Evaluatierapport indicatiestelling wijkverpleging - tweede meting

Het Zorginstituut heeft in 2019 een nadere duiding uitgebracht over de verpleegkundige indicatiestelling, met als doel om wijkverpleegkundigen beter toe te rusten om zorg te indiceren en de indicatie te onderbouwen. In deze evaluatie is onderzocht hoe de nadere duiding en de andere documenten (Begrippenkader, Normenkader, Toolbox) geïmplementeerd worden in de praktijk. Dit rapport bevat de resultaten van de evaluatie. 

Verbetering mogelijk in indicatiestelling en implementatie

Het Zorginstituut concludeert op basis van de resultaten dat verbetering mogelijk is in de indicatiestelling en implementatie van de ondersteunende documenten. Wijkverpleegkundigen indiceren vanuit hun kennis en expertise. Een zorgverzekeraar moet aan de hand van de onderbouwing van de indicatie kunnen zien hoe tot de indicatie is gekomen en of het verpleegkundig proces doorlopen is. Het indiceren van zorg is maatwerk, de kaders in de ondersteunde documenten moeten daar voldoende ruimte voor laten. Wijkverpleegkundigen geven aan weleens beïnvloed te worden door zorgverzekeraars of mantelzorgers. Verder concluderen we uit deze evaluatie dat het belangrijk is dat wijkverpleegkundigen op structurele basis deelnemen aan intervisie en intercollegiale toetsing, waarbij ook de ondersteunende documenten onder de aandacht gebracht kunnen worden. Hier zien we een rol voor de zorgaanbieders, V&VN en mogelijk zorgverzekeraars.