GVS-advies avatrombopag (Doptelet®) voor de behandeling van trombocytopenie

Het Zorginstituut heeft beoordeeld of het middel avatrombopag (Doptelet®) opgenomen kan worden in het Geneesmiddelenvergoedingssysteem (GVS). Avatrombopag (Doptelet®) is geïndiceerd voor de behandeling van primaire chronische immuuntrombocytopenie (ITP) en ernstige trombocytopenie bij volwassenen. Trombocytopenie betekent een tekort aan bloedplaatjes. Een geneesmiddel wordt alleen vergoed als het is opgenomen in het GVS. Het Zorginstituut concludeert dat avatrombopag onderling vervangbaar is met eltrombopag (Revolade®) en adviseert de minister voor Medische Zorg om avatrombopag (Doptelet®) met eltrombopag (Revolade®) op te nemen in een nieuw te vormen cluster op bijlage 1A van het GVS.

Indicatie waarvoor vergoeding is aangevraagd

Avatrombopag is beschikbaar als filmomhulde tablet. Avatrombopag (Doptelet®) is geïndiceerd voor de behandeling van: 

  • primaire chronische immuuntrombocytopenie (ITP) bij volwassen patiënten waarbij andere behandelingen (bijvoorbeeld met corticosteroïden, immunoglobulinen) geen effect hebben; 
  • ernstige trombocytopenie bij volwassen patiënten met een chronische leveraandoening die zijn ingeroosterd voor een invasieve procedure (een operatie).

Trombocytopenie betekent een tekort aan bloedplaatjes. Bij ITP maakt het lichaam antistoffen aan tegen de eigen bloedplaatjes. Bloedplaatjes zijn nodig voor stolling van het bloed. Bij een tekort is er kans op bloedingen.

Onderlinge vervangbaarheid met andere geneesmiddelen

Op basis van de criteria voor onderlinge vervangbaarheid kan worden geconcludeerd dat avatrombopag onderling vervangbaar is met eltrombopag (Revolade®).

Advies Zorginstituut

Het Zorginstituut adviseert de minister om avatrombopag (Doptelet®) met eltrombopag (Revolade®) op te nemen in een nieuw te vormen cluster op bijlage 1A van het GVS.

Opname op bijlage 1A van het GVS

Op bijlage 1A van het GVS staat de lijst met groepen (clusters) van onderling vervangbare geneesmiddelen. Geneesmiddelen worden als onderling vervangbaar aangemerkt als zij: 

  • bij een gelijksoortig indicatiegebied kunnen worden toegepast; 
  • via een gelijke toedieningsweg worden toegediend; én 
  • in het algemeen voor dezelfde leeftijdscategorie zijn bestemd.

De geneesmiddelen op deze lijst hebben een vergoedingslimiet. Als de prijs van het middel boven deze limiet ligt, moet de verzekerde dus bijbetalen.