Zvw 2019

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft het macro-bedrag dat beschikbaar is voor de prestaties van de Zorgverzekeringswet (Zvw) in 2019 vastgesteld op € 47.655 miljoen. Daarvan is € 25.381,6 miljoen beschikbaar voor de vereveningsbijdragen. Dit bedrag dient als dekking van onevenredige lasten van individuele zorgverzekeraars als gevolg van de acceptatieplicht.

Vereveningsbijdragen

De kosten van de prestaties Zvw worden per verzekerde genormeerd. Deze normbedragen per verzekerde tellen op tot een vereveningsbijdrage per zorgverzekeraar. Het Zorginstituut keert deze vereveningsbijdrage uit aan zorgverzekeraars onder aftrek van de rekenpremies die verzekerden rechtstreeks aan zorgverzekeraars betalen.

Op basis van de regeling van VWS stellen wij beleidsregels vast voor de verdeling van de vereveningsbijdragen over de zorgverzekeraars.

Ex-ante vaststelling

In oktober voorafgaand aan het bijdragejaar stellen wij in de ex-ante vaststelling Zvw per zorgverzekeraar de vereveningsbijdrage vast.

Lenteherberekening

In april van het bijdragejaar herberekenen wij de verzekerdenaantallen op basis van de verzekerdenstand van de maand maart.

1e voorlopige vaststelling

In september na het bijdragejaar stellen wij per zorgverzekeraar de vereveningsbijdrage voor de 1e keer voorlopig vast op basis van gerealiseerde verzekerdenaantallen en voorlopige gegevens in de jaarstaat Zvw van de zorgverzekeraars.

2e voorlopige vaststelling

In september van het derde jaar na het bijdragejaar stellen wij per zorgverzekeraar de vereveningsbijdrage voor de tweede keer voorlopig vast op basis van gedeeltelijk nieuwe gegevens. Verder betrekt het Zorginstituut hierbij de dan bekende correcties van de NZa op basis van de rapporten Zvw.

Definitieve vaststelling

De definitieve vaststelling vindt uiterlijk 4 jaar na het bijdragejaar plaats. Hierbij worden eventuele correcties doorgevoerd op de definitieve gegevens in de jaarstaat Zvw op basis van de rapporten Zvw van de NZa.