Zorginstituut Nederland heeft samen met partijen uit de zorg geconcludeerd dat uitwendige onderdelen van de botverankerde (been)prothese (BAP) per 1 januari 2026 kunnen worden vergoed uit de hulpmiddelenzorg. De afbakening van de zorg rondom een BAP tussen medisch-specialistische zorg en hulpmiddelenzorg zorgde eerder voor knelpunten. Met deze conclusie zijn die knelpunten opgelost.

Stand van zaken: brief gestuurd naar directeur Geneesmiddelen en Medische Technologie (GMT) van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS)

Het Zorginstituut heeft een brief gestuurd naar de directeur van GMT bij het ministerie van VWS, waarin de knelpunten worden uitgelegd en de conclusie wordt toegelicht.

Aanleiding: afbakening zorgt voor knelpunten in de zorg rondom de BAP

Het hanteren van ons standpunt ‘Afbakening hulpmiddelenzorg en geneeskundige zorg, zoals medisch specialisten die plegen te bieden’ zorgt voor knelpunten in het zorgproces van de botverankerde (been)prothese (BAP). In dit standpunt leggen we uit wanneer een hulpmiddel valt onder ‘geneeskundige zorg, zoals medisch specialisten die plegen te bieden' en wanneer onder ‘hulpmiddelenzorg’. Het gebruik van de afbakening leidt tot een onjuiste toedeling van verantwoordelijkheden. Ook belemmeren ze de inzet van de juiste expertise en het leveren van maatwerk Daardoor krijgen patiënten niet altijd de zorg die ze nodig hebben.

Samenvatting

In een bijeenkomst met alle betrokken partijen heeft het Zorginstituut een overzicht gemaakt van alle knelpunten. Het Zorginstituut is samen met partijen tot de conclusie gekomen dat de uitwendige delen van de BAP vallen onder de hulpmiddelenzorg. De eindverantwoordelijkheid voor de zorg voor de uitwendige onderdelen ligt namelijk bij de orthopedisch technoloog en niet bij de medisch specialist, in dit geval de chirurg. Deze conclusie en de toelichting hierbij zijn opgenomen in de brief.

In een addendum dat door de partijen zelf is opgesteld, geven de partijen aan dat vergoeding vanuit de hulpmiddelenzorg voor de uitwendige delen van de prothese niet leidt tot belemmeringen in de zorg. Dit addendum staat in bijlage 2 van de brief. Het Zorginstituut en het ministerie van VWS hebben geconcludeerd dat met de verstrekking van de uitwendige onderdelen vanuit de hulpmiddelenzorg, geen budgetten overgeheveld hoeven worden van de medisch-specialistische zorg naar de hulpmiddelenzorg.

Conclusie

Het Zorginstituut concludeert dat de uitwendige delen van de BAP vallen onder de prestatie hulpmiddelenzorg zoals bedoeld in artikel 2.6, onderdeel a, van de Regeling zorgverzekering (Rzv): ‘uitwendige hulpmiddelen ter volledige of gedeeltelijke vervanging van anatomische eigenschappen van onderdelen van het menselijk lichaam of bedekking daarvan, als omschreven in artikel 2.8’. Voor toekomstige vergelijkbare situaties zullen we opnieuw beoordelen of de afbakeningscriteria van toepassing zijn.

Meer informatie of vragen?

Hebt u vragen over dit advies? Mail uw vraag dan naar Bas Veerman via ons contactformulier.