Het Afwegingskader Verpleeghuiszorg helpt zorgprofessionals om te bepalen voor welke ouderen verhuizen naar een verpleeghuis de meest passende oplossing is. Dat bepalen zij samen met de oudere en diens naasten. Daarbij kijken zij ook naar de mogelijkheden van de huidige woon- en leefomgeving. Het doel is dat zorgprofessionals ouderen met behulp van het afwegingskader de best passende zorg kunnen geven. In dit advies geeft Zorginstituut Nederland aan onder welke voorwaarden het afwegingskader kan worden gebruikt in de praktijk. Zoals goede juridische afspraken en passend bij de ontwikkelingen in de ouderenzorg.

Aanleiding: passende zorg voor ouderen

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft Zorginstituut Nederland gevraagd om een afwegingskader te ontwikkelen, als onderdeel van de afspraken in het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). Het doel is om te kunnen bepalen voor welke ouderen verblijf in een verpleeghuis de meest passende oplossing is. Het afwegingskader is ontwikkeld door onderzoeksbureau Significant Public in opdracht van het Zorginstituut. Ze deden dat in nauwe samenwerking met HLO-partijen, professionals, cliënten en naasten. 

Eerder in mei 2024 publiceerde het Zorginstituut het rapport Verduidelijking toegang tot integrale verpleeghuiszorg voor mensen met een VV-indicatie. Hierin concluderen we dat het niet mogelijk is om een scherp onderscheid te maken voor wie wél en voor wie níét het verpleeghuis de meest passende plek is. Die afweging verschilt per persoon en per situatie. Het Zorginstituut schrijft in hetzelfde rapport dat een afwegingskader nodig is en randvoorwaarden voor invoering in de praktijk. Het afwegingskader is nu gemaakt en de randvoorwaarden zijn opgesteld.

Samenvatting: het afwegingskader werkt

De vraag of verpleeghuiszorg het meest passend is, hangt niet alleen af van iemands zorgvraag. Het hangt ook af van de situatie om iemand heen. Bijvoorbeeld het netwerk, de woonsituatie en de draagkracht van de omgeving. Door deze factoren samen te bekijken, ontstaat een compleet beeld van wat passend is. Het afwegingskader helpt hierbij. De conclusie van het Zorginstituut is dat:

  • Het afwegingskader geschikt is om te bepalen wanneer verpleeghuiszorg de meest passende zorg is. 
  • Het professionals helpt om samen met cliënten en naasten een zorgvuldige afweging te maken. 
  • Verpleeghuisopname niet alleen afhangt van de zorgzwaarte, maar ook van de omgeving, zoals mantelzorg en woonomgeving. 
  • Een oefenperiode nodig is voordat het kader volledig wordt ingevoerd. 

Bij het afwegingskader hoort ook een aantal randvoorwaarden. Die zijn belangrijk om het afwegingskader succesvol toe te passen. In het aanvullende advies brengt het Zorginstituut een aantal van die randvoorwaarden extra onder de aandacht.

Oefenperiode, besluit minister en invoering

Het afwegingskader is onderdeel van een bredere beweging naar toekomstbestendige ouderenzorg. Het succes van het afwegingskader hangt daarom samen met bredere ontwikkelingen binnen het HLO op het gebied van wonen, zorg, welzijn en ondersteuning. De HLO-partijen werken de toepassing van het afwegingskader verder uit. Ze bekijken bijvoorbeeld welke zorgprofessionals met het kader gaan werken. En hoe het afwegingsproces verder moet worden ingericht. De HLO-partijen starten met een oefenperiode waarin het afwegingskader alvast in de praktijk wordt gebracht. 

Het Zorginstituut heeft het afwegingskader en het aanvullend advies naar de minister van VWS gestuurd. De minister neemt de uiteindelijke beslissing op welke manier het afwegingskader wordt ingevoerd en opgenomen in beleid en regelgeving. Daarna volgt een wetswijzigingstraject. Naar verwachting treedt het afwegingskader op zijn vroegst in 2029 in werking.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over het Afwegingskader Verpleeghuiszorg? Mail uw vraag dan naar het Zorginstituut via ons contactformulier.