In opdracht van Zorginstituut Nederland en in samenwerking met de Landelijke Tafel Integrale Geboortezorg (LTIG) heeft adviesbureau Equalis onderzoek gedaan naar het ontwikkelen van een lerend en verbeterend geboortezorgsysteem door gebruik van data. Betrokken geboortezorgpartijen zijn in dit onderzoek meegenomen. Een lerend geboortezorgsysteem komt onvoldoende van de grond. De wil en de kennis zijn er wel, maar er worden geen duidelijke keuzes gemaakt over wie de regie over het proces heeft, wat de ambities zijn en welke rollen betrokken partijen hebben. En dat is nodig om in de integrale geboortezorg te komen tot passende zorg en niet-passende zorg tegen te gaan.
Aanleiding: systemen sluiten niet goed op elkaar aan
Integrale geboortezorg wordt vooral geleverd door kraamverzorgenden, eerste- en tweedelijns verloskundigen, gynaecologen en kinderartsen. Het is een vorm van netwerkzorg waarbij meerdere organisaties en disciplines onderling afspraken maken over gegevensuitwisseling, verantwoordelijkheden en beleid. Dit is ingewikkeld en wordt moeilijker gemaakt doordat de zorgverleners werken met verschillende systemen die nog niet goed op elkaar aansluiten. Partijen willen dat dit beter wordt. Daarom is onderzocht wat er nodig is om samen te komen tot een lerend en verbeterend geboortezorgsysteem ondersteund door data.
Samenvatting: voldoende kennis, maar te weinig daadkracht
De integrale geboortezorg beschikt over veel data en leerinstrumenten, maar deze vormen nog geen samenhangend ‘lerend en verbeterend systeem’. Partijen willen een systeem waarin data-infrastructuur en governance samen een landelijk geheel vormen. In dit systeem worden data eenduidig vastgelegd en geautomatiseerd gedeeld en direct gebruikt voor leren en verbeteren op het juiste niveau. Voor het maken van zo’n systeem blijkt wel voldoende kennis te zijn, maar het ontbreekt aan daadkracht en duidelijke keuzes. Er is vooral behoefte aan procesafspraken op 3 sporen:
- landelijke regie en governance
- leren en kennisdeling
- toegang tot en uitwisseling van data.
Dit blijkt uit ons onderzoek. De European Health Data Space (EHDS) vergroot de druk om nu stappen te zetten. Dit rapport biedt het Zorginstituut en betrokken partijen concrete handvatten hiertoe.
Wat doet het Zorginstituut met de resultaten van het onderzoek?
Het Zorginstituut wil vervolgonderzoek gaan inzetten op de sporen 1 en 3 om te bekijken welke processtrategie het best hierbij past. Het Zorginstituut wil daarom samenwerken met betrokken partijen in de geboortezorg en met de Landelijke Tafel Integrale Geboortezorg (LTIG).
Meer informatie of vragen?
Hebt u vragen over dit rapport? Mail uw vraag dan naar Bas Veerman via ons contactformulier.