Het Zorginstituut adviseert om het zittend ziekenvervoer te beperken tot de doelgroepen dialysepatiënten, radiotherapiepatiënten en chemotherapiepatiënten. Daarmee wordt de regeling nadrukkelijk ziekte- en behandelinggerelateerd en is bekostiging vanuit de Zorgverzekeringswet beter gerechtvaardigd. De hardheidsclausule blijft gehandhaafd voor mensen die voor een langdurige behandeling en een grote afstand een omvangrijke vervoersvraag hebben.

Zorgverzekeringswet

Het Zorginstituut adviseert continuering van de bestaande Zvw-regeling ‘zittend ziekenvervoer’ voor twee doelgroepen: dialysepatiënten en oncologiepatiënten die radiotherapie of chemotherapie volgen. Blinden en slechtzienden én mensen die zich uitsluitend met een rolstoel kunnen verplaatsen kunnen wat het Zorginstituut betreft voor zowel vervoer naar participatie- als naar zorgdoeleinden terecht bij één loket (in de gemeente). Deze groepen kunnen passender vanuit de Wmo worden geholpen, onder meer doordat grensvlakproblematiek (tussen Zvw en Wmo) vermindert. De Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) is immers bedoeld om burgers zo lang en zo zelfstandig mogelijk deel te laten nemen aan de samenleving.

Overleg

Bij de totstandkoming van dit advies heeft het Zorginstituut overlegd met patiëntvertegenwoordigers, zorgverzekeraars, zorgaanbieders en gemeenten. In december 2013 is het conceptrapport voorgelegd aan deze partijen. De Adviescommissie Pakket (ACP) heeft op verschillende momenten meegedacht over het onderwerp, het laatst op 21 februari 2014. Hun inbreng is verwerkt in het definitieve advies.