en zorgverzekeraars. En we krijgen advies van twee onafhankelijke commissies:
de Wetenschappelijke Adviesraad en de Adviescommissie Pakket.

We wegen alle feiten en onzekerheden tegen elkaar af in ons advies. De minister besluit uiteindelijk of het medicijn vergoed wordt uit het basispakket.

Zo besteden we het geld voor de zorg, waar iedereen aan meebetaalt, aan goede medicijnen die het geld waard zijn.